TUSSEN DE ZIBS EN DE ZABBALIEN IN EGYPTE

In de ban van de Nijl door Harm Botje 241 blz., Prometheus 1991, f 34,90 ISBN 90 5333 042 9

Het begin lijkt conventioneel genoeg. De schrijver komt aan in het land waar hij zich voor de komende jaren zal vestigen als dagbladcorrespondent. Bij wijze van kennismakingsritueel dompelt hij zich onder in het uitgaansleven van zijn nieuwe woonplaats, maar in de daarop volgende hoofdstukken wordt het ernst: hij vindt passende huisvesting en gaat een huishouding opzetten. De basis voor zijn bestaan is gelegd; het werk kan beginnen.

Wie Harm Botje tot zover is gevolgd, weet dan allang dat In de ban van de Nijl, zijn pasverschenen bundel met Egyptische memoires, impressies, schetsen en reportage-achtige verhalen, een verre van conventioneel boek is. Dat kan ook niet echt een verrassing zijn voor wie Botje de afgelopen twaalf jaar in deze krant aan het werk heeft gezien als correspondent in Kairo, of hem af en toe op de VPRO-radio heeft beluisterd.

Harm Botjes benadering van zijn onderwerpen kenmerkt zich door het grote en onbevangen oog dat hij heeft voor de meer zonderlinge zijden van de samenleving, in casu de in dat opzicht zo rijke Egyptische variant daarvan. Nu hij (althans in dit boek) bevrijd is van het journalistieke keurslijf dat het schrijven voor een krant nu eenmaal met zich meebrengt, breekt vooral deze eigenschap groots, meeslepend en onbedaarlijk door. Het resultaat is een karikaturaal aangezet, bij vlagen hilarisch boek waarin, om de formulering te lenen die Gerard Reve ooit ergens gebruikte, ''geen normaal mens rondloopt'' - Harm Botje zelf inbegrepen.

CHAOS

De gemiddelde correspondent die verder weg moet dan Brussel, Bonn of Parijs, zal zich per vliegtuig naar zijn standplaats begeven. Zo niet Botje, die er de voorkeur aan geeft per trein, bus en boot naar Kairo te trekken. Dat stelt hem in de gelegenheid de toon van zijn boek al in het eerste hoofdstuk te zetten met een prachtige, inderdaad hilarische beschrijving van de in wezen onbeschrijfelijke chaos aan boord van de veerboot van Akaba naar Suez. Zijn verhaal is nog geen vijf pagina's onderweg of hij wordt al ietwat ontuchtig betast door een even voluptueuze, als volumineuze Jordaanse officier.

''Hij begon met een vinger krulletjes in mijn haar te draaien, terwijl hij mijn hand stevig op zijn buik hield. 'Too long,', zei hij, mij aandachtig aankijkend. 'Like woman. Not good.

Maybe I put you in prison and cut your hair'. Mocht deze passage nog enige ruimte laten tot bespiegelingen omtrent de seksuele geaardheid van de auteur, iedere twijfel daaromtrent wordt drie pagina's verder al weggenomen als Andrew, de enige andere blanke aan boord, hem op de man af vraagt: ''Are you gay, by any chance?'' '''Soms wel,' zei ik aarzelend.'' Wie zoals ik ooit het voorrecht heeft gehad te kunnen waarnemen met welk een onversneden ijver Harm Botje doorgaans de heren achter de broek zit, of wie alleen maar zijn van homoseksualiteit geheel doortrokken In de ban van de Nijl uitleest (wat weinig moeite zal kosten), beseft dat hier sprake is van een dubbel geval van komisch bedoelde, misplaatste bescheidenheid. Hoezo 'soms wel'? Hoezo 'aarzelend'?

Wat dat betreft, dringt zich een vergelijking op met Thailand, Zacht als zijde, buigzaam als bamboe van Sjon Hauser, dat vorig jaar verscheen (besproken in NRC Handelsblad van 4-8-90): eveneens het onmiskenbare produkt van een belijdend homoseksueel in een ver en vreemd land. Er zijn meer, toevallige, overeenkomsten tussen Botje en Hauser. Beiden zijn journalistiek werkzaam, wat zichbaar is in hun taalgebruik en aanpak. Beide boeken zijn opgedeeld in reeksen korte hoofdstukken, respectievelijk beginnend met 'Welcome to Egypt'

en 'Welcome to Thailand'. Tot overmaat van toevalligheid komt er zowel bij Hauser als bij Botje een zekere Moon voor. Bij de een is het de berijder van een fietstaxi, bij de ander is het een poes, de naar een dochter van Nasser vernoemde zwerfkat aan wier nagedachtenis In de ban van de Nijl is opgedragen.

Het hierboven aangehaalde begrippenpaar 'soms wel' en 'aarzelend' vormt zo ongeveer het enige geval van understatement waarop ik Harm Botje heb kunnen betrappen. In vrijwel alle andere gevallen waarin hij een kleurrijk, humoristisch effect bedoelt te sorteren, maakt hij als stijlmiddel van de onbekommerde overdrijving gebruik.

Zo is er sprake van houten badslippers die 'het uitglijden over de snot- en spermaslierten' moeten voorkomen in het badhuis waar hij met Andrew naar toe gaat; van een slagerszoon die enkele ritueel gekeelde schapen met behulp van zijn 'dikke wangen' opblaast 'tot een ballon'; van een dusdanig dodelijk vergiftigde poel op de binnenplaats van zijn flatgebouw, dat er geen vlieg meer te bekennen valt. ''God wat een heerlijkheid, dacht ik. Geen vliegen...(...) Dan maar een paar jaar eerder dood, want gezond was het natuurlijk niet.''

En als hij het seksleven van het Egyptische volk bespreekt, heet het: ''Op donderdag, in Egypte de traditionele dag om te vrijen, stijgen de prijzen van hasjiesj altijd (omdat, zegt Botje, men gelooft in de potentie-verhogende werking ervan - DvdP). De straten in de volkswijken puilen dan uit van de kinderen, die door hun ouders enige tijd op straat zijn geparkeerd zodat de ouders ongestoord de liefde kunnen bedrijven.'' Het boek wemelt van dit soort waarnemingen. Hoe groot het informatiegehalte is, valt niet altijd met zekerheid te zeggen, maar de amusementswaarde is doorgaans hoog.

Toch wordt In de ban van de Nijl gaandeweg wat serieuzer van toon en strekking. In het begin overheerst vooral de vrolijke, frivole kant van het Egyptische leven - de wereld van schitterende charlatans en Saoedische prinsen die zich met zibs (zwaargeschapen jongemannen) omringen. Ongeveer halverwege doet zich, geleidelijk, een omslag voor, die samenvalt met het moment waarop de figuur Moessa zich in het leven van de auteur aandient. Zoals Harm Botje het beschrijft, ontwikkelt Moessa zich in voorspoedig tempo van een soort losse scharrel tot volwaardig partner en zakelijk-journalistiek assistent, door wiens ogen hij in toenemende mate naar Egypte leert kijken. En dat betekent, in een zin samengevat, dat de zibs moeten wijken voor de zabbalien, het uitschot van de maatschappij dat met zijn varkentjes op en vooral ook van de vuilnisbelten aan de rand van Kairo leeft.

Tussen de zibs en de zabbalien - het zijn de extremen die de wereld van Harm Botje bepalen.