Staatszandkastelen

De oud-leerlingen van het oudste lyceum van het land gaan vandaag in Den Haag voor het laatst naar school. Zij krijgen nog een keer les van leraren van vroeger. Daarna worden snuisterijen die herinneren aan twee-en-tachtig jaar 'Het Nederlandsch Lyceum' verloot, geveild of langs de straat gezet. De school gaat deze zomer dicht.

De ironie is onnavolgbaar. Het werk van idealisten uit het begin van deze eeuw valt definitief ten prooi aan de Mammoetwet op het moment dat de regering de Tweede Kamer bij monde van staatssecretaris Wallage smeekt in te stemmen met de volgende grootscheepse vernieuwing van het middelbaar onderwijs. 'Weest compromisbereid en omarmt de Basisvorming.

Het wordt vast een succes al lijkt het niet op wat de bedenkers van het plan vijf jaar geleden voor ogen stond!'

In de nadagen van de schoolstrijd werd Het Nederlandsch Lyceum door mannen en vrouwen van naam uit de grond gestampt. Zij vonden onder meer dat - liefhebbers van de basisvorming opgelet - de beroepskeuze bij voorkeur drie jaar moest worden uitgesteld. Dr. J.H. Gunning Wzn. bracht dat idee het eerst onder woorden in een Gids-artikel in 1908.

Lyceum-pioniers als Lorentz, Ligthart, Lely en de eerste rector Casimir werden door de kronkels in de wetgeving gedwongen de 'onderbouw' te beperken tot twee jaar. Zij waren voorstanders van openbaar onderwijs, maar konden hun experiment alleen ten uitvoer brengen door een 'neutraal bijzondere' school op te richten.

Hun overtuiging was totaal nieuw: zij waren gericht op het geluk van het kind, een nauwe band tussen de school en de ouders, het opleiden tot cultureel en sociaal volwaardig staatsburger en de wetenschappelijke ontplooing van de docenten. Al werden de leerlingen gerekruteerd uit gezinnen die iets zagen in deze moderne pedagogische aanpak, de school - gelegen in het hart van de stad - was niet particulier en niet exclusief bedoeld voor de betere standen.

In de loop van de jaren twintig werd subsidiering van dit soort onderwijs mogelijk. Dat loste veel problemen op, maar vergde ook extra werk: “De quitantien moesten jaarlijks op 12 vellen van 66 bij 46 centimeter worden overgelegd”. Het ministerie wilde alles weten, bijvoorbeeld waarom de leraar dierkunde voor 14 cent havermout had gekocht. Hij hield witte muizen ten bate van het onderwijs.

Tientallen lycea zouden volgen. Het werd ook in christelijke, katholieke, en Montessorivarianten een populair schooltype.

Niet een interne noodzaak maar de Mammoetwet dwong deze florerende scholen in de jaren zestig op zoek te gaan naar fusiepartners en andere vormen van onnatuurlijke groei. Het opgelegde ideaal van de scholengemeenschap bracht Het Nederlandsch Lyceum er toe een MMS te omarmen. Dat heeft de samenhang van de school geen goed heeft gedaan. De latere opzet van een 'English Stream' was overigens origineel en geslaagd.

Een instituut wordt zelden om een reden opgeheven. Iedere school kent sterke en minder sterke periodes, zowel in de leraarskamer als in het bestuur. Misschien hebben ze niet handig genoeg gelobbyd. Het oudste lyceum is tenslotte bezweken onder een gebrek aan leerlingen. Althans volgens het ministerie in Zoetermeer dat de leerlingen van de Engelse stroom (Nederlanders en buitenlanders die voor een internationaal baccalaureaat werken) niet wilde meetellen.

Het is opnieuw ironisch dat dit gebeurt onder verantwoordelijkheid van een minister die deze week in Rotterdam opriep tot internationalisering. Ritzen sprak aan de Erasmus universiteit, maar het zou de Nederlandse universiteiten natuurlijk helpen als haar studenten wat internationaler georienteerd van school kwamen. Een school met zo'n uitwisseling van talen en culturen in haar midden zou er een naar het hart van de minister kunnen zijn. Jammer maar helaas.

Het grote onderscheid tussen de onderwijsvernieuwing begin deze eeuw en die van nu is de oorsprong. Terwijl de politiek destijds decennia lang een soort omroepdebat over de vrijheid van onderwijs voerde, staken ouders en pedagogen de handen uit de mouwen om een school op te zetten waar zij in geloofden. De overheid weerde eerst af en volgde later aarzelend, met geld en veel regels.

Wat sinds de oorlog in het onderwijs is gebeurd was centraal bedacht en bedisseld. Dat is het fundamentele verschil. Want zoals de ene leraar de andere niet is, verschilt de ene school radicaal van dezelfde school tien jaar later en is de ene Heao-school zonnig en realistisch en kampt de andere - onder identieke regelgeving - met twijfel en verloop. Daar kunnen de grote schema's geen rekening mee houden.

Zoals het lyceum nooit dwingend aan iedereen voorgeschreven is geweest, zo is het een mengsel van naviteit en hovaardij de basisvorming nu aan iedereen dwingend op te leggen. Essentieel in het voorstel van de WRR uit 1976 waren de twee niveaus waarop gewerkt kon worden. Dat legt naar de smaak van Wallage te veel een “hypotheek op de gemeenschappelijkheid van het onderwijs”. Nu komt er een uniform systeem uit de bus waarvan de minister erkent dat het begaafde leerlingen een paar jaar ophoudt.

Ambtenaren, bewindslieden en Kamerleden staan al weken te jongleren met 'kerndoelen' en 'vrije ruimte'. Zij onderhandelen over verlenging van de basisvorming met een paar honderd uur als Duitse vorstjes om een huurleger. Maar het enige dat echt telt zijn de kwaliteit en het plezier van de man of vrouw voor de klas. Als het beroep van leraar, waar Ritzen in Rotterdam ook wervend over sprak, meer naar waarde geschat zou worden, was de basisvorming overbodig. Zoals hernieuwd respect voor ambacht en handvaardigheid meer doen voor het 'lager beroepsonderwijs' dan de geforceerde opname in een mammoetschool voor basisvorming. Iets voor werkgevers om wat aan te doen, in plaats van meehuilen in het basisbos.

Vernieuwing is mooi als het gaat om voortdurend en voorzichtig zoeken naar inspirerende onderwijsvormen voor ieder mensenkind. Het gevaar schuilt in de alles omvattende pretenties van de politiek. De landelijk voorgeschreven fusie van kleuter- en lager onderwijs in de 'basisschool' blijkt na zes jaar al weer een gril van de onderwijsdoctorandussen. Dat belet de 'specialisten' van bijna alle fracties niet volgende week nijver verder te metselen aan het staatszandkasteel van de basisvorming.

De PvdA-fractievoorzitter in Leeuwarden was misschien het kernachtigst toen hij over de beTREMA NA AFBREKING ONDERDRUKT eindiging van de zelfstandigheid van het gymnasium aldaar zei: “Alleen de ouders en de leerlingen zijn tegen”. Volgens Bart Tromp, deze week in Het Parool, is dat “een van de vele demonstraties van het feit dat het onderwijs de Sovjet-zone van de Nederlandse samenleving is geworden.” De schoolmuur staat nog stevig.

Mijn oude school gaat dicht. Dat is niet het ergste. De drijfzandarchitecten komen straks bij de uwe.