Schoenlapperslust

Waarschijnlijk zijn niet erg veel planten gelukkig met dit grauwe weer; net als wij wachten ze op verbetering.

Desalniettemin zijn sommige planten in mijn tuin duidelijk ongelukkiger dan andere. De bergenia's (schoenlappersplant) bijvoorbeeld, gewoonlijk aanbevolen voor schaduw (''ideale groenblijvende grondbedekker, stoutmoedig van vorm... grote, ronde, leerachtige bladeren van een rijke groene kleur''), zitten triest ineengedoken, zo te zien onveranderd sinds de dag dat ze werden geplant. Een ervan had toen zij arriveerde een potentiele bloem, die koppig in dezelfde staat van potentialiteit is gebleven.

Deze planten waren de lievelingen van Gertrude Jekyll en ik moet zeggen dat ik moeite heb te begrijpen waarom. ''Ik word nooit moe het schitterende stevige gebladerte van deze plantenfamilie te bewonderen, zoals ze zowel 's winters als 's zomers hun pracht behouden,'' schreef zij; je moet aannemen dat zij haar redenen had. Daar ik de aanblik van de gewone bergenia nogal afstotelijk vind heb ik vorig jaar geprobeerd een soort te bemachtigen die er wat interessanter uitziet: een zekere Bergenia ciliata, die ik beschreven heb gezien als ''een plant van ongewone schoonheid''. Deze pogingen bleven zonder succes, maar waren op zichzelf voldoende om mij het gevoel te geven dat ik jegens de bergenia mijn plicht had gedaan; nu kon ik ze verder met een gerust hart vergeten.

Toen kwam ik haar tegen, niet geheel onverwachts, op een van de lijsten achterin het laatste boek van Graham Stuart Thomas, Perennial Garden Plants, or The Modern Florilegium (Dent, 1990). Misschien zijn er mensen die zo'n lijst zien en vervolgens gewoon de bladzijde omslaan: ik stortte mij er op als was het een openbaring. Het onderwerp is planten die ''de voorkeur geven aan en het goed doen in de schaduw van overhangende takken, of van gebouwen.'' Wat dit onderscheidt van andere lijsten van schaduwplanten zijn die overhangende takken, en vooral de woorden 'de voorkeur geven aan' en 'het goed doen'. Niet langer zou je een betrekkelijk goedwillende plant moeten dwingen een omgeving te toleren waarin zij 't net nog uit kon houden: deze vonden het juist prettig in het donker.

En daar, tussen begonia en brunnera, stond dus de bergenia. Er waren ook nog allerlei andere, veel interessantere gewassen, die ik allemaal onmiddellijk genoteerd heb op mijn lijstjes van aan te schaffen planten. Uiteraard waren die niet te vinden zonder er half Nederland voor af te moeten reizen - het lezen van die Engelse tuinboeken is eigenlijk slecht voor de gemoedsrust; je verandert in een rusteloze, permanent ontevreden zoeker naar onvindbare oplossingen van specifieke problemen. Danae racemosa is een voorbeeld; ik heb er nergens ooit een gezien maar het moet precies zijn wat ik zoek. Paris polyphylla is er nog zo een, in weerwil van de Doe-het-zelf associaties die de naam oproept, een melange van gips (Plaster of Paris) en polyfiller.

Hoe dan ook, na vergeefs gezocht te hebben, daar op die kwekerij in Boskoop, naar al deze exotica, viel mijn oog op de bergenia's; ze stonden er vanzelfsprekend in drommen, maar alleen de gewone soorten; ik zwichtte en kocht, voor straf (straf voor wie? mijzelf of Gertrude Jekyll?), de meest gangbare, B. cordifolia 'Purpurea', haar favoriet. Misschien was het een primitieve impuls om haar te eren, maar het blijft een zonderling eerbewijs datgene te kiezen wat je van haar voorkeuren het minst kan waarderen.

Een paar maanden hebben mijn twee bergenia's nu doorgebracht in de omgeving waar ze zo dol op heten te zijn; het gaat misschien te ver om te zeggen dat ze me vuil aankijken, maar hun uiterlijk is in elk geval zeer onwelwillend. Hun bladeren zijn van een synthetisch uitziend heldergroen, dat volgens de boeken paars zal worden in de winter. Ik vraag me af of dat een verbetering zal zijn. Dezelfde bladeren worden in het voorjaar weer groen, alsof de Natuur, na eenmaal iets voortgebracht te hebben dat vrijwel onvernietigbaar is, wilde bezuinigen op de inspanning om het nog eens te doen. De bladeren worden traditoneel leerachtig genoemd, maar dat moet een beschrijving zijn die oorspronkelijk dateert uit de dagen van Gertrude Jekyll, toen het plastic nog niet was uitgevonden. Op mij maken die bladeren de indruk van een onappetijtelijk soort kunststof; ze voelen kil en rubberachtig aan, gestold slijm, zoals dat gruwelijke speelgoed-monster dat iemand mijn dochtertje eens cadeau heeft gedaan.

Eigenlijk koester ik de heimelijke hoop dat ze een keer met stille trom vertrekken. Maar stel dat het ze daar bevalt: zullen ze me over tien jaar nog steeds vuil aankijken? Bij het kopen had ik het idiote gevoel dat je tegenover planten billijkheid moet betrachten, zelfs als je ze niet aantrekkelijk vindt; het is lang niet ondenkbaar dat mij dat ook zal beletten ze weg te doen. Dat en een zekere apathie; Christopher Lloyd schrijft (in Foliage plants) dat dezelfde bergenia in zijn tuin staan sinds 1912, en hij haat ze: ''Pure inertie en het feit dat ze zo efficient doen wat er van ze verwacht wordt hebben me tot dusver belet om tot actie over te gaan''. Toen ik vorige zomer zijn tuin bezocht heb ik zelfs nog naar ze uitgekeken, maar ik zag ze nergens. Misschien heeft het schrijven erover, zoals wel meer gebeurt, hem de benodigde motivering gegeven.

Toch zijn de bergenia's mij de vorige zomer niet geheel bespaard gebleven: bij het bezichtigen van een aantal dorpskerkhoven in Noord-Frankrijk waren ze op het appel. Het was een vreemde ervaring in het ene kerkhof na het andere graven te zien die volledig getapijt waren met deze beestachtige planten. Als koolbladeren die elkaar massaal verdrongen in een keurige rechthoek, als ledikanten weelderig gevuld met groente. Ze zouden net zo oud kunnen zijn als die van Christopher Lloyd, maar dat was niet vast te stellen aangezien de grafschriften door de begroeiing totaal onleesbaar waren geworden. Was Gertrude Jekyll ons hier voor geweest? Of waren de Fransen gewoon praktisch en diende het als een groenblijvende onkruidverdelging? Wat de reden ook mag zijn, een ding weet ik zeker: laat mij in hemelsnaam niet onder een bergenia begraven worden.