schaken

Een jaar of vijftien geleden moest ik op een toernooi in de Sovjet-Unie een enqueteformulier invullen.

Vragen die de mens achter de schaker moesten doen leren kennen. Wie was de grootste schrijver? Nabokov, vulde ik in, en ik was blij verrast toen bleek dat de journalist die mijn antwoorden met me doornam mijn keuze voor dit anti-Sovjetelement heel aanvaardbaar vond, al mocht hij dat niet opschrijven. Wanneer zou een schaakcomputer wereldkampioen worden? Geen idee. Over vijftien jaar, gokte ik. Hoewel we in een land waren waar de wetenschappelijke vooruitgang in groot aanzien stond, was de journalist over dit antwoord veel minder te spreken. Ik gaf blijk van een gebrek aan vertrouwen in de menselijke creativiteit. De andere deelnemers hadden een ferm antwoord gegeven: nooit zou deze onvoorstelbare ramp zich voltrekken.

In de jaren daarna stelde de wetenschap me teleur. De schaakcomputers gingen nauwelijks vooruit. Deerniswekkend geknoei bleef het, nog vele jaren lang, ook al rekenden ze steeds sneller. Toen kwam er opeens een spectaculaire doorbraak, geheel in overeenstemming met het marxistische leerstuk van de omslag van de kwantiteit in de kwaliteit. Ik herinner me een bezoek aan Donner. Hij kon niet goed meer lezen en moest zich de recente toernooipartijen laten voorspelen. Hoewel het misschien niet gepast was tegenover iemand die niet meer kon lopen en lezen, en nauwelijks verstaanbaar kon praten, vond ik het nog steeds leuk om hem te plagen. Ik zei: In Amerika heeft een meester van een computer verloren, Hein. Die partij wil je zeker wel zien? Hein zei: Wat zeg jij toch altijd domme dingen. Je laat je werkelijk alles wijsmaken. Computers kunnen helemaal niet schaken, het zijn net vrouwen, dat weet iedereen. Laat maar iets van Jan Timman zien.

Dat moet ongeveer vier jaar geleden zijn geweest. Sindsdien hebben computers vaak van grootmeesters gewonnen, een paar keer zelfs van topspelers. Een paar maanden geleden werd in Hannover een toernooi gespeeld met zes Duitse grootmeesters, een meester en de schaakcomputer Deep Thought. Bijna iedereen vond het heel vernederend voor Deep Thought dat hij voorlaatste werd. Toch had hij twee partijen gewonnen. Vijf jaar geleden zou het nog ondenkbaar zijn geweest dat een computer aan een grootmeestertoernooi meedeed. De speculaties over de computer als wereldkampioen zijn weer terug. Met een bijna pervers genoegen voorspelt Kasparov dat hij de laatste menselijke wereldkampioen zal zijn. Na hem de zondvloed.

In Den Haag werd de afgelopen weken het zesde Aegontoernooi gehouden. Een jaarlijkse test om te kijken hoe ver de machtsovername nog verwijderd is. Zeventien mensen, onder wie zes grootmeesters, en zeventien computers. In iedere partij speelde een mens tegen een computer. Het contingent mensen is in de loop der jaren steeds sterker geworden. De huis- tuin- en keukenschakers die vijf jaar geleden nog veel pret konden beleven aan hun partijen tegen de computers zijn nu te zwak.

Toch deden de computers het net als in Hannover minder goed dan verwacht werd. De eerste zeven plaatsen in het toernooi werden door mensen bezet. De eerste computer, M Chess, deelde de achtste plaats met drie mensen. Winnaar Van der Wiel won alle zes partijen. Je krijgt de indruk dat de computers het in deze speciaal voor hen georganiseerde mens-computerwedstrijden slechter doen dan in gewone toernooien. Een mens die in een gewoon open toernooi plotseling te horen krijgt dat hij een uur later tegen een computer moet spelen, ergert zich.

Daarvoor is hij niet gekomen. Hij is misschien nog moe van de vorige partij, want vaak worden er twee partijen op een dag gespeeld. De menselijke deelnemers aan het Haagse toernooi hebben van tevoren nagedacht over de stijl die tegen een computer het meest effectief is. Ze ergeren zich niet, want ze wisten waar ze aan toe waren. Ze vinden het een aardig experiment.

Van der Wiel zei na afloop dat hij zich bewust een anti-computerstijl had aangemeten. Snel uit de openingstheorie, geen onduidelijke tactische verwikkelingen op korte termijn, wel scherpe strategische spanningen. Stellingen die tegen een mens duidelijk remise zouden zijn kunnen nog best doorgespeeld worden, want je kan tegen de computer altijd op iets geks blijven hopen.

Misschien kwam het doordat de enselijke deelnemers voorzichtig zijn geworden dat ik maar weinig spectaculaire partijen zag.

Alleen Bronstein speelde zoals hij vindt dat het schaken altijd gespeeld moet worden. Agressief, speculatief, met riskante offers. Het tegendeel van de anti-computerstijl. Hij verloor dan ook twee keer. Die partijen heb ik niet gezien, maar uit sommige van zijn winstpartijen krijg je al de indruk dat hij er werkelijk om vroeg om door een computer verslagen te worden.

Zie diagram 1

Wit Bronstein-zwart Rexchess. Rexchess heeft goed gespeeld en dreigt met 16...a4 een gevaarlijke aanval te beginnen. Zijn laatste zet was 15...a5, een bewijs dat de nieuwe generatie computers wel degelijk benul heeft van strategie. Bronstein probeert met een kwaliteitsoffer het spel in andere banen te leiden. 16. f2-f4 Ph5-g3 Ook nu zou 16...a4 wit voor onaangename problemen stellen, maar kwaliteitswinst laat de computer zich niet ontgaan. 17. De2-g4 Pg3xh1 18. Dg4xe6+ Tf8-f7 19. Td1xh1 a5-a4 Op zichzelf niet slecht, maar in het vervolg doet hij niets met deze zet. Met 19...Tae8 viel dameruil af te dwingen, waarna wit slechts vage compensatie voor de kwaliteit heeft. 20. Pd2-f3 De7-f8? Nu had hij consequent 20...axb3 21. axb3 La3 moeten spelen, of veilig alsnog 20...Tae8. 21. h4-h5! Ta8-e8 22. h5xg6! Zo komt alles toch nog goed terecht en blijkt wits dubieuze onderneming de inleiding tot een briljant slot te zijn geweest. 22...Te8xe6 23. Lh3xe6 h7xg6 24. Pf3-h4 Dat had Rexchess vast niet gezien.

Er dreigt 25. Pxg6 gevolgd door 26. Th8 mat. 24...Kg8-h7 25. f4-f5 g6xf5 26. Le6xf7 Df8xf7 27. g5-g6+ Df7xg6 28. Ph4xg6 Kh7xg6 29. Th1-g1+ Kg6-f7 30. Tg1xg7+ Kf7-e6 31. b3xa4 f5-f4 en hier vond de mens die voor Rexchess de zetten uitvoerde de tijd van opgeven gekomen.

Het volgende diagram lijkt op het eerste gezicht afkomstig uit de beginjaren van de computers. Hitech, de machine die volgens zijn schepper Berliner meesters voor zijn ontbijt eet, gold als de sterkste computer die in Den Haag meedeed, maar zijn resultaat viel tegen: 2,5 uit 6.

Zie diagram 2

Wit Christiansen-zwart Hitech 16. d5-d6 c7xd6 17. Td1xd6 Dd8-c7 18. Td6-d4 Dc7-c6 19. Df3-e2 Tc8-d8 20. Tf1-e1 Dc6-f6 21. Td4xd8+ Ke8xd8 22. De2-d2+ Kd8-c8 23. Lf4-g5 Df6-c6 en zwart gaf op. Zo makkelijk gaat het tegenwoordig nog maar heel zelden.