Rob Birza speelt voortdurend op zeker

Tentoonstelling: Rob Birza. Schilderijen. T-m 30 juni in het Stedelijk Museum, Paulus Potterstraat 13, Amsterdam. Ma. t-m zo. 11-17 u. Catalogus: (f) 42,50

Rob Birza moet een bijzondere jongen zijn. “In den beginne is Birza. Herkenbaar en fascinerend door eigen beeld en vorm, materie en coloriet, lijnvoering en fantasie”, schrijft Wim Beeren in de catalogus bij zijn solotentoonstelling, bestaande uit zesendertig schilderijen, in het Amsterdams Stedelijk Museum.

Rob Birza (1962, Geldrop) is direct begonnen aan de top. Hij zat nog op school toen de Rijksdienst Beeldende Kunst al een werk van hem aankocht en nog voordat zijn schilderijen in een galerie opdoken, debuteerde hij al in het Stedelijk in de expositie 'Een grote activiteit'. Dat is inmiddels vier jaar geleden. Sindsdien heeft dit museum vijf werken van hem aangekocht en dat is veel.

Waaruit bestaat de charme van Birza? Aan zijn werk is zijn persoonlijkheid niet af te lezen. Scherpe kantjes ontbreken.

Het is niet te wild, niet te netjes, niet te abstract, niet te figuratief, maar op maat naar smaak gemaakt met een snufje Rob van Koningsbruggen, een beetje Kees Smits en een likje Rene Daniels, om maar even bij Nederlandse schilders te blijven.

Zijn stijl voegt zich naar die van een oudere generatie. Alhoewel zijn doeken geschilderd zijn in eitempera maakt Birza geen gebruik van de zuivere stralende kleur zonder glans die juist met deze techniek te verkrijgen is. Hier en daar lukt het hem niet om de juiste kleur te vinden. Hij mengt te ver door zodat er onbestemde bruingrijze tonen ontstaan.

In veel van zijn doeken streeft hij een letterlijke 'gelaagdheid' na door gebruik te maken van de transparante eigenschap van eitempera. De lagen missen echter diepte waardoor het geheel verzandt in een vlakke brij. Dat wreekt zich vooral in zijn neo-Popachtige schilderijen, zoals in 'Mickey of the blind (Sea of lights)', het zoveelste kunstwerk waarin Walt Disney's stripfiguur Mickey Mouse gepersifleerd wordt.

Zo spectaculair als zijn debuut was, zo weinig opwindend is de ontwikkeling die zijn werk de afgelopen vier jaar heeft doorgemaakt. Hij speelt voortdurend op zeker, al week hij vorig jaar even van het bekende pad af. Hij maakte toen een persiflage op Mondriaans 'Broadway Boogie-Woogie' en haalde geintjes uit met vroege abstracte Stella's door ze als flipperkast en als biljarttafel voor te stellen.

Een thema ontbreekt bij Birza. Je kunt met hem alle kanten op. Alles verwijst en knipoogt naar kunst van anderen, een formule die zo langzamerhand toch wel uitgekauwd genoemd mag worden.

'Ceci n'est pas un Leger' heet een doek, dat noch op een Leger, een Magritte, of op een ander goed schilderij lijkt.

Birza's melige verwijzingen naar andere schilders maken zijn werk indirekt en onpersoonlijk. Het zijn beeldcryptogrammen die je het gevoel moeten geven dat je 'erbij hoort', tenminste als je ze doorhebt. Maar Birza zorgt er wel voor dat niet alles te begrijpen is. Zo zie je in het schilderij 'Andy' de titel staan en een slappe banaanachtige vorm met de tekst 'peel off'. De banaan verwijst naar een beroemde platenhoes van The Velvet Underground, ontworpen door Andy Warhol. Op hetzelfde schilderij zijn ook een paar Brillo-dozen te zien.

Wat de overige elementen te betekenen hebben blijft vaag. Ze zijn even krachteloos als de banaan geschilderd.

Birza's schilderijen steken weliswaar boven de middelmaat uit, maar waarom zijn ster zo snel gerezen is, blijft een mysterie.

Misschien moet je hem wel persoonlijk kennen wil de vonk overslaan.