Parijs: haast met politieke unie

PARIJS, 8 JUNI. Het debat over de toekomstige rol van de Westeuropese Unie (WEU) waarin Nederland bij monde van minister Van den Broek (buitenlandse zaken) een krachtige stem heeft laten horen, nadert een nieuw hoogtepunt. Zowel de Franse als de Britse minister van buitenlandse zaken, respectievelijk Roland Dumas en Sir Douglas Hurd, betoogde deze week, op een bijeenkomst van de WEU-assemblee in de Franse hoofdstad, dat het komende halfjaar beslissend zal worden.

Op 1 juli wordt Nederland voor de rest van 1991 voorzitter van het EG-overleg en in het bijzonder van de intergouvernementele conferentie over de Europese politieke unie (EPU). De Bondsrepubliek Duitsland neemt tezelfdertijd voor een jaar het voorzitterschap in de WEU van Frankrijk over. In beide fora speelt zich de discussie af over de toekomstige functie van de WEU. Moet deze organisatie waarbij negen EG-landen zijn aangesloten (Frankrijk, Duitsland, Italie, Spanje, Portugal en de Beneluxlanden) een 'brug' tussen de Europese (Politieke) Gemeenschap en de NAVO vormen? Of zal de WEU een orgaan worden van de EG, een instrument voor het veiligheids- en defensiebeleid van de Europese politieke unie (EPU)?

Engeland en Nederland kiezen voor de eerste optie, Frankrijk voor de tweede. In Parijs stellen president Mitterrand en het ministerie van buitenlandse zaken zich nu de vraag waarvoor Duitsland kiest. Een paar maanden geleden leek alles duidelijk: Mitterrand en Kohl zagen de WEU als een orgaan van een politieke unie, 'die een waarachtig gemeenschappelijk veiligheidsbeleid moet omvatten die op termijn tot een gemeenschappelijke defensie leidt' - aldus de bewoordingen van de brief die Mitterrand en Kohl op 6 april richtten aan de Italiaanse premier Andreotti, de voorzitter van de Europese Raad van staats- en regeringsleiders die twee dagen later in Rome bijeenkwam.

Een maand later zag een ander document het licht dat ook voorzien is van een Duitse handtekening. Minister van buitenlandse zaken Hans-Dietrich Genscher gaf met zijn Amerikaanse ambtgenoot James Baker op 10 mei een verklaring uit waarin de Verenigde Staten hun steun uitspreken voor 'arrangementen die de Europese bondgenoten nodig oordelen voor de uitdrukking van een gemeenschappelijke Europese buitenlandse, veiligheids- en defensiepolitie'. De Amerikanen erkennen volgens de verklaring verder dat een 'gemeenschappelijke Europese benadering van veiligheid uiteindelijk de samenhang van de alliantie zal versterken.

Een 'arrangement' dat achter deze woorden verborgen ging, werd nauwelijks een maand later een feit. De NAVO-ministers van defensie besloten tot de oprichting van een snelle interventiemacht, samengesteld uit overwegend of uitsluitend Europese (NAVO)troepen, onder Brits commando en voorzien van Amerikaans luchttransport. Voor Frankrijk, dat niet deelneemt aan de militaire samenwerking binnen de NAVO, was het NAVO-besluit een onaangename verrassing, niet zozeer omdat daarmee 'het gras voor de voeten werd weggemaaid' (zoals een Franse WEU-parlementarier zei) maar omdat Bondskanselier Kohl zijn vriend Mitterrand in de steek had gelaten. De Franse president was binnenkamers woedend op Kohl en naar buiten toe - op een persconferentie na de jongste Frans-Duitse top in Rijssel - zuur.

“Het is niet aan de NAVO om de Europeanen te zeggen wat ze wel of niet moeten doen”, stelde minister Dumas in de WEU-vergadering vast. Voor de goede verstaander: voor het woord 'NAVO' mag behalve Amerika ook 'Bonn' gelezen worden.

Parijs heeft nu alvast een argument om het project 'Europese defensie' vaarwel te zeggen, maar geeft de strijd nog niet op.

“Als de WEU niet een orgaan van de (Europese) politieke unie kan worden, dan heeft de politiek-militaire samenwerking tussen de lidstaten weinig zin”, waarschuwde deze week Dumas, die vervolgens een lofrede afstak op de volgende WEU-voorzitter, het 'Duitsland in het hart van Europa en van de Europese contructie'.

Deze complimenteuze verwijzingen maskeren echter nauwelijks dat de Franse regering diep bezorgd is over Duitsland. De manoeuvre van Kohl die in de Franse zienswijze met zijn keuze voor de NAVO de Franse WEU-plannen naar de tweede rang verschoof, is een een fikse tegenslag, maar een die misschien nog wel te overwinnen valt. Maar belangrijker is de vraag welke koers het grote land 'in het hart van Europa' op wat langere termijn zal inslaan. De les van de Golfcrisis - waar de regering in Bonn afwezig was en Duitse demonstranten alleen van pacifisme getuigden - ligt de Franse beleidsmakers nog vers in het geheugen.

De socialisten in het Elysee en het Quai d'Orsay stellen ongerust vast dat de Duitse partijgenoten drie deelstaatverkiezingen achter elkaar hebben gewonnen en dat de SPD hoogstens 'blauwhelmen' wil leveren voor militaire acties buiten het Duitse grondgebied. Dat leidt tot vragen, waarop nog geen antwoord gegeven kan worden. Bijvoorbeeld in personele termen: als Kohl over enkele jaren vervangen wordt door de nieuwe socialistische leider Engholm, wordt Duitsland dan een 'semi-neutrale' staat die afkerig is van een Europees veiligheids- en defensiebeleid, waarin Frankrijk een toonaangevende rol wil spelen?

In termen van tijd betekent dit dat de Fransen haast hebben: de Europese politieke unie, inclusief veiligheids- en defensiebeleid, moet het komende halfjaar op poten worden gezet, anders is het moment voorbij. Op 27 juni komen de WEU-ministers van buitenlandse zaken en defensie nog een keer onder Frans voorzitterschap bijeen. Dat is voor Parijs een laatste kans in het WEU-debat 'om de nieren te proeven', van Duitsland wel te verstaan.