Natie 39: Sociale Zaken op kruistocht

Wat luisteren er toch steeds veel mensen naar veel inleidingen, forumdiscussies en slotwoorden! Wat zijn er veel symposia, conferenties en studiebijeenkomsten! Van mijn afgelopen negen dagen was er op maar liefst vijf iets dergelijks agendagewijs 'ingepland'.

Het trof dat de motto's van de meetings, in volgorde, luidden: 'Overheid & bureaucratie. Nieuwe ontwikkelingen' (De Balie, Amsterdam), 'Sancties als middel om te motiveren?' (Stadhuis, Lelystad), 'Individu en gemeenschap' (Volkshogeschool, Bergen), zodat ze deksels op elkaar rijmden. Dat kan haast geen toeval zijn.

Het opmerkelijkst vond ik tot op heden (de cyclus is nog niet voltooid) het antwoord dat de Lelystadse wethouder Sociale Zaken, mevrouw Jonkman, ontving op haar vraag wat toch de functie van sancties zou kunnen zijn in de sociale wetgeving.

In het strafrecht is deze duidelijk: iemand heeft een ander kwaad berokkend en moet daarvoor boeten. Maar als een werkloze zijn sollicitatieplicht niet nakomt, wie lijdt er dan eigenlijk schade? Ze kreeg een buitengewoon gedecideerde repliek van haar partijgenote de staatssecretaris Elske ter Veld, die zei dat zo'n opvatting 'zeer ernstige maatschappelijke repercussies' heeft. “Als iemand plat gezegd geen zin heeft zijn bed uit te komen om voor een minimumloon te gaan werken en maar liever een uitkering opstrijkt, betekent het gewoon dat er voor anderen minder is. We spreken elkaar aan op solidariteit, maar dat geeft de overheid de plicht en het recht er op toe te zien dat het aldus opgebrachte geld fatsoenlijk, juist en doelmatig wordt besteed.”

Ter Veld was op dreef, die middag. Ze gaf haar forumgenoot Han Lammers grif toe, dat de Algemene Bijstandswet een teken is van onze 'beschaving' maar wees er op dat de wet de begunstigden verplicht in 'genoegzaam besef van verantwoordelijkheid' naar andere bronnen van inkomsten te streven. “Ik vind het dus terecht dat men in Harderwijk allochtone bijstandstrekkers verplicht Nederlands te leren.

Anders is de enige garantie die je ze geeft, dat ze nooit een baan zullen vinden.” En: “De absoluut passieve houding van jongeren die van school komen en 'wel zullen zien', die van een sollicitatie terugkomen en zeggen: 'ik geloof toch dat het niks voor mij is': mag je die alsjeblieft activeren? Mag er een stok achter de deur staan? We hoeven toch niet alleen snoepjes uit te delen? Mag je ze misschien ook een tik voor hun gat geven? Zeker mag dat.” Mevrouw Jonkman opperde dat achter die 'passieve houding' misschien 'grote persoonlijke drama's' schuil gingen, maar Ter Veld was alweer verder: “We willen allemaal dat die paaltjes langs de rijkswegen wit zijn.

Nou is dat misschien voor jongeren gevaarlijk werk, omdat ze nog speels zijn. Maar als een vijftigjarige ze kan verven, waarom achttienjarigen dan niet? We moeten nou niet zo soft zijn om maar meteen te veronderstellen dat ze dat 'niet leuk'

vinden.” En: “Als iemand in het jeugdwerkgarantieplan na drie keer nog geen werk aanvaardt, dan blijkt gewoon dat hij geen werkloze is maar een kleine zelfstandige, die misschien met een startsubsidie aan de slag kan in een bedrijfsverzamelgebouw.”

Toen de verplichting voor werklozen om deel te nemen aan 'banenpools' ter sprake kwam en wethouder Jonkman zei te vrezen dat werklozen hun hele verdere leven in die pools zouden blijven ploeteren, greep Ter Veld weer in: “Vindt u het nou echt erger dat iemand tot aan z'n AOW in zo'n pool zinvol werk doet dan dat-ie tot aan z'n AOW een bijstandsuitkering heeft?” Om vervolgens het omstreden begrip 'passende arbeid' sterk te vereenvoudigen: “Als je anders alleen bijstand kunt krijgen, gelden maar drie criteria voor wat passend is: ben je gewend binnen of buiten te werken, alleen of samen, met dood of levend materiaal. Nou, waarom zou een overspannen leraar dan niet nog een heel goeie arbeidsinspecteur kunnen zijn?”

Het is opmerkelijk harde taal die eigenlijk alleen opmerkelijk is omdat we niet meer gewend zijn aan een overheid die onomwonden vaststelt waar de grenzen van de goedertierenheid liggen. Ter Veld zelf typeerde haar opstelling als 'tussen Drees en het ik-tijdperk in' en dat is misschien wel in orde.

De ideologie van de zelfontplooiing heeft niet alleen de burgers, maar (via het 'Fijn jezelf zijn' en het 'Kom op voor jezelf') ook de politieke en ambtelijke cultuur in hoge mate genfecteerd. De raadszaal in Lelystad zat vol met functionarissen die dagelijks worstelen met het beslag dat door clienten uit soms hoogst persoonlijke motieven wordt gelegd op de publieke middelen; en ze zijn geschoold op sociale academies waar het eigen innerlijk als de hoogste maatstaf gold. Geen wonder dat er een zekere schroom heerst als het gaat om het toepassen van 'sancties', die dan ook alleen verkocht kunnen worden als 'sancties als middel om te motiveren', dat wil zeggen: mensen pressen om ergens zin in te hebben. Een hoogst schizofrene onderneming.

Er speelde daar in Lelystad nog een vinnig maar onuitgesproken conflict tussen de staatssecretaris en wethouder Janssen uit Leeuwarden. In die stad is 27 procent van de afhankelijke beroepsbevolking werkloos, waarvan een derde deel langer dan drie jaar; het gaat om 2700 mensen. Ze hebben er sinds kort een 'banenpool' waarin honderd werklozen arbeid vinden en dat zullen er 300 worden. Net een klein eindje op de goede weg hebben ze nu een 'aanwijzing' (dat is een bevel) van de staatssecretaris gekregen om sancties te gaan toepassen jegens mensen die niet willen werken. Bitter vroeg de wethouder zich af: “Is het op dit moment zinvol om een aanwijzing aan Leeuwarden te geven dat wij over een paar jaar moeten overgaan tot sanctionering van mensen die uit de banenpool stappen, terwijl ze geen enkel perspectief op reguliere, op CAO-niveau betaalde arbeid hebben? Werkt dat in Leeuwarden?” De staatssecretaris had blijkbaar bedongen dat ze op deze kwestie, die aanhangig is bij de Raad van State, niet behoefde in te gaan maar impliciet was haar antwoord duidelijk genoeg: zeker wel, want de geloofwaardigheid van zo'n banenpool en in zekere zin het hele stelsel van sociale voorzieningen is er mee gemoeid. Niet alleen tegenover de uitkeringstrekkers die moeten beseffen dat tegenover hun rechten plichten staan, maar ook tegenover de anderen die deze rechten met hun bijdragen financieren. In dat opzicht staat ze toch dichter bij Drees dan bij het ik-tijdperk.

Is haar departement op kruistocht? In De Balie zei Hans Borstlap, directeur-generaal van Sociale Zaken: “In de filosofie van de verzorgingsstaat gaat het om beschermen en activeren van de burger. Alleen heeft het beschermende aspect sterk de overhand gekregen.” Het leek er een tijdje op of de overheid de hoeder moest zijn van onze ontluikende persoonlijkheden. Nu in die gedachte een kentering optreedt, manifesteert zich een gevoel van onzekerheid bij de overheidsfunctionaris en zodoende vinden veel conferenties, studiebijeenkomsten en symposia plaats. Symposia als middel om te motiveren?