Mozart-interpretatie

Het oordeel over KV 333, deel 3, is in de loop der tijd herhaaldelijk gewijzigd.

Dit komt tot uiting in de volgende uitspraken, die uit verschillende jaren afkomstig zijn. 1951. De onrust van het slotdeel ver-wezen-lijkt de existentiele angst van de in de wereld geworpene, die in Vrijmetselarij en boertigheid tevergeefs een onderdak zocht te vinden. 1961. De dartele passages in het allegro zijn een ludiek protest tegen het verstikkende classicisme waartoe het repressieve establishment hem veroordeelde. 1971. De psychedelische ontladingen in het laatste deel bewijzen dat de man toen reeds, ten tijde van het pre-industriele kapitalisme, onder het mom van burgerlijkheid de gevestigde orde aan zijn laars lapte. 1981. Met deze sensuele triolen raakt hij je lijfelijk aan en laat hij je delen in zijn ervaring; het zijn blije klanken die als evenzovele beiteltjes dat laagje vernis van beschaving wegbikken waardoor je in contact komt met de harmonie diep in jezelf. 1991. Wegvluchtende gebroken akkoorden herinneren aan de wanhoop van het kind Wolfgang Amadeus, dat was overgeleverd aan de wellustige blikken en de handtastelijkheden van al die zogenaamd belangstellende volwassen mannen en vrouwen in zijn omgeving.

1951-1991. Mozart ziet uit de hemel glimlachend op ons neer.