Michail Gorbatsjov mag bij de G-7 op de thee

DEN HAAG, 8 JUNI. Misschien wordt het een kopje thee, misschien een lunch, misschien een diner. Het is nog niet zeker waarop Michail Gorbatsjov getracteerd zal worden als hij half juli in Londen zal aanschuiven bij de leiders van de zeven belangrijkste industrielanden. De enige zekerheid is dat hij met lege handen weer naar Moskou zal terugkeren.

Want bedragen van 100, 150 en 250 miljard dollar die genoemd zijn als noodzakelijke Westerse steun voor de economische hervormingen van de Sovjet-economie, zijn uitgesloten. Michail Gorbatsjov krijgt misschien een paar kruimels, toezeggingen voor technische bijstand, maar geen miljarden Westerse hulp.

Evenmin zal de Sovjet-Unie de status krijgen van economische grootmacht. Want de ontmoeting met de Sovjet-president zal plaats hebben na afloop van het beraad van de staatslieden van de G-7. Als de presidenten en premiers - Andreotti, Bush, Kaifu, Kohl, Mitterrand, Mulroney en gastheer Major - onder elkaar zijn uitgepraat, ontvangen ze Gorbatsjov. De Groep van zeven machtigste industrielanden blijft de G-7 en wordt geen G-8.

Daarmee is The Grand Bargain, het unieke koopje waarmee Westers geld de conversie van de Sovjet-Unie tot een markteconomie zou kunnen financieren, teruggebracht tot zijn werkelijke proporties. Een markteconomie s niet te koop en kan slechts ontstaan als de Sovjet-Unie zelf begint aan de hervormingen waarover zij al jaren praat. Zoals de voormalige Duitse bondskanselier Helmut Schmidt deze week trefzeker zei: “Alleen al het feit dat president Gorbatsjov het Westen om honderd miljard dollar vraagt, toont aan dat hij nog niets begrepen heeft van de werking van internationale markten.”

Steun aan de Sovjet-Unie kwam vorig jaar aan de orde op de economische topconferentie van de G-7 in Houston. Gorbatsjov had op 4 juli 1990 een brief geschreven aan president Bush, waarin hij om buitenlandse technische en financiele hulp vroeg.

De G-7 was in Houston verdeeld: de Amerikanen hielden de boot af en zeiden dat de Sovjet-Unie eerst zijn wapenuitgaven moest verminderen en zijn financiele steun aan Cuba moest intrekken.

Maar de Duitsers, in de roes van de val van de Muur, de Duitse eenwording en het akkoord over terugtrekking van de 350.000 Sovjet-troepen uit Oost-Duitsland, wilden verder gaan. Voor Kerstmis van dit jaar (1990) zal een akkoord over Westerse financiele hulp aan de Sovjet-Unie bereikt zijn, voorspelde bondskanselier Kohl.

De top in Houston besloot tot een studie. Weliswaar had de Europese Commissie zojuist opdracht gekregen van de twaalf EG-landen om een studie naar de Sovjet-Unie te doen, de G-7 besloot dat het Internationale Monetaire Fonds, de Wereldbank, de OESO en de EBRD (de Oost-Europabank van Jacques Attali) eveneens een onderzoek dienden te verrichten. Ondanks vrijwel onoverkomelijke problemen om betrouwbare economische gegevens in Moskou te verzamelen, kwamen beide studies eind vorig jaar uit. De IMF-Wereldbank-OESO-EBRD-studie was vernietigend over de stand van de Sovjet-economie.

Daarna volgde een diepe stilte. In de Sovjet-Unie stagneerden de hervormingsplannen en in Washington was men op zoek naar bijdragen van de bondgenoten ter financiering van de Golfoorlog.

Zodra president Gorbatsjov de binnenlandse machtsstrijd deze lente in zijn voordeel meende te hebben beslist, kregen de economische hervormers weer een kans. Grigori Javlinski, de jongste van de jonge economische adviseurs rondom Gorbatsjov, reisde af naar de Verenigde Staten met een tas vol hervormingsplannen.

Op Harvard University werd ook aan een hervormingsplan voor de Sovjet-Unie gewerkt. Daar hadden de hoogleraren Sachs, Allison en Blackwill een berekening gemaakt die ze The Grand Bargain noemden: met 30 miljard dollar per jaar, gedurende een vijftal jaren, zouden de Westerse landen het meest spectaculaire economische experiment aller tijden kunnen financieren: de omvorming van de Sovjet-Unie tot een markteconomie.

Ondertussen begonnen de Sovjet-leiders de publieke opinie in het Westen te bespelen. President Gorbatsjov en zijn speciale afgezant Primakov (tijdens de Golfcrisis nog onderhandelaar in Bagdad) wezen op de gevaren van mislukte hervormingen: een economische of politieke ineenstorting van de Sovjet-Unie zou tot destabilisatie leiden, die zou overslaan naar het Westen.

Het was een poging tot chantage door een nucleaire supermacht die aan het bedelen was geslagen.

Op Gorbatsjovs verzoek om een uitnodiging voor de top van de G-7 en om 100 miljard dollar steun reageerden Italie en Canada, gevolgd door Frankrijk en Duitsland, positief. De VS en Groot-Brittannie hadden grote aarzelingen; Japan - het enige G-7 land dat over het geld beschikt om eventueel in de Sovjet-Unie te investeren - speelde in het debat geen rol.

Ook de multilaterale organisaties, die vorig jaar de studie naar de Sovjet-Unie hadden verricht, mengden zich in de discussie. Het IMF, de Wereldbank en de OESO waarschuwden dat financiele steun aan de Sovjet-Unie onverstandig is zolang de hervormingen niet zijn begonnen. De Sovjet-Unie is trouwens nog van geen van deze instellingen lid. Het is wel aangesloten bij de Europese bank voor wederopbouw en ontwikkelings, de EBRD van Jacques Attali.

Gorbatsjov zelf bond ondertussen enigszins in. Hij zei naar Londen te willen komen om zijn hervormingsvoorstellen toe te lichten. Bij de aanvaarding van de Nobelprijs voor de vrede, eerder deze week, zei hij dat de Sovjet-Unie de “beschaafde spelregels van de wereldmarkt” wil aanvaarden en met de G-7 in discussie wil treden om een gezamenlijk programma uit te werken. Inmiddels is beslist dat hij mag komen. de officiele uitnodiging zal begin volgende week op het Kremlin bezorgd worden.

Duitsland zal in Londen vermoedelijk met een uitgewerkt hulpvoorstel komen. Bondskanselier Kohl stuurde zijn staatssecretaris van financien, Kohler, naar Moskou om een dergelijk plan uit te werken. Kennelijk volgen de Duitsers nu dezelfde strategie in de G-7 ten aanzien van hulp aan de Sovjet-Unie als de Amerikanen in de Golfoorlog hebben gedaan: ze trachten andere landen te te bewegen om bij te dragen aan een zaak die voor Duitsland politieke, strategische en economische prioriteit heeft.

De VS en Groot-Brittannie blijven terughoudend en zullen zeker politieke eisen aan de Sovjet-Unie stellen. Amerikaanse functionarissen hebben inmiddels laten uitlekken waarop Gorbatsjov wellicht kan rekenen. Een versoepeling van de Amerikaanse invoerbeperkingen op goederen uit de Sovjet-Unie en de goedkeuring van een nieuw krediet voor de export van Amerikaans graan. Verder zou de Sovjet-Unie een beperkt lidmaatschap van het IMF en de Wereldbank kunnen krijgen en technische bijstand op het gebied van energie, milieu, omschakeling van de defensie-industrie en voedseldistributie.

Maar niet op miljarden hulp. Want, zoals zei de Amerikaanse onderminister van buitenlandse zaken, Robert Zoelick, begin deze week zei: “We hebben het niet over Biafra.”