Koerden en Bagdad 'nog ernstig verdeeld'

KALAJOLIN, 8 JUNI. Er blijven nog steeds “ernstige problemen” op te lossen tussen de Koerdische oppositie en de Iraakse regering. Dat heeft de Iraakse Koerdenleider Jalal Talabani onderstreept in een vraaggesprek met het Franse persbureau AFP in Kajolin, ten noorden van Suleymaniyah in het noordoosten van Irak.

Masoud Barzani, die namens de Koerden in Bagdad onderhandelingen voert met de regering, verscheen tegelijkertijd voor het eerst sinds bijna twee weken in het openbaar. Omdat al die tijd niets meer van hem was vernomen, deden in Koerdische kringen steeds meer geruchten de ronde dat hij en zijn delegatie onder arrest stonden. Barzani, die de eerste twee weken van zijn verblijf in Bagdad in een hotel had doorgebracht, zei nu in een gastenverblijf van de regering te zitten.

Barzani maakte twee weken geleden een principe-akkoord met de Iraakse regering bekend. Nu zei hij dicht bij een definitief akkoord te zijn. “We verwachten dat tegen 15 of 16 juni te bereiken, of misschien de 20ste.”

Maar Talabani, die in april zelf onderhandelingen met de Iraakse autoriteiten heeft gevoerd en toen ook een principe-akkoord bekendmaakte, was aanzienlijk pessimistischer. Hij meldde “ernstige moeilijkheden” met de Irakezen over de afbakening van het grondgebied van een autonoom Koerdistan. Volgens hem maakt Bagdad gebruik van voorwendselen om Koerdische steden als Mandali, Khalaqin, Rawandaz of Kirkuk niet bij het Koerdische gebied te trekken.

Het gaat daarbij deels om steden die volgens Bagdad wegens hun nabijheid bij de grens met Iran een strategisch belang hebben.

De regering wil volgens hem het oliecentrum Kirkuk niet onder de Koerdische autonomie laten vallen omdat zij dan “een economische basis zou geven aan een eventuele verdeling van Irak”.

Talabani onderstreepte dat Bagdad in elk geval een eind moet maken aan de arabisering van Kirkuk. Hij zei dat er in 1988, toen Iraakse troepen met aanzienlijk geweld Bagdads gezag over Noord-Irak herstelden en een politiek van arabisering met kracht doorvoerden, 182.000 Koerden uit Kirkuk waren weggevoerd. “We weten niet waar ze zijn.”

Talabani zei dat er wel overeenstemming is bereikt over wederopbouw van de honderden plaatsen langs de grens met Iran die in 1988 en 1989 door de autoriteiten met de grond gelijk zijn gemaakt. Deze zaak was echter nog in de fase van “beloften”.

Een ander probleem vormt de handhaving van het machtsmonopolie van de sinds 1968 regerende Ba'athpartij. De Koerden hebben bij herhaling gezegd de totale democratisering van het Iraakse bestel te eisen. In april zei Talabani zelf in Bagdad nog dat de democratisering van Irak de belangrijkste waarborg was voor eerbiediging van de nationale rechten van de Koerden, en zelfs dat beide partijen het daarover eens waren. Maar nu zei hij dat de nieuwste versie van de ontwerp-grondwet nog steeds een overheersende rol voor de Ba'athpartij handhaaft. “Dat is onaanvaardbaar. Wij willen een grondwet voor alle Irakezem.

Wij willen een leger voor het Iraakse volk en niet een Ba'athistisch leger en een Ba'athistische politie en Ba'athistische inlichtingendiensten''.

In maart stonden de Iraakse autoriteiten nog onder druk, zei Talabani. Maar nu willen ze tijd rekken. “Ze wachten tot de buitenlandse troepen zich hebben terugtrokken (uit het noorden van Irak) en tot de tijd zijn werk heeft gedaan en de internationale steun voor het Iraakse volk is geerodeerd”, meende hij. Maar de Koerden zijn bereid “jaren” te onderhandelen. (AFP, Reuter, AP)