Kiezers kunnen al deze herfst beslissen over de nieuwe machtsverhoudingen; Roemenie is politiek volop in beweging

Eugen Dijmarescu, minister van financien en de spil van het team van hervormers in Roemenie, heeft de kogel door de kerk gejaagd: de parlementsverkiezingen van midden 1992 worden vervroegd tot komende herfst.

De aankondiging, voorlopig onofficieel, maakt geen eind aan het permanente vinnige touwtrekken tussen de regering, die weliswaar vooral uit technocraten bestaat maar nog steeds wordt gedomineerd door het Front van Nationale Redding (FSN), en de oppositie: dat touwtrekken wordt in Oost-Europa's meest gepolariseerde land onverminderd voortgezet, want Front en oppositie blijven hier - een blijvend resultaat van het tijdperk-Ceausescu - elkaar voornamelijk met morele criteria be- en vooral veroordelen.

Maar de aankondiging van Dijmarescu heeft wel een streefdatum gebracht: deze herfst zullen de Roemenen klaarheid kunnen scheppen in de ingewikkelde partijpolitieke verhoudingen en de vergissing kunnen rechtzetten die ze bij hun eerste vrije verkiezingen in juni vorig jaar hebben gemaakt. Toen schonken ze, gemanipuleerd, het verleden beu, bang voor de toekomst en geconfronteerd met een zwakke oppositie, het Front de absolute meerderheid die het nog altijd heeft.

Sindsdien is er politiek nogal wat veranderd, zowel binnen het Front als binnen de oppositie. Het Front kalft af. Voorzitter Petre Roman, tevens premier, had er in maart op het eerste congres van het Front de wind nog aardig onder: het aantal weglopers bleef beperkt tot de groep rond de sociaal-democraat Claudiu Iordache. Maar antwoorden op belangrijke vragen - over de politieke lijn bijvoorbeeld - bleven achterwege en Roman zelf kwam al kort na het congres heftig onder vuur te liggen, van vele kanten: de oppositie kwam met sterke aanwijzingen van corruptie en machtsmisbruik door de premier, parlementsvoorzitter Barladeanu klapte uit de school met bittere verwijten over de vermeende dictatoriale neigingen van Roemenies slimste politicus (“Ik zie de film van Ceausescu's ophemeling weer afrollen”) en zelfs het Front-blad Dimineata vond dat Roman zich “autoritair en opportunistisch”

gedraagt. Belangrijker is de afkalving van het Front zelf: de organisatie die een jaar geleden nog de hoop van miljoenen belichaamde is nu een amorfe mengeling van communistische bureaucraten die pogen hun macht te behouden, jonge hervorminsgezinde professionals, en leden van de oude partijgarde die onder Ceausescu was gemarginaliseerd. Die laatste groep wordt geleid door president Iliescu, wiens populariteit de laatste maanden flink is gekelderd en wiens relaties met Roman, zijn voormalige beschermeling en leider van de jonge technocraten, sterk zijn verslechterd.

Het evenwicht aan de top van het Front is wankel: zonder Roman als brug tussen de verschillende groepen zou het wel eens als een kaartenhuis ineen kunnen storten. Geen wonder dat de oppositie pas op de uitnodiging van een coalitieregering met het Front wil ingaan als Roman als premier verdwijnt.

Het is echter de vraag of het Front het met Roman redt. De populariteit van de regeringspartij staat in geen verhouding meer met die van een jaar geleden. Bij verkiezingen zou het Front nu nog maar dertig procent van de stemmen krijgen, een halvering van het resultaat van een jaar geleden. Steeds meer groepen en groepjes lopen het Front uit om een eigen partij te stichten, een die wel een vastomlijnd programma en een herkenbare ideologie heeft.

De degeneratie van het Front komt niet automatisch de bestaande oppositiepartijen ten goede: zij, de liberalen van Radu Campeanu en de boeren van Ion Ratiu, hebben het afgelopen jaar maar weinig heldhaftigs gepresteerd en derhalve niet geprofiteerd van de daling van de populariteit van het Front.

Het Front heeft zijn aanhang zien halveren, maar de Liberale en de Boerenpartij blijven in de peilingen steken onder de grens van tien procent. Als dat niet verandert, worden komende herfst het Front en de gevestigde oppositiepartijen alsnog tot een coalitie veroordeeld.

Maar het verandert wel: er zijn nogal wat jokers in het politieke spel. De belangrijkste is Alianta Civica, waarin zich een aantal buitenparlementaire oppositiegroepen heeft gebundeld en die zich als politieke partij wil organiseren. De AC wordt geleid door verlichte intellectuelen die zich in het verleden hebben onderscheiden door al dan niet openlijk verzet tegen Ceausescu en na de revolutie geen onderdak hebben gevonden. De AC heeft met de gevestigde oppositiepartijen een akkoord gesloten dat voorziet in een bundeling van krachten.

De kracht van de AC is nooit getest, maar als de voortekenen niet bedreigen is zij beter dan de 'historische' partijen in staat het Front te bedreigen.

Er gebeurt in de marges van het politieke landschap nog heel wat meer. De nationalistische organisatie Vatra Romaneasca heeft zich, in samenwerking met de leiding van het fel chauvinstische blad Romania Mare, een eigen partij aangeschaft, de Partidul Romaniei Mare, de Partij van Groot-Roemenie. Deze PRM belooft “een duidelijke streep te trekken tussen de negatieve erfenis van het communistische regime en dat wat er de afgelopen 45 jaar aan goeds en duurzaams is bereikt”: een soort communisme minus Ceausescu.

Ze belooft een wat griezelige vergaarbak te worden van xenofoben en Hongarenhaters en uit de macht verdreven communisten. In dezelfde week waarin de PRM werd gesticht begon Romania Mare een campagne tegen Medecins du Monde, omdat - volgens het blad - een van de Roemeense medewerkers van die hulporganisatie voor zowel de CIA, het Deuxieme Bureau, de KGB als de Mossad heeft gewerkt, een beschuldiging die doet denken aan Enver Hoxha's groteske aanklacht tegen Mehmet Shehu, tien jaar geleden.

Toch is de Partij van Groot-Roemenie een factor als er straks gekozen wordt. Bij een recente opiniepeiling bleek liefst 51 procent van de Roemenen er een positief of zelfs zeer positief oordeel over Vatra Romaneasca op na te houden.

Een andere - al iets oudere - organisatie wier kracht nog niet is getest is de PSM, de Socialistische Partij van de Arbeid.

De partij, geleid door Ilie Verdet (onder Ceausescu jarenlang premier), had evengoed Communistische Partij kunnen heten, want hier hebben de oude kaders van het vroegere systeem hun politieke onderdak gevonden. In het blad van de partij, Socialistul, worden bittere tranen geplengd over de nederlaag die het systeem in december 1989 heeft geleden en over de “wilde structuren” die sindsdien zijn ingevoerd en die Roemenie degraderen tot “de blindedarm” van de internationale economische gemeenschap.

De communisten krijgen ook steun uit andere hoekjes. Van Ceausescu's voormalige hofdichter Adrian Paunescu bijvoorbeeld, wiens blad Si totusi Iubirea onlangs een brief publiceerde van “een groep leden van de communistische partij” waarin die zich uitvoerig beklaagden over “de haat, de beledigingen en de dreigementen” waarmee ze sinds de verdwijning van Ceausescu door “het schuim van de samenleving” worden bejegend, en waarin ze zichzelf bestempelden als “ware patriotten, die in de gevangenis blootstaan aan een vreselijke verdelgingscampagne”.

De partij beweert 400.000 leden te hebben en nog te groeien. Waarschijnlijk staan in dat getal twee nullen te veel, maar vast staat wel dat de partij goed is georganiseerd, met een harde kern van 170 voormalige kaders van de communistische partij en met twaalfhonderd politieke instructeurs die het partijbeleid uiteenzetten aan al de Roemenen die zich bedrogen en bedreigd voelen door het beleid van het Front en de enorme economische en sociale problemen in Roemenie.

Zo is het politieke landschap in Roemenie, meer nog dan elders, in de aanloop naar de verkiezingen volop in beweging: het Front breekt uit elkaar, de 'fatsoenlijke' oppositie bundelt zich en zoekt naar een coherent programma en geloofwaardige leiders, en de 'onfatsoenlijke' oppositie tracht in te spelen op de gevoelens van ongeduld, frustratie over de slechte economische toestand en nostalgie naar de rust en de relatieve veiligheid van vroeger. Het wordt nog een hele sprint, voor de politieke leiders van Roemenie.