Integratie mongooltjes op basisscholen succes

ZUTPHEN, 8 JUNI. De lopende band stond klaar. Daar kon Arend-Jan wanneer het thuis niet meer zou gaan, worden opgezet en waren hij en zijn ouders verzekerd van volledige verzorging van de wieg tot het graf. De lopende band had veel te bieden voor dit mongolode jongetje: een reeks speciale vormen van onderwijs en speciale woonvormen waar hij en andere kinderen met het syndroom van Down werden beschermd tegen de harde maatschappij.

Maar zijn ouders stond iets heel anders voor de geest: zoveel mogelijk integratie van hun zoon in het gewone leven. En dan vooral in het gewone onderwijs. Ze stonden niet alleen. Sinds 1985 ijvert de vereniging voor een gentegreerde opvoeding van mongolode kinderen (VIM) voor met name integratie van deze kinderen in het gewone kleuter-en basisonderwijs. De VIM, die ongeveer driehonderd echtparen telt, viert vandaag in Zutphen haar eerste lustrum.

In de vijf jaar van haar bestaan heeft de vereniging bij 140 kleuter-en basisscholen over het hele land succes geboekt.

Daarbij is steeds voorop gesteld dat ouders van mongooltjes zich niet verplicht moesten voelen kun kind naar een gewone school te sturen. Het gaat de VIM er vooral om “de vanzelfsprekendheid van de huidige situatie te doorbreken: speciaal- of medisch kinderdagverblijf of een school voor zeer moeilijk lerende kinderen,” zegt VIM-voorzitter dr. E.

Talstra. Van de onderwijsinstellingen wordt ook niet verwacht dat zij hun leeraanbod aanpassen aan de mongolode leerling of die leerling op alle mogelijke manieren over zijn achterstand heen helpen. Talstra: “Er is namelijk geen achterstand. Er is een verstandelijke handicap. We weten heel goed dat daarom het toekomstperspectief van ons kind ook principieel veel kleiner is dan dat van andere kinderen. Een eigen plek van ons kind tussen de anderen, dat is wat we willen.”

Het resultaat is naar beide kanten positief: leerlingen zonder handicap zien ineens dat er ook andersoortige kinderen zijn met wie ze gewoon kunnen spelen, die niet gek zijn en niet weggehouden hoeven te worden. Voor zijn eigen kind, Arend-Jan, ziet Talstra als voordeel dat hij op de montessori lagere school in Amsterdam geen stigma krijgt opgeplakt wat snel gebeurt wanneer kinderen 'van een zelfde soort' apart van anderen worden groot gebracht.

“Het is voor hem een uitdaging. Hij pikt heel veel op. Natuurlijk blijft die achterstand maar hij doet mee aan gewone dingen zoals naar de schooltuin gaan of naar het zwembad.”

Het idee van integratie dateert niet pas van begin jaren tachtig. Tien jaar eerder al werd de vanzelfsprekendheid waarmee kinderen met een handicap naar een speciale school werden gestuurd minder. Dat had niet alleen te maken met de spectaculaire groei van het speciaal onderwijs. “De achterliggende oorzaak was er een van fundamentele onvrede met de vanzelfsprekendheid van de keuze voor speciaal onderwijs als voorziening voor kinderen met handicaps of ontwikkelingsproblemen,” aldus prof. J. Rispens, hoogleraar orthopedagogiek in Leiden in het boekje 'Ja kun je krijgen', over de integratie van mongolode kinderen in het reguliere onderwijs.

De tijfel aan het bestaansrecht van speciaal onderwijs kwam niet alleen in Nederland op maar overal waar een ruim scala aan speciale voorzieningen voorhanden was. In Itale leidde de discussie er bijvoorbeeld toe dat het speciaal onderwijs min of meer werd afgeschaft, in Nederland richtte men zich allengs op integratie.

Een belangrijke rol daarbij speelde de overweging dat gehandicapten de kans lopen in onze samenleving nog steeds te worden gemarginaliseerd. “Deelname aan het arbeidsproces vormt ook nu nog een probleem maar zou vrijwel helemaal uitgesloten zijn wanneer een mongooltje al van jongsafaan gescheiden van niet gehandicapte leeftijdsgenoten zou opgroeien,” aldus Talstra.