In het voetspoor van voorvader Jacob, ontdekker van Paaseiland; 'Zij kwamen ons met blijdschap verwelkomen'

“We werden door de stewardess naar de cockpit geroepen. De 707 dook - pats - door het wolkendek heen en we kwamen schuin op het eiland afvliegen.” “Ik schoot me gek aan foto's en dacht sterk aan mijn vader die dit ook zo graag had willen doen.” “We vlogen over de eerste krater, dwars over het eiland. Het was groen van de eucalyptus en geel van het gras. We daalden de vliegtuigtrap af en zetten voet op Paaseiland. We drukten elkaar spontaan de hand.” Een historisch moment voor vader en zoon Lo en Leo Roggeveen, afstammelingen van Jacob, de ontdekker van het Isla de Pascua.

Lo Roggeveen: “Toen ik negen was wist ik al van Jacob. Ik las een knipsel uit het Algemeen Handelsblad van 1938.” In de loop van de jaren verzamelde Lo steeds meer. Over Jacobs vader Arent en diens cartografie, over het Terra Australis en over Jacob, die als jurist in ruste na een turbulent leven in dit onbekende Zuidland genteresseerd raakte. Het familie-archief groeide. Hij noemde zijn tweede zoon Arent, naar Jacobs vader.

Ook deze Arent ging later geodesie studeren. De verhalen over Paaseiland kregen de kinderen met de paplepel ingegoten. Toen Lo zestig werd, net zo oud als Jacob bij zijn vertrek, was een passend cadeau dan ook snel gevonden. Een reis met z'n oudste zoon Leo naar de geliefde bestemming.

Er was veel veranderd in elf generaties. Op zoek naar het Zuidland voor de West Indische Compagnie (WIC) was Jacob in 1722 op een lage vulkaangroep in de Stille Oceaan gestuit. De pionier organiseerde een landing met 134 man. “Wij quamen zonder eenighe tegenstand aan wal, exept diegene die in de vaartuigen gebleven waren om dese te bewaren, want de inwoonders hadden, in 't minst nogh meeste, geen wapenen, maar kwamen ons met blooten handen by menighte verwelkommen, huppelende en springende van blijdschap,” kon Roggeveens kapitein 10 april in zijn logboek noteren. De ontdekking was een feit.

Niet zonder slag of stoot trouwens. Onderstuurman Mens, die in de veronderstelling verkeerde dat de inboorlingen “de tromp van zijn snaphaan hadde willen vatten en met steenen ook gedrijgt had te willen werpen”, had het vuur geopend en er en passant zo'n tien van hen neergelegd. De commandeur en de zijnen hadden zich een iets vrediger entree voorgesteld.

Zijn afstammelingen werden 268 jaar na dato met veel ceremonieel binnengehaald. De vice-gouverneur en de loco-burgemeester van Paaseiland stonden klaar met bloemslingers en arrangeerden een VIP-behandeling. Het duurste hotel stond tot hun beschikking. Ze kregen een auto met chauffeur en een gids. Leo Roggeveen: “We kregen op een speciale zitting van de gemeenteraad als visita illustre een ceremoniele peddel, de zogeheten ao, uitgereikt. Het was de tweede keer dat men een ao vergaf. Thor Heyerdahl kreeg de eerste.” Een ander ceremonieel hoogtepunt was een grote inheemse barbecue, curante genaamd. Bijzonder omdat Jacob Roggeveen anno 1722 de eerste westerling was geweest die deze Polynesische kookstijl beschreef.

De overige dagen zwierven vader en zoon over het eiland. De tocht leidde ondermeer naar de groeven waar de tot twintig meter hoge voorvaderbeelden werden uitgehakt, die zo karakteristiek voor Paaseiland zijn. Er zijn in totaal 850 van deze gevaarten opgesteld. Ze vormen de bron van wetenschappelijke theorieen en uiteenlopende mythen. Volgens de laatste gegevens werd een beeld opgericht als iemand overleed, met het gezicht naar de dorpsgemeenschap gekeerd.

Het aldus ontstane 'oogcontact' zou een brug slaan tussen de dorpelingen en de goden. En naar het Koningsstrand Anakena, waar Jacob en later ook Heyerdahl geland waren. Lo Roggeveen: “De inheemse bevolking liet ons onze gang gaan, hoewel ze wel steeds vroegen 'Wat vind je er nou van?' Dan zeiden wij 'fantastisch'. En dan was hun antwoord: 'tranquillo, he?' Over Jacob vonden we niks geschreven op het eiland. Maar iedereen kende zijn naam.”

Wie was Jacob Roggeveen? In het archief van de familie wordt eerst zijn vader, de mathematicus-wijnproever-publicist- geodeet Arent Roggeveen beschreven. Deze doet in 1676 de Hoogmogende Heren Tien van de WIC het verzoek “te ontdecken ende te bevaren enige custen en landen gelegen aen ende in de Zuytzee”. Daar zouden goud en kostelijke specerijen voor het oprapen liggen. Arent krijgt toestemming maar hij weet de financiering niet rond te krijgen. Jacob is intussen als notaris te Middelburg gaan werken, wordt door de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) naar Batavia gezonden en maakt in 1714 een omstreden rentree in de Zeeuwse stad. Als libertinist en principieel pietist wordt hij als “schadelijk werktuygh des duivels” spoedig door de gereformeerde burgers verstoten.

Dan vat Jacob, intussen 60 jaar oud, het plan op om met de kaarten van zijn vader het Terra Australis alsnog te gaan zoeken.

Financiering en toestemming verlopen ditmaal vlotjes via de WIC en in 1721 kan hij met drie schepen en 223 koppen uitvaren. Westwaarts zeilend wordt commandeur Roggeveen geconfronteerd met het complete pakket pioniersblues: scheurbuik, een landingsverbod op een verversplaats waar net boekaniers waren komen schuimen, lastige winden, mijten en wormen die de reeds ontoereikende scheepsvoorraden verpesten en foute kaarten van voorgangers. Toch bereiken de mannen redelijk ongeschonden Crusoe-eiland, ter hoogte van Chili.

Daar begint de tocht over de onbekende wateren. Een kleine tien dagen later, op eerste Paasdag, hijst de 'Africaensche Galey' de prinsenvlag, het teken aan de 'Thienhoven' en de 'Arend' die in het kielzog varen, dat er land in zicht was: Paaseiland.

Jacobs reis zou na de ontdekking van het eiland slecht aflopen. Men vond het Zuidland niet en het schip werd bij Indie op onjuiste gronden geconfisqueerd door de VOC. De pionier keerde, voordat hij in Nederland schadeloos werd gesteld, als gevangene met de retourvloot uit de Oost terug.

Leo en Lo pakten na hun acht dagen Paaseiland rustig het vliegtuig over de West terug. Met het voornemen een oud initiatief, eerder om politieke redenen getorpedeerd, nieuw leven in te blazen: een officiele vriendschapsband tussen Paaseiland en het eiland Texel, waar de familie een buitenhuis heeft. De eerste gesprekken met de Chileense ambassadeur en Texelse notabelen zijn intussen gevoerd. Vandaag wordt er verder vergaderd over de band Paaseiland-Texel.

Onderwijl bleek Paaseiland in korte tijd verschillende Nederlandse schrijvers te inspireren. “Ga er niet heen, het is onbeschrijflijk onbeschrijflijk.” Een opvallend citaat van Boudewijn Buch. Hij gaf in damesblad Avenue een motief voor de reis van Jacob Roggeveen: 'Verveling'. En Roggeveen had volgens Buch twee fouten gemaakt: het doden van inboorlingen en het niet-claimen van het prachtige eiland voor Nederland.

Jacobs motief was eerder fascinatie, volgens de familie. “De schietpartij bij de landing in 1722 werd door Jacob en zijn staf scherp veroordeeld. Het niet-claimen... tja. Het eiland bevatte goud noch specerij. En daar was de expeditie primair voor uitgerust.”

Een ander verhaal, dat onlangs de eer had de AKO-prijs 1991 te winnen, bevat echter 'aperte onjuistheden', aldus Lo Roggeveen. Hoofdstuk twee van dit boek, 'Zuidland' van F.P.

Thomese, gaat geheel over Jacob. Volgens Thomese was Jacobs reismotief 'zin geven aan de dood', waarbij de ongelukkige pionier alles voor zijn vader deed. Lo Roggeveen: “Het is wel een erg treurig verhaal geworden, vol fouten.” Zo beweert Thomese dat Jacob in Leiden studeerde, wat niet zeker is.

“Ook was hij geen gesjeesde student, anders word je geen notaris. 'Instemming en financiering door de WIC voor de reis betekende niks voor Jacob', beweert Thomese. Die medewerking moet juist ongelooflijk geweest zijn, waar vader Arent wel het fiat, maar niet de benodigde fondsen kreeg. Tenslotte was hij in Indie geen notaris maar lid van de Raad van Justitie.”

Het met een halve ton beloonde verhaal heeft de familietrots geenszins geschaad. Het heeft na al hun research en avonturen ter plaatse eerder verbazing losgemaakt. “Het verhaal kan onmogelijk op historische gronden berusten. We zijn benieuwd naar zijn bronnen.”