Gardiner benadert met semi-scenisch Serail de ideale Mozartopera

Voorstelling: Die Entfuhrung aus dem Serail van W.A. Mozart door The English Baroque Soloists en The Monteverdi Choir o.v. John Eliot Gardiner. Met: Hans Peter Minetti, Luba Orgonasova, Cyndia Sieden, Stanford Olsen, Uwe Peper en Cornelius Hauptmann. Regie: Lluis Pasqual. Gehoord: 7-6 Concertgebouw Amsterdam. Herhaling: 9-6 19.30 uur.

Net als vorig jaar tijdens het Holland Festival - met La Clemenza di Tito en Idomeneo - is het nu in het Amsterdamse Concertgebouw weer ruim genieten van Mozart-opera, gedirigeerd door John Eliot Gardiner. De semi-scenischeitvoering van Die Entfuhrung aus dem Serail, die morgenavond nog een keer wordt herhaald, is vanaf de eerste maten een feestelijk wonder van overtuigingskracht op diverse terreinen tegelijk: theater, zang en orkestrale begeleiding. De 'enscenering' van de Spaanse regisseur Lluis Pasqual vindt plaats zonder enig gebruik van decor, kostumering of rekwisieten. Ook de scene waarin Pedrillo Osmin dronken voert, wordt geheel gemimed. Verder benut men op inventieve wijze de mogelijkheden van het podium van t Concertgebouw: de hoge trappen, de bijna verborgen podiumdeuren en het monumentale orgel: daar op het klavier zingt Osmin zijn pontificale aria O, wie will ich triumphieren. Wat er verder aan actie is te zien is animerend, ter zake gedoseerd en uitgevoerd met goede smaak: vaak leuk, maar nooit opgelegd lollig. Ook de vocale typering van de personages wordt door de uitstekend gekozen cast al even zorgvuldig ontwikkeld en opgebouwd. Vooral Luba Orgonasova als Konstanze ont daarin een bijzondere intelligentie. Haar eerste aria's - Ach ich liebte en Traurigkeit ward mich zum Lose - klonken moeizaam, gekweld en ongelukkig, Martern aller Arten was een voortdurende wisseling van benarde stemmingen en pas na het weerzien met Belmonte werd haar stem beheerst door een stralende glans, juist ook in het prachtige duet Welch ein Geschick!,waarin Konstanze en Belmonte vol vreugde hun gezamenlijke liefdesdood in de ogen zien. Stanford Olsen is als Belmonte een lichte tenor met fijnzinnige dynamische schakeringen. De Pedrillo van Uwe Peper is nu eens niet zo'n stuitende losbol maar een spits ventje met een fraai pianissmo gezongen romance In Mohrenland gefangen war. De acteur Hans Peter Minetti speelt een niet al te zoetsappige Bassa Selim, voor hem is niet elke gedachte aan wraak zo moreel verwerpelijk als hij aan het slot doet voorkomen. Cornelius Hauptmann is een voortreffelijke Osmin en Blondchen wordt door Cyndia Sieden gezongen als een nachtegaal. Toch, ondanks goede 'enscenering' en fraaie zang, eisen de English Baroque Soloists van Gardiner de meeste aandacht op. Het orkest klinkt in de Turkse scenes als een uitbundige fanfare uit Istanboel. Elders tinkelen en kwinkeleren deze 'solisten' met een overweldigende rijkdom aan details die ik nog niet eerder hoorde, zoals in die begeleiding van Martern aller Arten, bovendien nog met effectvolle ritardandi. Hier benadert Gardiner beslist de idea Mozart.