Bollen

Net als Jeroen Zonneveld (NRC Handelsblad, 28 mei) ben ik geboren in de Bollenstreek en net als hij heb ik in mijn jeugd een groot aantal vakanties besteed aan het werken in de bollen.

Ik heb nooit iets gemerkt van 'achterlijke arbeidsomstandigheden, systematische onderbetaling en kinderarbeid' in het bollenvak. Door het met vakantiewerk in de bollen verdiende geld was ik in staat in de jaren vijftig en dus op jonge leeftijd half Europa te bereizen en daarvan heb ik veel geleerd. Net als vele andere schoolvrienden heb ik het bollenpellen, pluizen, tellen, bijhalen etc. niet ervaren als 'vuil, zwaar en eentonig'. Daarvoor is het seizoen te kort. Het onlangs door de Commissie Zeevalking aangedragen idee om ons niet zo op te winden over al dan niet illegaal seizoenswerk dat maar zo'n drie maanden duurt, spreekt mij dan ook aan.

Zonneveld schept zelfs een onwaarachtig beeld door het werken met gewasbeschermingsmiddelen in de bollenteelt verantwoordelijk te stellen voor een vroegtijdige dood, het lot van de bollenkwekers en hun werknemers.

De studies van de wetenschapswinkel in Leiden hebben nog nooit medisch overtuigend en statistisch betrouwbaar enig verband aangetoond tussen de gezondheidstoestand van de werkers in het bollenvak en daarmee mogelijk samenhangende ziekten. Er is nog nooit structurele gezondheidsschade aangetoond van blijvende aard zoals bijvoorbeeld het geval is bij mijnwerkers. Een speciaal voor werkers in de bollen in het leven geroepen spreekuur aan het Academisch Ziekenhuis te Leiden is wegens gebrek aan belangstelling afgeschaft.

Intussen gaat men in het bloembollenvak aanzienlijk zorgvuldiger om met gewasbeschermingsmiddelen. Het Meerjarenplan Gewasbescherming legt het bollenvak de verplichting op voor het jaar 2000 het verbruik met vijftig procent te verminderen en dat van grondontsmettingsmiddelen zelfs met tachtig procent.