Anders was het misschien helemaal een zootje geworden; Tien vragen aan Marc Delissen

Marc Delissen is de aanvoerder van het Nederlandse hockeyteam dat vanaf woensdag in Parijs de Europese titel verdedigt. De 26-jarige middenvelder (126 interlands) was tevens de woordvoerder van de groep van zeven internationals die bondscoach Rob Bianchi in februari zwaar bekritiseerde. De ex-profvoetballer van FC Amsterdam zou tekort schieten op technisch- en tactisch gebied. Delissen typeert Bianchi als een “te vrijblijvende coach”. Bianchi zit in Parijs toch op de bank. Na het EK wordt hij vervangen door Hans Jorritsma, de nadrukkelijke wens van Delissen en consorten.

Ga je met tegenzin naar Parijs?

Helemaal niet. Het is altijd leuk om een internationaal titeltoernooi te hockeyen. En we wisten vantevoren dat dat met Rob Bianchi als coach zou zijn. Anders hadden we ons harder moeten opstellen in het laatste gesprek met Cornelis (voorzitter van de KNHB, red) en Litjens (bestuurslid, red).

Wat mij persoonlijk betreft had dat mogen gebeuren. Maar goed, het is dus niet gebeurd. We hebben toen misschien tegen beter weten in de lieve vrede bewaard en ons achter het standpunt van de bond geschaard. En dat betekent met Bianchi naar Parijs.

In hoeverre heeft de verstandhouding met Bianchi invloed op jullie prestaties? In de laatste oefenwedstrijden tegen Belgie en India liep het niet.

Ons grootste probleem bij het EK is de erfenis van het laatste halve jaar. Je stapt nu eenmaal niet makkelijk om bepaalde zaken heen en het is ook onzin om te stellen dat de tijd alle wonden heelt. Hoe gaan we in Parijs met die situatie om? Dat zal voor een groot deel het resultaat bepalen. Want we hebben een groep spelers die goed kan hockeyen en een coach die zijn eigen lijn volgt. Dat zou in principe moeten kunnen gaan. Ik heb best een goede verstandhouding met Bianchi. Ik praat gewoon allerlei zaken rondom het elftal met hem door en zit aan tafel ook naast hem. Maar ik ben natuurlijk een aanvoerder die duidelijk heeft gemaakt dat hij problemen met het functioneren van zijn coach heeft. Zoiets blijft voortsudderen. Ik denk dat het ook niet zou werken als ik als aanvoerder zou zijn afgezet. Dan was het misschien helemaal een geworden.

Terugkijkend kan worden gesteld dat het tijdstip waarop jullie met de kritiek op Bianchi kwamen nogal ongewoon was. Hij had net bij het toernooi om de Champions Trophy in november de tweede plaats met Oranje behaald.

Daaruit blijkt dat we onze mening niet aan een resultaat hebben willen koppelen. Het tijdstip geeft dus eigenlijk meer gewicht aan de kritiek. Nu hoor je mensen zeggen dat uit die tweede plaats in Australie juist bleek dat het goed ging. Maar het ging dus niet goed. Al voor Champions Trophy hebben Frank Leistra (doelman en vice-aanvoerder, red) en ik over de situatie gesproken. Je zag op de trainingen en in de wedstrijden dat het niet lekker liep. De spelers waren gemakzuchtig, de echte spirit ontbrak. Je kijkt het dan nog even aan. Ik ging niet mee naar Australie. Daar werd een goed resultaat behaald. Maar tijdens het trainingskamp in Spanje hadden Leistra en ik in de gaten dat het nog steeds niet goed ging. De laatste dag zijn we ergens in Barcelona een kroeg ingedoken, hebben een paar cerveza's gedronken en gepraat.

Daar waren alleen de ervaren spelers bij. De jongeren hebben we er bewust buiten gelaten. Die wilden we niet belasten met zo'n probleem. In '86 is Frans Spits als bondscoach ook weggestemd door spelers als Van 't Hek en Ties Kruize. Ik ben daar toen als nieuweling niet in gekend. We waren in Spanje trouwens opvallend eensgezind in onze mening. We hebben niemand er met de haren hoeven bijslepen. De situatie was zo delicaat dat we het wel naar buiten moesten brengen. Daarom hebben we aan een bestuurslid (Els van Breda Vriesman, red) gevraagd naar wie we nou het eerst toe moesten met onze klachten: Litjens of Bianchi zelf. Vervolgens is het in de kranten gekomen, geheel onverwachts. Dat is nooit onze bedoeling geweest. Wij als spelers hebben ook niet 'gelekt'

naar de pers. Een dergelijk conflict is niet gebruikelijk voor het hockey.

Er is uit jullie eigen omgeving ook veel kritiek gekomen op jullie handelwijze. Hoe kijk je daar achteraf tegenaan?

Voor het hockey is het zeker geen goede reclame geweest. Maar wie moet je daarvan de schuld geven? De bond die Bianchi heeft aangesteld, Bianchi zelf die bepaalde kwaliteiten zou missen of de spelers die misschien dingen niet hadden mogen zeggen?

Ik weet het niet. Het is in ieder geval een slepende zaak van zes maanden geworden. Ik vind het vervelend dat Bianchi het uit de krant heeft moeten vernemen. Maar voor de rest heb ik nergens spijt van. We hebben nooit over het randje gelopen. We moesten gewoon het voortouw nemen. Dat was echt de enige manier. En de mensen die daaraan twijfelen hebben gewoon te weinig inzicht in het probleem.

Misschien heeft de kwestie wel de ogen geopend van mensen die hebben gedacht dat het er in het hockey altijd gezapig aan toeging.

Het is het bewijs dat de huidige generatie spelers professioneel bezig is. We bewaken ons eigen gebiedje nauwkeurig. Vele mensen vinden hockey nog steeds een bekakte sport voor feestvierders. Die stemming wordt ook in de hand gewerkt door een man als Mart Smeets die elke keer als hij bij Studio Sport hockey aankondigt een bepaald toontje aanslaat.

Van mij mag hij dat, want iedereen heeft zijn eigen mening over een sport. Maar omdat Smeets het zo doet nemen anderhalf miljoen ja-knikkers het over. En dat is niet leuk. Ik ben tweeTREMA NA AFBREKING ONDERDRUKT enhalve maand per jaar voor het hockey in het buitenland en zes dagen in de week met hockey bezig. Ik vier geen feest. Ik las laatst dat de coach van de volleybalsters, Hans van Wijnen, het geen kunst vindt om wereldkampioen in sporten als korfbal en hockey te worden.

En dat is toch iemand die zelf op topniveau bezig is. Dat vind ik ongelooflijk. Hij toonde absoluut geen respect. Hockey is niet een goede strafcorner en hup we zijn wereldkampioen. Daar zitten uren en uren training achter.

Toch vinden vele mensen hockey te eenzijdig wegens de grote invloed van de strafcorner. Behoor jij tot de groep die vindt dat de importantie van de corner moet worden teruggedrongen?

Dat is echt het laatste dat je zou moeten doen. Een strafcorner is steeds weer een mooi moment, veel spanning en concentratie. Iedereen gaat er voor staan of zitten. Ook op tv geeft het een mooi beeld. Dat is misschien makkelijk gezegd omdat Nederland een hele goede corner heeft. Maar ik ben echt nog nooit een wedstrijd ingegaan met het idee van: we moeten veel corners forceren want dan winnen we wel. En iedereen in de wereld weet trouwens precies hoe wij die bal aanslaan, stoppen en inslaan. Elk land heeft video en dus kunnen ze 300.000 corners van Bovelander bekijken. Toch lukt het ze niet alle schoten te stoppen. Er zit gewoon veel know-how achter zo'n simpele corner. Ik kan genieten van een schot van Bovelander of Weterings. Sinds het vertrek van Hendrik-Jan Kooijman bij het Nederlands elftal ben ik de stopper bij de corner geworden. Dat vind ik weleens jammer. Ik concentreer me helemaal op die stop zodat ik het schot niet kan zien. Als ik opkijk is het een goal of geen goal.

Jij hebt als centrale middenvelder een zeer arbeidsintensieve positie. Dat is je soms aan te zien op het veld. Maak je je wat dat betreft zorgen voor de komende jaren?

Ik ben nog lang niet opgebrand. Ik ben pas 26 jaar. Mijn beste jaren moeten nog komen. Dat weet ik zeker. Het is zwaar, natuurlijk. Ik studeer rechten. Mijn agenda is overvol. Het kan dan ook niet anders dat ik af en toe last heb van een terugslag. Dat was afgelopen seizoen het geval. Echt dramatisch was dat ook weer niet. Met HGC hebben we tot een speeldag voor het einde meegedaan om het kampioenschap. Soms denk ik er weleens aan om als uitdaging op een andere positie te gaan spelen. Midden-midden is een leuke plaats. Maar ik zou heel graag in de spits willen spelen. Het is toch het leukste om aan te vallen, je alleen in balbezit druk te hoeven maken.

Maar dat zijn van die droombeelden van me. Ik besef dat iedereen zo zijn typische kwaliteiten heeft.

Wat zou je hebben gedaan als Hans Jorritsma niet de bondscoach zou zijn geworden na het EK?

Dan zou ik hebben overwogen om als international te stoppen. Het laatste halve jaar heeft me ontzettend veel tijd gekost aan randverschijnselen. Mijn telefoon heeft niet stil gestaan.

Als dat allemaal voor niets zou zijn geweest, had ik het waarschijnlijk niet kunnen opbrengen om aan het zware Olympische jaar te beginnen.

Door jullie nadrukkelijke roep om Hans Jorritsma is er een soort aureool rondom hem ontstaan. Van hem wordt straks in Barcelona Olympisch goud verwacht. Met minder wordt geen genoegen genomen.

We moeten ons met z'n allen heel goed realiseren dat Jorritsma geen tovenaar is die twee keer met zijn stokje zwaait en dan goud in zijn handen heeft. Ik weet dat we straks aan het verleden herinnerd zullen worden als de resultaten slecht zijn. Van: jullie wilden toch zo graag Jorritsma. Maar de hele hockeywereld weet gewoon dat hij de beste is. We willen straks in Barcelona een serieuze gooi doen naar de eerste plaats.

Daarvoor moeten de omstandigheden optimaal zijn. En daar valt het bondcoachschap natuurlijk ook onder.

Had je liever gehad dat Bianchi al voor het EK zou zijn vervangen?

Er hoort in Parijs niemand anders op de bank te zitten dan Bianchi. Sinds die crash van februari hebben we gewoon met hem doorgetraind. De ploeg die bij het EK op het veld zal staan is zijn team. Het zou voor niemand goed zijn als je daar dan ineens een andere coach bij zou zetten. Ik zal onder Bianchi echt niet minder gemotiveerd zijn. Rob zorgt bij mij niet voor de motivatie en haalt die ook niet weg. Dat regel ik allemaal zelf. We hebben in de poule gunstig geloot. We zijn aan onze stand verplicht om in ieder geval de halve finale te bereiken.

En treffen we dan de Engelsen of de Spanjaarden, hebben we een hele goede kans om de finale te bereiken. Met de Duitsers zal dat iets moeilijker liggen. Kijk, haal je in Parijs geen medaille dan heb je het slecht gedaan. Ook onder de huidige omstandigheden.