Westen sluit de gelederen; Navo blijft basis veiligheid

Het Atlantisch bondgenootschap blijft de basis van de Westerse veiligheid, hebben de NAVO-ministers van buitenlandse zaken vanmorgen verklaard. De Amerikaanse minister Baker overlegt vandaag met zijn Sovjet-collega Bessmertnych over beperking van de strategische bewapening en over een top Bush-Gorbatsjov. De Sovjet-leider zal niet worden uitgenodigd voor de top van de G-7, maar pas na afloop worden ontvangen.

KOPENHAGEN, 7 JUNI. Het Atlantisch bondgenootschap blijft het belangrijkste forum voor beraad en voor overeenstemming over veiligheids- en defensiepolitiek. Voor een onafhankelijke Europese defensie-identiteit is geen plaats. Met die constatering hebben de ministers van buitenlandse zaken van de zestien NAVO-landen vandaag de onveranderde plaats bevestigd die het Atlantisch bondgenootschap in de veiligheidsstructuur van een veranderd Europa moet innemen. Tijdens een topconferentie op 7 en 8 november in Rome zal definitieve goedkeuring gehecht worden aan de nieuwe strategie van de NAVO.

In het slotcommunique dat de ministers na een tweedaagse vergadering in Kopenhagen hebben aangenomen is zorgvuldig gestreefd een evenwicht tot stand te brengen tussen enerzijds de Europese wens om een veiligheidsdimensie toe te voegen aan de Europese Gemeenschap en anderzijds de noodzaak de transatlantische band niet in gevaar te brengen. Tegelijkertijd wordt de noodzaak onderstreept om “passende verbindingen en consultatieprocedures” tot stand te brengen opdat de Europese NAVO-landen die geen lid zijn van de EG of de Westeuropese Unie “op passende wijze” worden betrokken bij “beslissingen die hun veiligheid zouden kunnen aangaan”.

Daaruit kan de conclusie worden getrokken dat de ontwikkeling van een Europese veiligheidsidentiteit, zoals de EG die wil ontwikkelen, geen isolerend effect mag hebben op de andere Europese NAVO-leden die geen lid zijn van de EG, zoals Noorwegen, Turkije en IJsland.

De ministers, inclusief de Franse minister Dumas, zijn het erover eens geworden dat, parallel met het opkomen en ontwikkelen van een Europese veiligheids- en defensie-identiteit, de “essentiele transatlantische band die het bondgenootschap garandeert wordt versterkt en dat de strategische eenheid en ondeelbaarheid van de veiligheid van alle leden wordt gehandhaafd”.

Pag 5:

Zorgvuldig evenwicht

In de poging om stabiliteit in vrede en vrijheid te garanderen, zo wordt in het slotcommunique gezegd zijn de NAVO, de EG, de WEU, de CVSE en de Raad van Europa “cruciale instellingen”: “Wij worden geleid door ons uiteindelijke doel om een rechtvaardige en blijvende vreedzame orde in heel Europa te vestigen.”

Een getransformeerd Atlantisch bondgenootschap betekent een “essentieel element in de nieuwe architectuur van een onverdeeld Europa”, zo wordt gezegd. “We zijn het erover eens dat het bondgenootschap de flexibiliteit moet hebben om door te gaan met zich te ontwikkelen zoals de veiligheidssituatie voorschrijft.”

In een afzonderlijke tekst worden als de vier belangrijkste veiligheidstaken van de NAVO genoemd: 1) het voorzien in de onmisbare basis voor een stabiele veiligheidssituatie in Europa; 2> het dienen als transatlantisch forum voor geallieerde beraadslagingen over kwesties die de vitale belangen raken; 3> het afschrikken van en verdedigen tegen iedere dreiging met agressie tegen het grondgebied van een NAVO-lidstaat; 4> het in standhouden van het strategische evenwicht in Europa. Met die definitie blijft de grondslag van de NAVO, zoals die is geformuleerd in het Verdrag van Washington van 1949, zo stellen de ministers, onveranderd.

Niettemin sprak NAVO-secretaris-generaal Manfred Worner op een persconferentie vandaag over de “meest radicale transformatie in de geschiedenis van het bondgenootschap”. Hij doelde daarmee echter vooral op de ingrijpend veranderde relatie met de landen in Midden- en Oost-Europa en de Sovjet-Unie, die tot gevolg hebben gehad dat de NAVO die landen niet langer als tegenstander beschouwt, maar er integendeel een uitgebreid netwerk van wederzijdse betrekkingen op allerlei gebied mee wil opbouwen. Dat nam overigens niet weg, zo zei Worner dat elke bedreiging of poging tot intimidatie in Oost-Europa voor de NAVO een “directe en materiele zorg” zou betekenen.