Werkvoetbal bezorgt Kaiserslautern titel

BONN, 7 JUNI. Als ze dat nog kunnen na de nederlaag van de Nationalmannschaft in Cardiff tegen Wales, jongstleden woensdag (1-0), beginnen morgenmiddag om een uur of half zes miljoenen Duitse voetballiefhebbers hartelijk te lachen. Althans: voorzover zij niet uit de Beierse hoofdstad komen.

Morgen immers maakt een provincieclub het seizoen voor het landelijk onbeminde miljoenenteam van Bayern Munchen definitief mislukt. De formatie van trainer Jupp Heynckes en manager Uli Hoeness is al uitgeschakeld voor de Duitse beker, vorig najaar door een onbetekenend amateurclubje. En Heynckes' prognose dat Bayern dit jaar de Europa Cup voor landskampioenen zou winnen, werd een paar maanden geleden gelogenstraft door Rode Ster Belgrado. Morgen vervliegt ook de laatste hoop van Bayern op de Duitse voetbaltitel.

Want morgenmiddag haalt FC Kaiserslautern in het eigen, al weken uitverkochte beroemd-beruchte Betzenberg-stadion (38.000 mensen) in zijn voorlaatste wedstrijd, tegen Borussia Monchengladbach, tenminste dat ene punt dat nog nodig is om Bundesliga-kampioen te worden, verwachten de supporters. Dan staat ook vast dat het op fysieke kracht en inzet gebaseerde 'werkvoetbal' van Kaiserslautern, de trouw en het fanatisme van zijn aanhang en de bijzondere kwaliteiten van de oudste trainer van de Bundesliga, de 57-jarige Karl-Heinz 'Kalli' Feldkamp, voor een wondertje hebben gezorgd.

Van een wondertje mag om veel redenen worden gesproken. Feldkamp was anderhalf jaar geleden als trainer al op een exotisch zijspoor geraakt. Hij werkte in Egypte, toen hij het verzoek kreeg om in de eindfase van het 34 wedstrijden lange Duitse voetbalseizoen het door grote degradatiezorgen geplaagde Kaiserslautern te komen redden. En dat lukte. Meer dan dat: totaal onverwacht wist hij met een team van betrekkelijk anonieme krachten ook nog, in het Berlijnse Olympiastadion, de finale om de Duitse beker ruim (4-1) van het favoriete Werder Bremen te winnen.

De naam van zijn enige toenmalige vedette, aanvaller en aanvoerder Stefan Kunz, een politieman die een paar jaar geleden van Bayer Urdingen was gekomen, was al bekend. Maar door de verrassing van Berlijn kregen ook spelers als bijvoorbeeld de Joegoslaaf Demir Hotic en Bruno Labbadia bovenregionale bekendheid. Toch, zo wisten Duitse voetbaldeskundigen toen al zeker, zou Feldkamps Kaiserslautern in het volgende seizoen een gevaarlijk grote prijs gaan betalen voor zijn op veel wilskracht en opportunisme steunende krachtspel.

Nu, die voorspellingen zijn niet uitgekomen. Hoewel Kaiserslautern dit seizoen voortdurend een groot aantal geblesseerde spelers kende, wat zowel met de eigen speelwijze als met de conditioneel zware eisen van de Bundesliga te maken zal hebben gehad, staat de club al sinds december bovenaan. Wat tot een laaiend enthousiasme in dit tamelijk armelijke stuk van de deelstaat Rijnland-Palts leidde. En tot een voortdurend vol stadion.

Dat Feldkamp uiteindelijk niet minder dan 24 spelers nodig had, soms moest hij zelfs aan amateurs zijn wilskracht-tonicum verstrekken, deed aan de pret niet af. Op de gevreesde Betzenberg werd dit seizoen de ene na de andere gerenommerde tegenstander met de tactiek 'lange halen, heel snel thuis, gaat u niet opzij, dan gaat u maar liggen' aan stukken gespeeld. Waar nodig sleurde het uitzinnige publiek zijn team af en toe door korte sportieve recessies. In uitwedstrijden vertoonde de provincieclub bovendien vaak ook nog een ongedachte vaardigheid in countervoetbal.

En zo kwam de onmogelijk geachte kampioenstitel van een als nogal middelmatig ingeschat team zonder internationals eigenlijk almaar dichterbij. De zwarte hand deed trouwens volop mee om Kaiserslauterns gang naar het kampioenschap te helpen voltooien. Dat bleek vorige week, toen in een moeilijke uitwedstrijd bij Werder Bremen keeper Oliver Reck van de thuisclub zo aardig was om de bal na een vrij onschuldige hoekschop door de benen te laten glippen en Kaiserslautern daarmee de overwinning te bezorgen. Een overwinning die de aanhangers van Kaiserslautern en Bremen ongewoon eendrachtig vierden onder het elektronische scorebord in het Weser-stadion.

Want op dat bord was inmiddels duidelijk geworden dat Bayern Munchen bij het kleine Wattenscheid 09 in de blessuretijd alsnog had weten te verliezen. Wat Bayern op vier punten achterstand bracht en de Munchense trainer Heynckes alvast inspireerde tot realistische felicitaties aan Kaiserlautern. Trainer Feldkamp wilde daarvan, op een punt van de titel, vorige week nog niet weten. Hij varieerde op Gorbatsjov met de woorden: “Wie te vroeg juicht, wordt gestraft”. En hij maakte van de vrije maandag van zijn spelers een extra trainingsdag.

Kaiserslautern vierde zijn eerste en laatste Duitse kampioenschappen in de jaren vijftig (1951 en 1953). Destijds met een team waarin internationals als Liebrich, Kohlmeyer, Eckel en de gebroeders Fritz en Ottmar Walter speelden. Vooral captain Fritz Walter, vandaag een hartpatient die niet meer naar het stadion durft te komen maar aanmoedigende telegrammen stuurt, was ooit een nationale beroemdheid.

Namelijk als aanvoerder van het Duitse team dat in 1954 wereldkampioen werd door in de finale op de valreep van Hongarije (met Puskas, Csibor, Budai, Kocsis etq.) te winnen. Tor, Tor, Tor, klonk het aan het slot van Die Ehe der Maria Braun, Fassbinders leerrijk-tragische film over de eerste onzekere jaren van de Bundesrepubliek. Morgen klinkt dat waarschijnlijk weer, als op de Betzenberg in Kaiserslautern het eerste Bundesliga-kampioenschap in het verenigde Duitsland een feit wordt. Wie, in Hamburg, Frankfurt, Marseille, Milaan of Amsterdam, van mooi voetbal houdt, hoeft er niet blij van te worden.