Voor weduwen en science-fictionlezers; Bij de dood van Angus Wilson (1913-1991)

Vorige week overleed de Engelse romanschrijver Angus Wilson op 77-jarige leeftijd. Zijn romanpersonages zijn wel gekarakteriseerd als “allemaal Angus Wilson zelf die doet alsof hij die denkbeeldige personen is.”

Bijna is Sir Angus Wilson vorige week in armoede gestorven, nadat hij de laatste tien jaar haast niets meer gepubliceerd had. Verleden jaar hebben vrienden en sympathisanten een bedrag bijeengebracht, en van het Royal Literary Fund een toelage verkregen; daarna is hem een voorschot betaald op de televisiebewerking die binnenkort gemaakt zal worden van zijn roman Anglo-Saxon Attitudes.

Dat hij niet meer schreef kwam van de encefalitis, die zijn hersens in de war gebracht had. Dat hij geen geld overhield kwam doordat zijn werk weinig meer verkocht werd. De hoop bestaat dat dit laatste na zijn dood zal veranderen, dank zij Penguin, die een aantal van zijn romans opnieuw gaat uitbrengen, en de televisie die zijn naam weer bekend zal maken.

Hij zou niet anders verwacht hebben dan dat het publiek hem vergat. Zijn romans kwamen met lange tussenpozen uit (een totaal van acht in dertig jaar), en er kon nooit op gerekend worden dat de volgende boeiend zou zijn op dezelfde manier als de vorige. Hij zou het makkelijker gehad hebben als hij zich gehouden had aan de thema's van zijn vroege korte verhalen, waarvan drie bundels verschenen in de jaren vijftig, hoofdzakelijk over verschuivingen in de sociale verhoudingen in het naoorlogse Engeland. Die zijn grappig en vinnig en nauwkeurig, al schreef hij ze volgens zijn eigen zeggen ieder in een dag, op zondag; sommige ervan staan al zo goed als vereeuwigd in de bloemlezingen ('Raspberry Jam', 'More Friend than Lodger', 'A Bit off the Map').

Spiegel Een snelschrijver bleek hij op langere baan niet te zijn. In 1952 verscheen zijn eerste roman Hemlock and After; vier jaar later kwam Anglo-Saxon Attitudes, waar de meeste lezers nog dadelijk aan denken bij het horen van zijn naam. De titel had niet beter gekund, in een tijd toen de Engelse cultuur de behoefte had om zichzelf in de spiegel te bekijken en zich af te vragen wat er gebeurd kon zijn; bovendien is het een roman met talrijke personen die markante eigen tonen aanslaan.

Twee jaar erna kwam The Middle Age of Mrs. Eliot, over een weduwe die haar leven vorm moest geven; en in 1961 The Old Men at the Zoo.

“Eerst bouw ik een publiek op van weduwen en dan komt het volgende boek en het gaat over een oorlog in de dierentuin, dan ben ik de weduwen kwijt en trek SF-lezers aan; daarna komt er een boek over een hotelhoudster en al de SF-lezers gaan weer verloren”, legde Wilson in 1976 uit aan C.C. Barfoot die hem in Amsterdam ondervroeg voor de Dutch Quarterly Review.

Hij vervolgde toch zijn eigen weg, van de sociale komedie naar het morele conflict, en dan door naar experimenten met de romanvorm.

Waarschijnlijk vervreemdde hij meer twijfelaars door telkens anders te kijken en te construeren dan doordat hij verschillende soorten mensen beschreef.

Er zijn wat genteresseerde lezers die vinden dat van al Wilsons romans The Old Men at the Zoo het meeste leven in de verbeelding brengt. Als verhaal over bestuurders met hun principes en hun intriges is het in ieder geval voor de helft verbeelding. In de andere helft breekt er een oorlog uit tussen Engeland en Europa waarin het zijn greep op bestuurszaken laat varen en een fantasie wordt over sociale ontwrichting, met bombardementen en honger en opstanden. Precies in model blijft het dan niet; sommige lijnen in het verhaal gaan verloren, maar ik heb het altijd de moeite waard gevonden om de overblijvende bij elkaar te zoeken.

DUBBELZINNIG

Andere lezers van Wilson voelen meer voor Late Call van 1964, of voor zijn voorlaatste roman die de meest dubbelzinnige is in het gebruik van de vorm, As if by Magic van 1973. Nu hij dood is zullen zijn boeken langzamerhand volgens een vastere waardering gerangschikt kunnen worden. Het zal een hele opgave zijn, want als zij een zwakte hebben, komt het niet doordat zij ooit te makkelijk verteld zijn maar doordat hun concentratie te zwaar valt.

Zolang hij kon was Wilson een onderzoeker van de roman en van zichzelf. Het staat niet vast dat hij daarmee altijd de beste resultaten verkreeg. In 1963 verscheen een bewerking van drie lezingen van hem over zichzelf onder de titel The Wild Garden. Een van de dingen die hij daarin wilde ophelderen was de dubbele betekenis die het idee van een tuin voor hem had, aan de ene kant als teken van de wilde natuur in de bewoonde wereld, anderzijds als beschaafde plek in de wildernis. Het is een tegenstelling waar de lezer zich iets bij kan voorstellen, maar de opheldering stelt teleur omdat hij een tijd lang doorgaat zonder dat de onderscheiding scherp aangegeven wordt.

Soms maakte Wilson misschien te veel werk van zijn werk. Om het zeker te weten zullen wij het nog eens op een rij moeten lezen, en zijn ontwikkeling volgen. Er zal van alles begrijpelijk worden hoewel niet veel dat duidelijker spreekt dan iets wat hij ook tegen Barfoot zei in 1976: “Als je mij op een willekeurig ogenblik naar mijn gedachten vraagt zou het je verbazen zo treurig als ze zijn, maar tegelijk ben ik iemand die geweldig plezier heeft in het leven.”

En verder? Hij liet al vroeg merken dat hij homoseksueel was, toen de meesten in Engeland daar nog moeite mee hadden, en hij heeft dertig jaar samengeleefd met Tony Garrett. Hij had een hoge stem waar nieuwelingen in het gesprek aan moesten wennen. Hij praatte zoveel dat het verwondering wekte dat hij toch ook bijna alles hoorde wat anderen zeiden. Hij was goed in het imiteren van mensen, en zo maakte hij ook zijn romanfiguren, zodat ze wel gekarakteriseerd zijn als allemaal Angus Wilson zelf die doet alsof hij die denkbeeldige personen is. Zou dat een tekortkoming van de romans zijn? Nee integendeel: dat is er een aantrekkelijkheid van.