Stan Getz, saxofonist van de sierlijke jazz, overleden

De Amerikaanse tenorsaxofonist Stan Getz is gisteren op 64-jarige leeftijd in zijn woonplaats Los Angeles overleden. Getz, die altijd vond dat zijn jeugd te kort was geweest, werd in 1927 in Philadelphia geboren als kind van Russische emigranten en groeide op in New York City. Nog geen vijftien jaar oud stond hij al op het jazzpodium, dat hij tot aan zijn dood niet meer zou verlaten.

Stan Getz, de blanke jazzmusicus met mediterraan-blauwe ogen, was een lyricus op de tenor. Hij speelde in lange, sierlijke frasen, elegant en poetisch, sensueel en erotisch. “Mijn leven, dat is de muziek. Ik heb altijd, bijna ziekelijk, gezocht naar de perfectie in de muziek ten koste van de rest in het leven. Muziek is voor mij schoonheid.

Koel en toch warm, als een vrouw'', luidde zijn artistieke credo. Misschien is het aan dat besef van een te kortstondige jeugd te danken dat de jazz van Stan Getz altijd jeugdig en energiek heeft geklonken, tot aan zijn laatste album Apassionado van vorig jaar.

In 1943 speelde Getz met Jack Teagarden, en hij nam deel aan bands als die van Benny Goodman, Woody Herman en Stan Kenton. In 1990 ontving de saxofonist de Bird-trofee voor jazzmuziek, die werd uitgereikt tijdens het North Sea Jazz Festival. Getz' optreden in Den Haag was zijn laatste in Nederland. Ondanks enkele operaties - Getz overleed aan kanker - musiceerde hij zoals in de decennia daarvoor: met een ogenschijnlijk gemak combineerde hij een melodische voordracht met een zeer specifieke timing.

Met gelijkgestemde saxofonisten als Zoot Sims en Al Cohn nam hij in 1949 bij Prestige de legendarische plaat The Brothers op, geblazen in de stijl van Lester Young. Op onnavolgbare wijze verbond Getz de bebop met lyrische improvisaties. De cool-jazz was geboren, muziek die zich concentreerde op kalme ballads van een ijzige schoonheid.

Pag. 6

Een golden boy met een zilveren toon

Vlak voordat Getz vorig jaar op het North Sea Festival optrad, heb ik hem kort gesproken. Hij verzette zich tegen de alom verspreide gedachte als zou hij halverwege de jaren vijftig met de bossa-nova een come-back hebben gemaakt, omdat de cool-jazz voorbij zou zijn. Getz wilde niets van enige terugkeer horen: “Ik maakte geen come-back because I was nowhere. Als jazz-musicus ben je nooit ergens. Ik weet niet waar mijn ontwikkeling heen zal leiden. Er zijn stijlen die me inspireren en die ik in mijn muziek wil verwerven, zoals toentertijd de bossa-nova. Ik houd van romantische elementen en van eenvoudige melodische lijnen. Ik laat de stemming doen wat ze wil doen. Alles komt van binnenuit.” Het album Desafinado uit 1962 vormde het hoogtepunt van Getz' bemoeienis met de bossa-nova. Zijn nummer 'The Girl from Ipanema', ook gezongen door Astrud Gilberto, is nog steeds van een onverwoestbare schoonheid. Aan het eind van de jaren vijftig kreeg hij de bijnaam The Sound vanwege zijn pure, zilverachtige toon.

Al speelde Getz cool, de emotie was warm en de swing was hot. Het is nauwelijks voorstelbaar dat de saxofonist die Desafinado opnam zo opzwepend kon swingen met 'Zing Went The Strings Of My Heart' van het album Long Island Sound of met 'La Fiesta' en 'Lush Life'. Luister maar naar de onstuimige hitte en het warme vibrato die uit beide nummers klinken. Getz behoorde nooit tot een school. Zijn 'sound' is in alle stijlen terug te vinden; ballade-achtige schoonheid waar af en toe een dolkstoot blues doorheen klinkt.

Stan Getz bezocht regelmatig Europa. Van Kopenhagen maakte hij een toonaangevende jazz-stad en met name in Nederland kwam hij graag. Hij wilde de mensen hier in het koude klimaat de gloed van de jazz geven.

Op zestigjarige leeftijd wist hij nog met slechts acht maten een tjokvolle club in Chicago stil te krijgen, alleen het getinkel van ijsblokjes in de glazen was te horen. Getz was een vitale saxofonist, al sinds zijn eerste optreden als golden wonder boy, die zich niet de rust van de roem gunde en aldoor op zoek was naar nieuwe muzikale stijlen.