Sembene Ousmane; Troubadour in Afrika

Sembene Ousmane is in Nederland om deel te nemen aan het symposium Primair Literair. Ousmane (Senegal, 1923) is voor mij bovenal de schrijver van mooie boeken als de verhalenbundel Krassen van Vrijheid, de satirische politieke thriller Einde van een imperium en de novelles De postwissel en Niiwam, die is opgenomen in het, overigens fraai ogende, honderdste deel van de Derde Spreker serie.

In een beeldende stijl, sterke dialogen, eenvoudig taalgebruik en met de nodige suspense beschrijft Ousmane de Senegalese samenleving voor en na de onafhankelijkheid. Zijn hoofdpersonen zijn meestal boeren, arbeiders en vrouwen. Ousmane, voormalig dokwerker, metselaar en fietsenmaker beschrijft het leven van alledag, waarin hij zich indirect teweer stelt tegen de blanke of zwarte bourgeoisie. De auteur noemt zichzelf een moderne griot (van oudsher een soort troubadour) die de geschiedenis, zowel de hedendaagse als die van vorige generaties, doorgeeft. Het moderne bestaat hieruit, dat Ousmane de gaven van de traditionele verhalenverteller koppelt aan de analytische geest van de moderne Afrikaan.''

Uw werk is doortrokken van een sociaal engagement. Nu heeft men in het westen vaak moeite met dit begrip. Is dit te wijten aan een verschil in cultuur?

“Ik denk, dat van oudsher de kunstenaar in Afrika dichter bij het volk staat en er een hechtere relatie bestaat tussen kunstenaar en publiek. Misschien is het te vergelijken met de minstrelen in Europa tijdens de Middeleeuwen. Het publiek vraagt dingen van de kunstenaar, die zich vervolgens direct tot het volk richt. Dat is ook de reden waarom de thema's in de Afrikaanse literatuur zo politiek zijn. Het publiek eist dat als het ware. Doordat ik in dat vraag- en antwoordspel leef, voel ik de druk en verwachtingen van het publiek, waarvan ik zelf natuurlijk ook deel uitmaak.

“Die hechte relatie is echter ook gevaarlijk. Als bekend schrijver word je al gauw een gevierde persoonlijkheid. De roem kan je dan naar het hoofd stijgen. Om een voorbeeld te noemen, toen ik Niiwam schreef, heb ik de bus genomen en de conducteur vertikte het om mij een kaartje te laten kopen. Ik vertelde hem, dat de bus in mijn werk een rol ging spelen en ik het traject een paar keer moest afleggen, om het goed in me op te nemen. De conducteur zag een gratis buskaartje als zijn tegenprestatie. Ik zou duizend van dit soort voorbeelden kunnen opnoemen. Ik heb wel moeite met die roem, omdat ik bijna geen priveleven meer heb. Overal word ik aangesproken door mensen. Wat nog gevaarlijker is, is dat religieuze en politieke groeperingen proberen mij te claimen. Daar wil ik mij verre van houden, maar in een samenleving als de mijne is het heel moeilijk om dingen te weigeren.

Ik koester echter totaal geen politieke ambities.''

U heeft wel eens gezegd, dat een kunstenaar een politieke taak heeft.

Wat heeft kunst met politiek te maken? “Literatuur is een component van de cultuur, die als geheel de politiek voedt en corrigeert. In die eenzijdige benvloeding, want de politiek voedt niet de cultuur, zit het politieke element van mijn werk. Ik vind het belangrijk om door te geven wat er leeft en wat wellicht (door de politiek) over het hoofd wordt gezien. Ik zie mijzelf als een trechter. Ik woon tussen het volk en zuig alles in mij op als een spons, alle contradicties in de samenleving, het gewone leven, de invloed van de politiek daarop of juist het gebrek aan politieke invloed daarop. Dat verzamel ik in mijn trechter en laat ik vloeien in de fles oftewel het boek.”

Een schrijver is toch meer dan een trechter? Uw werk bevat toch ook veel autobiografische elementen.

“Ik verzin inderdaad weinig. Ik neem altijd dingen, die echt gebeurd zijn. Je moet het zien als een participerende observatiepost. Ik pak een stukje van mijn eigen leven, mijn observaties en mijn interpretatie daarvan. Vervolgens komt de schrijver in mij boven, die er met literaire middelen een verhaal omheen weeft. Los van de boodschap, ben ik natuurlijk in de eerste plaats een schrijver. Ik schrijf, omdat ik ontzettend veel van literatuur houd.”

Maryse Conde heeft eens gezegd dat engagement een cliche is en een schrijver toch in de eerste plaats voor zichzelf schrijft.

“Dat is haar mening en niet de mijne, maar als je haar boeken leest, zie je, dat alles wat ze schrijft betrekking heeft op haar eigen achtergrond en cultuur. Dat noem ik ook engagement. Engagement is niet per definitie een wrekend of aanklagend schrijven. Het is je teksten laten doordrenken van je eigen cultuur.”

U bent in de jaren vijftig met schrijven begonnen, omdat u het echte Afrika niet in de literatuur terugvond. Bent u inmiddels van mening veranderd?

“De schrijvers uit die tijd, zoals Leopold Senghor, waren koloniale kinderen, die een geromantiseerd Afrika van palmen, stranden en een blauwe lucht beschreven. Het Afrika van de gewone mensen, het dagelijks verdriet vond ik niet in die boeken terug en dat deed mij pijn. Ik vond dat dat tegenwicht nodig had.

“Inmiddels is dat in de literatuur weer rechtgetrokken. In de dertig jaar van onafhankelijkheid is het soort literatuur geschreven, dat ik maak, en dat heeft meegeholpen aan een geestelijke bevrijding. In die periode heeft het merendeel van de Afrikaanse bevolking zich niets gelegen laten liggen aan de politiek, maar ondervond er wel veel nadelige gevolgen van. Nu, anno 1991, is Afrika in beweging. Sinds de val van de muur in Berlijn en bepaalde regimes in Afrika niet meer per definitie kunnen rekenen op de steun van Moskou en het Oostblok en ook niet meer van Frankrijk, durft het volk steeds meer het heft in eigen handen te nemen. Presidenten worden nu door hun eigen dynamiek omvergeworpen. Deze ontwikkeling in de samenleving roept per definitie weer een andere literatuur op. Hoe die er uit gaat zien, weet ik niet.”

De Zimbabweaanse schrijver Chenjerai Hove heeft eens opgemerkt dat de Afrikaanse literatuur zoekt naar een mengvorm van de traditionele orale literatuur en moderne westerse stijlen. Speelt deze contradictie ook in uw schrijverschap een rol?

“Ik houd mij helemaal niet bezig met dergelijke theoretische zaken. Ik schrijf gewoon zoals ik zelf wil. Wie of wat mij benvloedt, of ik wel of niet westerse stijlen kopieer, dat zal mij een zorg zijn. Ik kan het misschien het beste vergelijken met de beeldende kunst. De een schildert een roos heel realistisch, de andere creeert hem met een veeg van een kwast. Het belangrijkste is een geslaagd resultaat.”

In uw boeken staat altijd een dramatische gebeurtenis centraal. Vindt u drama in de literatuur essentieel?

“Misschien komt het, omdat ik meer een verteller ben dan een theoretische schrijver. Lees bijvoorbeeld de verhalen van Tsjechov of Maupassant, daarin gebeurt eigenlijk niets. Zo kan ik niet schrijven.

Uit alles wat ik meemaak, pluk ik dingen die een zekere dramatiek in zich hebben, en daar maak ik een verhaal van. De rode draad in mijn werk is de confrontatie tussen het traditionele en het moderne Afrika.

Deze botsing levert vaak schrijnende en dramatische gebeurtenissen op.''

Onder extreme omstandigheden laten mensen vaak hun maskers vallen en leggen ze hun ziel bloot. Is dat wellicht ook een motief?

“Jazeker, door de dramatiek exploderen bepaalde uiterlijkheden en lijken ze minder van belang. Hierdoor kom je meer tot jezelf en word je tot beweging aangezet. Je moet niet vergeten, dat het fatalisme, dat door een dergelijke dramatiek doorbroken wordt, heel sterk aanwezig is in hen, die zo'n lange tijd van kolonisatie hebben meegemaakt.”

Naast uw literaire werk maakt u ook films. In veel boeken, zoals De houtjes van God, schetst u eerst een totaalbeeld van de omgeving om vervolgens op details in te zoomen. Bestaat er een relatie tussen beide uitingsvormen?

“Het zijn totaal verschillende, autonome gebieden. Het een benvloedt wel het ander, maar dat gaat heel onbewust. Toen ik De houtjes van God schreef, filmde ik overigens nog niet. Ik vind literatuur ook veel moeilijker dan film. In een film kun je in een beeld iets laten zien, terwijl het in de literatuur de uitdaging is om in zo min mogelijk woorden een beeld op te roepen. De literatuur heeft onder andere daarom mijn voorkeur. Ik ben in de eerste plaats toch een schrijver.”

In bijna al uw boeken zijn 'gewone' mensen de hoofdpersonen. In Einde van een imperium spelen politieke machthebbers de hoofdrol. Waarom is dat?

“Einde van een imperium is, wat betreft de hoofdpersonen, inderdaad een uitzondering. Ik zag die zwarte bourgeoisie als een bak vol krabben, die elkaar proberen te verdringen. Dat moest beschreven worden. Het boek past ook goed in mijn oeuvre. Het laat dezelfde confrontatie tussen traditie en moderniteit zien. Het is ook even realistisch als mijn andere werk. De bourgeoisie bestaat toch, evenals staatsgrepen.

“Het werk is in twee delen verschenen, omdat het anders een heel dik boek was geworden. Eigenlijk zijn het vier boeken, die tot een zijn samengesmeed. Ik schreef het in een periode, waarin ik heel gelukkig was en veel positieve energie had. Als ik gelukkig ben, schrijf ik heel veel. Het ene verhaal na het andere kwam uit mijn vingers.

Daaruit heb ik een thema gekozen om het niet al te veel alle kanten op te laten opgaan. Ik vind het overigens moeilijker om een kort verhaal te schrijven dan een roman. Ik houd van beide, maar het is moeilijk om in zo weinig pagina's diepte te geven aan een verhaal. In een roman heb je meer ruimte en dat is veel gemakkelijker.''

In uw eerste boeken, waarin u vooral de periode van kolonisatie beschrijft, legt u een heel sterke moraal en schrijft u meestal vrij negatief over blanken. In latere boeken ligt de moraal er minder dik bovenop.

“Dat is waar en dat vind ik ook een goede ontwikkeling. Ik ben zelf door alle gebeurtenissen in de afgelopen veertig jaar onafhankelijker geworden. Ik hoef daardoor niet meer zo luidsprekerachtig moraliserend te werk te gaan, hoezeer ik dat vroeger ook literair probeerde in te pakken. De moraal wordt minder, hoewel het wel aanwezig blijft. Wat betreft mijn beschrijving van de blanken, daarin ben ik ook geevolueerd, evenals de blanken zelf. Voor mij is er nu geen zwart of blank meer.”

Bij uitgeverij In de Knipscheer zijn van Sembene Ousmane leverbaar: Krassen van vrijheid (verhalen), De postwissel en De vrucht van de schande. Bij Ambo-Novib verscheen onlangs de novelle Niiwam.