PGGM: kabinet moet afblijven van pensioenvermogen

ZEIST, 7 JUNI. Het pensioenfonds PGGM vindt dat het kabinet definitief moet afzien van haar plannen de vermogens van pensioenfondsen door allerlei maatregelen aan te tasten. Dit zei bestuursvoorzitter drs. D.J. de Beus van de PGGM, het pensioenfonds voor werknemers in gezondsheidszorg, welzijnswerk en bejaardenzorg bij de presentatie van het jaarverslag over 1990.

“Grote pensioenvermogens nodigen kennelijk uit tot korte-termijn denken, terwijl pensioenfondsen juist de lange termijn in het oog moeten houden”, aldus De Beus. Het PGGM wil er voor waken dat de deelnemers van het fonds gedupeerd worden omdat de overheid niet in staat is haar begroting sluitend te krijgen zonder de pensioenvermogens aan te tasten.

De overheid werpt al gedurende enkele jaren begerige blikken op de haars inziens te grote vermogens van de pensioenfondsen. Zo wil de overheid in het kader van de zogenaamde Brede Herwaardering de fondsen ondermeer belasting laten betalen over hun vermogen. De zorg van het PGGM wordt nog vergroot door geluiden uit Den Haag waarin de kwaliteit van het pensioen ter discussie wordt gesteld. Er zijn vraagtekens gezet bij de 70 procent-eindloonregelingen en bij de ingangsleeftijd van vervroegde pensionering.

PGGM wil het huidige systeem in stand houden van individuele opbouw van welvaartsvaste pensioenen met als uitgangspunt een ouderdomsuitkering van 70 procent van het laatstgenoten salaris. Dit systeem biedt volgens het PGGM ook een goede verzekering tegen al te grote gevolgen van de vergrijzing. Het voorkomt dat steeds minder werkenden voor steeds meer ouderen moeten gaan zorgen.

Het PGGM begint op 1 juli met een proef tot flexibelere pensionering, die kostenneutraal moet verlopen. Voorts zijn er voor 1992 plannen om te komen met aanvullende verzekeringen om de schade van een pensioenbreuk die ontstaat bij wisseling van werkgever verder te beperken.

Het PGGM zag vorig jaar het aantal actieve deelnemers toenemen van 358.700 naar 381.700 en het aantal gewezen deelnemers van 303.600 naar 321.000. Er waren in 1990 56.600 pensioentrekkenden. Aan premies werd 1,1 miljard gulden ontvangen terwijl het PGGM vorig jaar 938 miljoen gulden uitkeerde.

Het pensioenvermogen bleef met 36,6 miljard gulden gelijk. De waarde van de beleggingsportefeuille steeg van circa 36,7 miljard naar 37,3 miljard gulden. De beleggingsopbrengsten vielen echter sterk terug van 3,2 miljard naar 418 miljoen gulden. Daarmee gaf het rendement over het gemiddeld eigen vermogen een val te zien van 9,3 naar 1,2 procent.

Ondanks de slechte rendementen blijft het fonds streven naar een groter belang van aandelen en vastgoed in de beleggingsportefeuille en wel tot in totaal 50 procent. Dat is nu nog 31 procent.