Pakistan balanceert op rand van bankroet; Voortzetting van radicale economische hervormingen enige remedie

NEW DELHI, 7 JUNI. Pakistan is in het afgelopen begrotingsjaar op bepaalde momenten zeer dicht bij een financieel bankroet geweest. Als iemand mocht hebben afgevraagd waarom de Pakistaanse regering onder Nawaz Sharif zulke vergaande economische hervormingen heeft afgekondigd, nadat zij een half jaar geleden aan de macht kwam, dan heeft hij tijdens de presentatie van de begroting in het parlement het antwoord daarop gekregen. De regering had weinig keus toen zij een uitgebreide liberalisering van de economie aankondigde in een wanhopige poging om particulier kapitaal aan te trekken.

De eerste begroting van de regering laat zien dat zij van de nood een deugd maakt door uit te weiden over haar streven naar privatisering.

Tegenover geraamde uitgaven van ongeveer 10 miljard dollar kon minister Sartaj Aziz slechts 6,2 miljard dollar aan inkomsten stellen.

Deze inkomsten dekken de twee belangrijkse gebieden van de overheidsuitgaven: defensie (3 miljard dollar) en de afbetaling van schulden (2,6 miljard dollar).

Als het overheidsapparaat, de op twee na grootste niet-produktieve sector, daaraan wordt toegevoegd, zitten de financien van de regering al in de rode cijfers, nog voordat enig onderdeel van de cruciale ontwikkelingsbegroting, zoals onderwijs, gezondheidszorg, openbaar vervoer en infrastructuur is gedekt.

Aziz sprak in zijn begrotingsrede in het parlement over “de bittere waarheid”, waarvan het volk in kennis moest worden gesteld: dat de financien van de regering in feite in zo'n deplorabele toestand verkeerden dat een voortzetting van het radicale hervormingsprogramma de enige remedie was.

In tegenstelling tot hun Indiase buren spreidden premier Nawaz Sharif en zijn minister van financien nogal wat moed ten toon door niet toe te geven aan de meest voor de hand liggende verleiding om de belastingen te verhogen of te kiezen voor nog grotere tekorten.

Die laatste weg was afgesloten doordat de inflatie vorig jaar 12,3 procent bereikte en het begrotingstekort al meer dan 6 procent bedroeg. Deze beide factoren brachten het IMF ertoe de uitbetaling van een lening van 140 miljoen dollar op te schorten totdat het begrotingstekort was teruggebracht tot minder dan twee procent van het bruto nationaal produkt.

Wat het belastingniveau betreft kon de regering wel vrij kiezen. Maar in plaats van een verhoging af te kondigen bracht Aziz de bovengrens van de inkomstenbelasting van 45 naar 35 procent en verlaagde hij de belasting voor bedrijven van 35 naar 25 procent.

Hoe zou de regering nu haar ontwikkelingsbegroting moeten financieren? Het stoutmoedige antwoord: door de particuliere sector te vragen mee te helpen en grote sectoren van de dienstverlening zoals ziekenhuizen, scholen, openbaar vervoer en zelfs wegenbouw, over te nemen.

Aziz biedt bedrijven belastingvermindering en tijdelijke belastingontheffing aan als zij besluiten scholen en ziekenhuizen te bouwen in het gebied waar zij opereren. Als particuliere groepen uitsluitend in onderwijs of gezondheidsfaciliteiten willen investeren zal de regering daar rentevrije kredieten tegenover stellen. Bovendien kan een aantal artikelen in de gezondheidszorg nu zonder invoerrechten worden gemporteerd.

Voor de rest van haar uitgaven hoopt de regering grote sommen te vergaren door de verkoop van staatsbedrijven, openbaar vervoer, het bankwezen en de zware industrie. De regering heeft ook de financiering van de waterleiding, de spoorwegen en de energievoorziening niet op de begroting geplaatst. Zij zal haar middelen ofwel in eigen land moeten vergaren ofwel een deel van de aandelen moeten verkopen ofwel de noodzakelijke kredieten moeten verkrijgen op de kapitaalmarkt tegen commerciele tarieven.

Maar het is de vraag of de particuliere sector gezien het lage rendement zaken als gezondheidszorg en onderwijs zal financieren. De uitgaven op het gebied van onderwijs belopen maar vier procent van de totale begroting (tien keer minder dan defensie). En de infrastructuur van het onderwijs (schoolgebouwen, schoolmiddelen, leerkrachten) is zo schamel dat zelfs rentevrije kredieten geen investeerders zullen lokken. Als de bedrijven wel geld beschikbaar stellen zal dat eerder in de buitenwijken van de middenklasse zijn dan in de dorpen waar het het meest nodig is.

De voormalige premier Benazir Bhutto die het begrotingsdebat deze week opende, leverde meteen kritiek op de regering voor het presenteren van een rijkelui's begroting die de kloof tussen de sociale klassen zal verbreden door de toename van de werkloosheid. Maar het is moeilijk te zien welk alternatief beleid Sharif had kunnen nastreven in de huidige economische situatie van het land.

Het economisch overzicht van het afgelopen jaar (van april 1990 tot en met maart 1991) liet een gemiddelde groei van de industriele produktie zien van 5,7 procent, nauwelijks meer dan de totale groei van het bruto nationaal produkt. De handel zakte, ondanks een hogere export van verschillende produkten, zelfs 5,3 procent in. Intussen ging de inflatie met meer dan vier procentpunten omhoog naar 12,3 procent, een direct gevolg van het chronische financieringstekort, waarvoor de regering-Bhutto evenzeer verantwoordelijk is als voorgaande regeringen.

De Golfoorlog heeft de economische problemen verergerd doordat de geldzendingen van Pakistaanse arbeiders in het Golfgebied tijdelijk werden gestopt. Een tegenvaller vormde verder de beslissing van de Amerikaanse regering alle militaire en civiele hulp (ongeveer 565 miljoen dollar) op te schorten door de voortdurende weigering van Pakistan om zijn nucleaire programma te onderwerpen aan internationale inspectie.

Tegen deze sombere achtergrond is het verbazingwekkend te zien dat de opheffing van de deviezencontrole niet heeft geleid tot een kapitaalvlucht. In tegendeel, de nationale munteenheid, de rupee, heeft stand gehouden ten opzichte van de dollar en volgens gegevens van het ministerie van financien is er een netto toevloed van kapitaal, voornamelijk van niet in Pakistan wonende Pakistanen, maar ook van multinationals.

Gezien de troosteloze armoede van grote delen van de bevolking, de toegenomen sociale en etnische spanningen in de grote steden en de stevig verankerde bureaucratie, is het echter veel te vroeg aan te nemen dat Sharifs gok succes heeft gehad.