Navo-landen netjes in het gelid

KOPENHAGEN, 7 JUNI. De Europese leden van de NAVO staan weer kaarsrecht in het gelid. Die indruk wordt gewekt door de verklaringen die de ministers van buitenlandse zaken van de zestien NAVO-landen gisteren en vandaag hebben afgelegd en die indruk is ook terug te vinden is in het vandaag gepubliceerde slotcommunique.

Een half jaar lang heeft het geleken of een aantal Europese lidstaten een andere richting wilde uitmarcheren, maar dat was maar gezichtsbedrog. Zelfs de Franse minister van buitenlandse zaken, Roland Dumas, zei het gisteren nog eens onomwonden: “Het Atlantisch bondgenootschap blijft onmisbaar voor de verdediging van Europa.”

Sterker nog, “de Atlantische gemeenschap vormt niet alleen een simpel mechanisme van militaire garantie, maar vertegenwoordigt een waardengemeenschap die de twee kusten van de Atlantische Oceaan verenigt”.

Met die uitspraken, “essentiele beginselen” noemde Dumas ze, onderstreepte de Franse minister nog eens dat zijn land, dat dan misschien wel eens uit de pas mag lopen, een trouw lid blijft van het peloton. Hij nam ook de vrees weg dat Parijs, en vooral de Franse president, zwaar tilt aan het feit dat er al beslissingen over de invulling van de toekomstige NAVO-structuur buiten de Fransen om zijn genomen, voordat de NAVO-top op 7 en 8 november zich daaraan zijn definitieve goedkeuring heeft gehecht. Het is niet aan mij, zo zei Dumas met ontwapenende bescheidenheid, om in het Atlantische of Europese debat “definitieve conclusies te trekken”.

Die twee debatten moeten volgens Dumas parallel verlopen en daar hoeft geen spanning tussen te bestaan. Dumas was zelfs zeer tevreden, want in het slotcommunique staat voor het eerst in de geschiedenis een passage waarin het streven naar een Europese defensie-identiteit uitdrukkelijk wordt vermeld.

De opmerkelijk milde opstelling van Dumas tijdens de wat hij noemde “vrije en rijke discussie” van gisteren doet vermoeden dat er tussen Elysee en Quai d'Orsay nogal wat verschillen in opvatting bestaan over de manier waarop gereageerd moet worden in het debat over de rol die voor de Europese defensiepijler binnen de NAVO zal zijn weggelegd.

Die rol is zeker gerechtvaardigd, maar moet “complementair” zijn, onderstreepte gisteren de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, James Baker, een mening die Dumas zei “te kunnen onderschrijven”. En daarmee leken alle fricties en stekeligheden van de afgelopen zes maanden over de invulling van de Europese defensie-identiteit te zijn gereduceerd tot een boze droom.

Het moment dat de Europese NAVO-leden daaruit begonnen te ontwaken ligt in april. De Duitse minister van buitenlandse zaken, Hans-Dietrich Genscher, ondertekende toen in Washington met Baker een gezamenlijke verklaring, die in feite de catalogus behelsde van de Amerikaanse bezwaren tegen een Europese defensiepijler die zich onafhankelijk van de NAVO zou opstellen. In zijn rede van gisteren zette Baker die bezwaren nog eens op een rij: een nieuwe Europese veiligheids- en defensie-identiteit kunnen en moeten het bondgenootschap versterken; het fundamentele principe is dat de veiligheid van Europa niet los te zien is van die van de VS en Canada; de NAVO blijft het belangrijkste orgaan voor raadpleging over alle politiek die betrekking heeft op de veiligheid en de defensie-afspraken van de leden van het Noordatlatische verdrag; iedere potentiele nieuwe structuur moet die van het bondgenootschap versterken en mag er niet mee wedijveren, en om de mogelijkheid van verdeeldheid binnen de NAVO zo klein mogelijk te maken, wordt de EG-NAVO-leden geadviseerd hun gemeenschappelijke beraadslagingen over defensiepolitiek open te stellen voor alle Europese leden van de NAVO, dus ook Noorwegen, Turkije en IJsland.

Dat Genscher een verklaring ondertekende waarin de meeste van die punten zijn terug te vinden, betekende dat het plan van Kohl en Mitterrand voor het inbouwen van de Westeuropese Unie in de Europese Gemeenschap aan geloofwaardigheid inboette. Dat plan ging er immers van uit dat de Europese Raad, de halfjaarlijkse bijeenkomst van EG-regeringsleiders en het Franse staatshoofd, “orientaties en richtlijnen” over veiligheidspolitiek zou gaan geven aan de WEU, die daardoor een ondergeschikte positie in de EG zou krijgen. En daardoor zou de EG in een concurrentiepositie tegenover de NAVO staan.

Intussen waren steeds meer lidstaten van de EG gaan beseffen dat de consequenties van een dergelijke EG-Alleingang op defensiegebied ernstig zouden zijn: vervreemding van de VS en ondergraving van het bondgenootschap.

Op de NAVO-vergadering van vandaag en gisteren zijn de Europese NAVO-leden definitief tot hun positieven gekomen. Er moge dan een Europese defensiepijler komen, maar dan wel een die hecht verankerd staat binnen het bondgenootschap. Een bondgenootschap dat, zoals Baker gisteren zei, zich onder de invloed van de gebeurtenissen in Oost-Europa aan het veranderen is en dat zich aanpast “voor de komende decennia”.