Nationaal

Midden negentiende eeuw, toen het Rijksmuseum gebouwd werd, waren de verhoudingen nog duidelijk: Rembrandt was Hollands en protestant (hervormd, denk ik) en Rubens was Vlaams en katholiek.

Als schilder deugde hij niet echt, een praalhans, terwijl je in de ogen van Rembrandt alleen maar nuchtere eerlijkheid zag.

Onzin, vinden we nu. Toch kom je de obsessie met nationale kunst (Nederlandse kwaliteit) nog steeds tegen.

Mijn collega van de National Gallery in Dublin was het niet eens met de keuze van werken van de tentoonstelling van Jack B. Yeats (broer van de dichter) die binnenkort bij ons te zien is. Omdat wij ons geconcentreerd hebben op het latere werk, na 1925, wordt de specifiek Ierse herkomst van de schilder verdonkeremaand, vond mijn collega. In zijn museum hangt Yeats als hoogtepunt in de laatste van een aantal groene zalen met Ierse schilders vanaf de achttiende eeuw. De implicatie is duidelijk. Hoewel protestants was Yeats ook politiek in orde. Zijn vroegere schilderijen laten, onder andere, Dublinse straattaferelen zien zoals ze ook beschreven werden door Joyce die, net als Beckett, een schilderij van hem bezat. Later worden de schilderijen expressionistischer en abstracter: afstandelijke reflecties op wat elders gebeurde. Een Ier die ook buiten de deur kijkt. Ik zei tegen mijn collega dat we in Nederland gentereseerd waren in hoe Yeats er in Europa zou uitzien.

Twee weken geleden werd in Dublin het nieuwe National Museum of Modern Art (Royal Hospital, Kilmainham) geopend - met internationale kunst.

Er hangen ook twee kleine schilderijen van Yeats. Het zijn bruiklenen uit een Iers-Amerikaanse verzameling. Want de mooiste schilderijen van Yeats (vroege en late) hangen in de National Gallery. Daar hangen ze Iers te zijn. Het moderne museum probeert intussen de schilder, Ierlands beste, als meester in de grote wereld te localiseren. Tussen die twee instituten moet nog heel wat worden besproken over het dorpsplein en de horizon. Voor Nederland geldt dat trouwens ook.