Londen ijzig tegen Gaddafi

LONDEN, 7 JUNI. Een poging van de Libische leider Gaddafi om de diplomatieke betrekkingen met Groot-Brittannie te herstellen is gisteravond gestrand op een ijzige respons van de Britse regering en algemene verontwaardiging bij het Britse publiek. De dood van politieagente Yvonne Fletcher, in 1984 gevallen onder een regen van kogels uit de Libische ambassade in Londen, is hier nooit vergeten. Haar veronderstelde moordenaars zijn bovendien onder de dekmantel van diplomatieke status naar Libie teruggekeerd, nadat Scotland Yard het gebouw vergeefs elf dagen lang had belegerd om de daders in de kraag te kunnen grijpen.

Libies poging om bij de Britten opnieuw aansluiting te zoeken, kwam in de curieuze vorm van een cheque en een spijtbetuiging over de dood van Fletcher. Het Britse ministerie van buitenlandse zaken liet gisteren weten dat Gaddafi's cheque van 250.000 pond voor een politiefonds bij lange na niet voldoende is om de Brits-Libische betrekkingen, die sindsdien waren verbroken, te herstellen. Tripoli moet eerst zichtbaar afstand nemen van internationaal terrorisme en vervolgens meewerken aan de opsporing en berechting van Fletchers moordenaar.

Cheque en excuses waren in ontvangst genomen door een Conservatief Lagerhuislid, Teddy Taylor, die net tien dagen lang in Libie op bezoek is geweest op uitnodiging van de Libische regering. Volgens het Lagerhuislid werd hij in Tripoli benaderd door de Libische minister van buitenlandse zaken, Dr. Ibrahim Mohammed Al-Beshari, die hem een brief gaf met “significante en belangrijke” voorstellen. Die voorstellen werden nog eens herhaald bij een latere ontmoeting van Taylor met Gaddafi zelf. Volgens Taylor was Gaddafi zichtbaar verlangend om internationale betrekkingen aan te knopen. Hij overhandigde Taylor een cheque van 250.000 pond, bestemd voor een liefdadig doel dat met de politie verband houdt.

De commentaren in de Britse pers zijn vanmorgen eensgezind: innen van de cheque staat gelijk met het accepteren van “bloedgeld”. Nog afgezien van de Libische verantwoordelijkheid voor de dood van Yvonne Fletcher, worden de Britten dagelijks aan Libie herinnerd door de activiteit van de IRA. Die beschikt over een massale voorraad wapens en explosieven, die Gaddafi aan de Ierse terroristen cadeau gedaan heeft. Daarnaast acht men hier Libie verantwoordelijk voor voortgaande “destabiliserende activiteit” in Afrika en in het Midden-Oosten.

De Britse pers citeert diplomatieke bronnen die zeggen dat Gaddafi zijn hoop op herstel van relaties met het Westen eerder gevestigd lijkt te hebben op John Major dan op George Bush. Gaddafi heeft dringend hulp nodig voor zijn noodlijdende economie en hij is boos, aldus de geciteerde diplomaten, dat Libies “goede gedrag” tijdens de Golfoorlog in het Westen niet voldoende gewaardeerd wordt. Woensdag tekende de Libische leider een gezamenlijke verklaring met de Italianen, waarin het gebruik van chemische wapens werd veroordeeld.

Maar dat heeft de Westerse inlichtingendiensten er niet van overtuigd dat Libie niet doorgaat met het zelf produceren van chemische wapens.

“Een cynische publiciteitsstunt” noemt de moeder van WPC (woman police constable) Yvonne Fletcher het gebaar van Gaddafi. “Je kunt het leven van een jong meisje niet in geld uitdrukken.” Haar dochter begeleidde een anti-Gaddafi-demonstratie buiten het Libische Volksbureau op St James Square toen ze vanuit een raam op de eerste verdieping in de rug werd geschoten. Een gedenksteen op het plein herinnert aan dat voorval. Volgens de moeder waren Fletchers laatste woorden tegen collega's, onder wie haar verloofde Micael Liddle, die haar te hulp schoten: “Met mij gaat het goed. Gaan jullie maar door met je werk.” “Dat was typerend voor haar. Ze had een hekel aan kouwe drukte en ze zou alle drukte die er nu om haar gemaakt wordt, even verschrikkelijk hebben gevonden.”