Kosto's loopje

“DIKWIJLS HEB ik mij afgevraagd hoe men toch iedere keer weer iemand voor het staatssecretariaat van justitie weet te strikken”, merkte het toenmalige Kamerlid Nijpels (VVD) al tien jaar geleden op, onder de indruk van het kaliber van de controverses die in deze portefeuille zijn ondergebracht. De huidige staatssecretaris Kosto heeft het inderdaad niet makkelijk. Vooral het vluchtelingenprobleem neemt toe in tal en last.

Maar dat is geen reden een loopje te nemen met behoorlijke besluitvorming. En dat dreigt Kosto te doen door het rapport van de Commissie-Mulder, die de asielprocedure voor de regering heeft geanalyseerd, van tafel te werken. De aanbevelingen van deze commissie sporen niet met noodmaatregelen tegen de vluchtelingenvloed die het kabinet inmiddels zelf heeft genomen. Kosto heeft bezwaar tegen een afzonderlijke bespreking van het rapport in de Tweede Kamer.

Maar dat verdient deze alternatieve visie wel degelijk. Ten aanzien van het penibele punt van de gesloten opvangcentra geeft de bewindsman zelf al wel toe dat er ruimte voor discussie is. Deze dient niet te gelden als politiek wisselgeld maar kan niet los worden gezien van verbetering van de kwaliteit van de eerste linie in de behandeling van asielaanvragen. Het kabinet onderschrijft in het algemeen ook wel de noodzaak van betere rechtshulp, tolken en contactambtenaren. Het schrikt alleen terug voor gevolgen zoals een postieve termijndwang.

Alleen al het verschil van mening over het benodigde aantal ambtenaren - de commissie legde nota bene een bezuiniging op tafel - rechtvaardigt een serieuze behandeling door de Tweede Kamer.

WAAROM WAS deze onderzoeksopdracht eigenlijk een kabinetsbeslissing? Daar lag toch onmiskenbaar de behoefte aan ten grondslag eindelijk eens te ontkomen aan de incidentenpolitiek die in het vluchtelingenbeleid telkens weer de overhand krijgt. Ook het noodwetje dat het kabinet naar voren heeft geschoven, is daar niet vrij van. Bij de installatie van de Commissie-Mulder vorig jaar deze tijd verklaarde staatssecretaris Kosto nog royaal dat “het niet juist zou zijn geweest zodanige begrenzing in de opdracht te formuleren dat daardoor de reikwijdte en optimale mogelijkheden bij het doen van aanbevelingen anders dan door de internationale verplichtingen zouden worden beperkt”.

Laat hij daar nu dan ook zelf naar handelen.