KLEIN ZOOGDIERENHUIS

In de voorjaarsvakantie mocht ik een dagje meelopen en helpen met Joop en Henk in het kleine zoogdierenhuis.

Het kleine zoogdierenhuis ligt midden in Artis. In het hart van het kleine zoogdierenhuis hebben ze een tropisch regenwoud na gebouwd. Via buizen aan het plafond kan het er tropisch regenen. Het moet er warm en vochtig zijn. Direct om het stukje tropisch regenwoud heen zie je dieren die daar ook echt wonen in de natuur.

De warme vochtige atmosfeer komt in hun hokken, want er zit gaas tussen. De bezoeker ziet de dieren achter glas. Dat zijn bijvoorbeeld: de tweevingerige luiaard, het pinche aapje, de witgezichtsaki, de doodshoofdaapjes, de kantjils, de goeldiemarmosetaapjes, de keizertamarin, de goudhaas en de roodbuiktamarin.

De keizertamarin is voor het eerst ontdekt in 1907, hij werd dood gevonden. Degene die hem opgezet heeft, heeft voor de grap zijn snor met vet gekruld toen leek hij op keizer Wilhelm. De jongen worden geboren zonder snor. De tweevingerige luiaard heeft 3 tenen, er is ook een 3 vingerige luiaard, die is heel moeilijk te houden, vanwege de voeding. Als hij slaapt is hij net een harige bal, als zij een jong heeft, slaapt het jong midden in die harige bal.

De kantjil is een herkauwer, lijkt op een hert, is het niet, heeft geen gewei, hij leeft in het onderhout van dichte bossen, daarom heeft hij geen uitsteeksels, wel een spitse snuit. Het mannetje heeft als wapen grote gekromde hoektanden in de bovenkaak. Ze zijn heel schuw.

Ze zijn ook heel slim net als bij ons de vos. Zo komen ze ook voor in oude volksverhalen. Om deze binnenhokken zijn nog veel meer hokken met kleine zoogdieren met daar tussen een wandelgang. Tussen die buitenste binnen- en buitenhokken loopt nog een gangetje die alleen voor de oppassers is om onder andere de dieren eten te geven. Er worden elke ochtend om 9.00 uur heel wat etensbakjes gevuld.

Voor de stekelvarkens moest ik de appels en de krop sla heel laten. De nieuwe witsnuitneusbeertjes uit Wenen zijn echte alleseters zij kregen vandaag wat extra's: gehakt De witsnuitneusbeertjes hebben een hele aparte lange neus die alsmaar in beweging is. Als ze in het water terechtkomen steekt hun neus als een snorkel de lucht in bij het zwemmen. Ze hebben een lange staart om te sturen, denk ik.

Toen ze allemaal aan het eten waren heb ik heel wat ramen gelapt aan de kant van de dieren en aan de kant van de mensen. Vooral bij de doodshoofdaapjes was het heel smerig.

Het gordeldier werd met jodium behandeld, de scharniertjes van de schubben waren beschadigd.

Het laatste jong van de ringstaart makaki (is een halfaap) was door de moeder in de steek gelaten toen ik er was. Het jong woog maar 52 gram.

We legden het jong tegen een met warm water gevulde spafles als kruik. Je zag het jong bibberen, het is helaas doodgegaan.

De leukste tijd om in het kleine zoogdierenhuis te zijn, zegt Henk, is tussen 9.00 en 11.00 en tussen 15.00 en 17.00 uur, dan zijn ze wakker en speels. Nog een belevenis was: ik heb de chimp Sam (officieel Simmon) in mijn armen gehouden, zijn moeder had geen melk (ik ook niet!). Hij was tijdelijk in mensenhanden, hij heeft een halfuur op mijn wijsvinger gesabbeld, gelukkig had hij nog geen tanden. Zijn armen waren al heel krachtig. Ik vond het echt machtig!!!!!