'Je kunt hier een goede boterham verdienen'

ETAIN, 7 JUNI. Henk Vijverberg is een van de dertig Nederlandse boeren die zich vorig jaar in Frankrijk hebben gevestigd. In Etain, een flink dorp veertig kilometer ten westen van Metz (Lotharingen) nam hij een boerderij over die tien jaar door een Nederlander was geexploiteerd. Hij kocht het huis, stallen en andere gebouwen, alsmede anderhalve hectare land, pachtte de overige bijna 100 hectare grasland, kocht 26 melkkoeien in Friesland en en nog veertien elders in Nederland. Met een werknemer in dienst (voor 40 uur per week) concentreert hij zich op de melkveehouderij, hij heeft 'een beetje graan', en is twee maanden geleden begonnen met het maken van boerenkaas, een produkt dat in Frankrijk zo goed als onbekend is.

Vijverberg, een 26-jarige boerenzoon uit Maasland (nabij Hoek van Holland), vestigde zich in Frankrijk om diverse redenen. “Ik wilde van jongsaf aan boer worden. Ik heb een broer die de boerderij van mijn vader overneemt. Maar die is te klein om twee jonge gezinnen een bestaan te bieden, terwijl mijn vader ook nog zo'n tien jaar aan het werk wil blijven.” Het bedrijf heeft zoals elke melkveehouderij een quotum (dat niet overschreden mag worden op straffe van hoge heffingen). In het kader van maatregelen om de overschotproduktie terug te dringen, is dat quotum sinds 1984 met negen procent verminderd. Vijverberg Sr. kocht quota bij - prijs thans vier tot vijf gulden per liter - maar meer produktie vergt ook weer nieuwe uitbreidingen.

Drie jaar geleden werkte hij enige tijd bij een Nederlandse boer in Midden-Frankrijk. Via een advertentie in een vakblad kreeg hij de mogelijkheid het bedrijf in Etain over te nemen, gelegen in een gebied dat geschikt is voor melkveehouderij. “In Nederland zou ik nooit een bedrijf kunnen zijn begonnen zoals ik hier kon doen”, zegt Vijverberg. “Ten eerste zijn de grondprijzen aanzienlijk lager. In mijn geval gaat het om prijzen van 3000 tot 7000 gulden per hectare voor het land, afhankelijk van de kwaliteit. In Nederland wordt voor goede weidegrond 40.000 tot 70.000 gulden per hectare betaald.”

“Dit bedrijf heeft bovendien een groot melkquotum (400.000 liter per jaar) zodat je een groot en geavanceerd bedrijf kunt opbouwen. Van dit quotum mag 280.000 liter aan de melkfabriek worden geleverd, de rest moet via directe verkoop of verwerkt als kaas worden afgezet. Je moet kunnen beginnen met een voldoende quotum omdat quota in Frankrijk, anders dan in Nederland, niet verhandeld mogen worden. Slechts vijf procent van de Franse melkveehouders heeft een quotum hoger dan 350.000 liter. En tenslotte is hier geen mestprobleem zoals in Nederland, waar mestquota en andere voorschriften voor de verwerking worden ingevoerd wat op zichzelf onvermijdelijk is.”

Bij de vestiging in Frankrijk zijn Vijverberg en zijn 28-jarige echtgenote Andrea “catastrofale tegenslagen” bespaard gebleven. “De taal is een probleem zodra er technische termen worden gebruikt, maar voor het overige kunnen we ons redelijk redden. Het weer is meegevallen, niet al te heet en bovendien is de omgeving hier vochtig.

Het grasland kan veel beter benut worden, want wat betreft kunnen de Fransen nog wel wat leren. De melk die we produceren wordt afgenomen door een inkoop-cooperatie die de melk weer verkoopt aan kleine fabrieken. En in Etain, een relatief groot dorp waar men gewend is aan buitenlanders - in de omgeving zitten nog drie andere Nederlandse boeren - zijn we geaccepteerd.''

De belangrijkste tegenslag bij de emigratie was dat de koeien die vanuit Nederland werden aangevoerd, als gevolg van misverstanden over gemaakte afspraken drie uur bij de grens moesten wachten. Het gevolg was dat ze pas na veertien uur konden worden gemolken. Dit 'ongeval'

en het nieuwe klimaat hadden de eerste maanden een sterk negatief effect op de produktie. Maar het leed is achter de rug. Vijverberg, trots: “Op basis van de melkcontroles die hier maandelijks worden uitgevoerd was berekend, dat de produktie in april-mei op 4600 liter per koe (per jaar) zou uitkomen. Maar we kwamen uit op 7020 kilo per jaar, wat niet slecht is als je rekent dat de beste Franse bedrijven 7700 kilo halen”.

De melkprijzen die de melkfabriek aan de boer uitbetaalt, schommelen in Frankrijk minder sterk dan in Nederland. Het grootste deel van de boter en kaas die in Nederland wordt geproduceerd moet worden geexporteerd. Minder vraag in het buitenland heeft onmiddellijk effect op de prijzen die de boer voor zijn melk krijgt. In Frankrijk, met zijn veel kleinschaliger structuur in de boter- en kaasproduktie, is de binnenlandse consumptie aanmerkelijk groter en worden de prijzen minder beinvloed door de ontwikkelingen bij de export.

De meeste koeien hebben al een keer gekalfd. “Ik wil zo snel mogelijk naar de tweede generatie die beter aangepast is aan de sitiuatie hier, het weer - het kan in de zomermaanden tamelijk warm zijn - en de parasieten waar koeien hier meer last van hebben dan in Nederland.

“Je kunt hier een goede boterham verdienen”, concludeert Vijverberg, een goedlachse en zelfbewuste ondernemer, na zijn eerste jaar in Frankrijk. Maar er moet wel keihard gewerkt worden: elke dag van 's ochtends zes tot 's avonds acht. “Op een zondag in de maand slaap ik 's middags zo'n twee uur bij.”