Het godgeleerde gestamel van dr. F. de Graaff

De wat ouderwets ogende spelling (de catastrophe van het Weener Congres, de boze daemon der Aegyptenaren) doet een studie van oudere datum vermoeden. In werkelijkheid is het boek De opera Die Zauberflote, geschreven door dr. F. de Graaff (72), predikant te Hattem, splinternieuw.

De auteur heeft zich hiermee aan de spits van de internationale Mozartvorsing genesteld. Hij heeft ontdekt wat de complete musicologenwereld tweehonderd jaar lang is ontgaan. Mozarts Zauberflote is geen maonnieke allegorie, het is eigenlijk niet eens een opera, maar het is een religieus traktaat over de botsing tussen reformatie en contrareformatie, met het allesbestierende Volk van Israel als lachende derde.

De Koningin van de Nacht is in werkelijkheid de katholieke kerk. Haar geroofde dochter Pamina belichaamt de reformatie, gered door Sarastro, die in werkelijkheid de apostel Johannes is, 'de leerling die Jezus liefhad' en als zodanig de kern van het jodendom. Tamino belichaamt, voor zijn bekering, het antisemitisme, een van de diabolische werktuigen van de Kerk. Net als de Drie Dames, die de Drie Standen symboliseren. Papageno representeert de gekerstende heidenen. De moor Monostatos, tenslotte, is 'de zwarte, gesoleerde zielemens' die Pamina's 'vrouwelijkheid' begeert, totdat Mozart daar een stokje voor steekt.

Wie heeft ooit gewaagd te beweren dat het Mozartjaar ons onmogelijk iets nieuws zou kunnen brengen?

Haat Tamino Sarastro? “Ich hasse Ihm ewig! Ja!” zegt de jonge prins.

“Hier wordt de belijdenis van het antisemitisme, door de kerk genspireerd, door de Westerse geest uitgesproken”, zegt dr. F. de Graaff.

Monostatos, wiens ziel even zwart is als zijn gezicht, moeten wij zien als 'de moderne aapmens'. De zwarten vormen, zoals bekend, een onbeteugelde bundel libidineuze driften, zonder de vergeestelijkte component van de blanken. “De aapmens wil de liefde, ook de lichamelijke, op doen gaan in de moderne sexualiteit”, zegt dr. F. de Graaff. Vandaar dat Monostatos, de pantalon reeds rond de enkels, de slapende Pamina besluipt.

Want “zonder een wijfje te leven”, parafraseert de schrijver het libretto, “is voor de aapmens hellegloed”.

Dan spreekt Sarastro zijn waarschuwende woorden tegen Pamina. Zij doet er verstandig aan haar intrigerende moeder te mijden. “Ein Mann muss eure Herzen leiten, denn ohne ihn pflegt jedes Weib, aus Ihrem Wirkungskreis zu schreiten.”

De boodschap is duidelijk: “Waar de vrouw de leiding neemt, wordt het nihilisme opgeroepen”. Sarastro's priesters sluiten zich bij deze opvatting aan. “Hinab mit die Weibern zur Holle!”, adviseren zij.

“De maatregel schijnt hard, maar is nodig”, zegt de godgeleerde muziekexegeet. “Alleen zo kan het Westen gered worden. Dit is de boodschap van Die Zauberflote.”

Eindelijk begrijpen wij waarom mevrouw Mozart toen, in 1791, in haar eentje met vakantie is gegaan, terwijl haar echtgenoot, thuis, aan zijn ideologische credo zat te schaven.

Uiteindelijk, tegen het slot van de tweede akte, zet de Kerk van Rome de grote aanval op Israel in. “Het gaat nu niet meer om een pogrom, maar om de volstrekte vernietiging van de Joden”, zegt dr. F. de Graaff. De Koningin der Nacht en de Drie Dames dringen, gegidst door Monostatos, de tempel van Sarastro binnen. Zij zullen hem en de zijnen “mit Feuersglut und machtigen Schwert” vernietigen. “Met brandstapels hebben zij de Joden tot de Kerk willen dwingen. Met het machtige zwaard der overheid hebben zij de Joden gedood.” Dan klinkt de stem van de God van Israel. De hemel laat Hij donderen en bliksemen en vervolgens worden Israels belagers in de Eeuwige Nacht gestort.

“Het betekent dat JHWH, ondanks de laster tegen zijn oogappel, dit Volk nooit verlaten heeft.”

Twee eeuwen lang hebben wij gedacht dat Mozart en zijn librettist, met al hun onmiskenbare verdiensten, geen intellectuele hoogvliegers waren, maar praktische handwerkslieden, opgewekte routine-katholieken die liever in de kroeg zaten, dan in de kerk, laat staan in de bibliotheek.

Dit beeld is thans, dankzij de studie van dr. F. de Graaff, grondig gereviseerd.

Hij is, getuigt de kerkredactie van het dagblad Trouw, een “zeer begaafd en erudiet man”, die moeiteloos een middenschip met 2500 zitplaatsen vult. Daar preekt hij tegen de vooruitgang, met cultuurvijandelijke uitwassen als de radio, de televisie en de automobiel, wat hem - praktische geest als hij is - er niet van weerhoudt zorgvuldig de audiovisuele media te volgen en zich vierwielig voort te bewegen.

Is dat geen paradox, werd hem onlangs gevraagd. “Ja”, zei dr. F. de Graaff. “Maar ik heb wel 150 kilometer per uur hier naar toe gereden om er zo kort mogelijk in te zitten.”

Het feit dat de auteur in de voetnoten vrijwel uitsluitend naar zijn eigen oeuvre verwijst ('Zie mijn Jezus de Verborgene, deel I' - 'Zie mijn Anno Domini 1000 - Anno Domini 2000') wekt de indruk van een zekere onchristelijke hovaardigheid. Het is slechts schijn. In werkelijkheid ademt de studie van dr. F. de Graaff op elke bladzijde de ware christelijke ootmoed. De auteur 'stamelt' bij Tamino's eerste optreden. Bij het duet tussen Pamina en Papageno kan hij eveneens 'slechts stamelen' en ook 'stamelt' hij enige alinea's over de functie van het orkest.

Eigenlijk zou het, in het licht van deze nieuwe ontdekkingen, niet langer moeten worden toegestaan Mozarts Zauberflote in een theater uit te voeren. De compositie hoort, dat is wel duidelijk, in een kerk thuis, net als Bachs Mattheus Passie. In een protestantse kerk, want zelden, zo bewijst dr F. de Graaff, zijn door Mozart en zijn librettist de machinaties van de roomsen zo genadeloos aan de kaak gesteld. En de regisseur kan onmogelijk meer de gebruikelijke, godloochenende, aan toneelrook, valse borsten, SS-helmen en sadomasochistische balletten verslaafde Duitser zijn. Maar iemand die de culturele en de religieuze implicaties van het kunstwerk begrijpt.

Een Jos Brink, die immers elke zondag op de kansel staat. Of een Rien Poortvliet, die christelijke kabouters kan tekenen. Of dr. F. de Graaff zelve, die inmiddels met emeritaat is en dus de handen vrij heeft.

Wist u trouwens dat Mozarts Jupitersymfonie eveneens een gecamoufleerde Schriftlezing is? Oordeel zelf. Deel I: 'de eeuwige Thorah'. Deel II: 'de incarnatie in de wereld'. Deel III: 'de opstanding'. Deel IV: 'de wederkomst met de wederoprichting der dingen'. Dit kunstwerk is zo vergeestelijkt “dat al deze verwijzingen slechts gestamel zijn”, zegt dr. F. de Graaff.

Dominee, u bent werkelijk te bescheiden.