Het boze oog

Justin Denzel: Tao, de uitgestotene. Uitg. Altamira. Prijs (f) 24,90

Hans Hagen: Het gouden oog. Uitg. Van Goor. Prijs (f) 29.50

Verschillende historische jeugdboeken die voor de Christelijke jaartelling gesitueerd zijn, lijken een variatie op een oerverhaal.

Een jongen plaatst zich buiten het strikt genormeerde groeps- of stamverband - Sutcliff: Om het rood van de krijger, Lydia Rood: Erin de enige - en ontwikkelt als individu iets dat van belang is voor de hele groep - Tonny Vos: Verstoten, Mollie Hunter: Een toren tegen de Romeinen. De jongens zijn altijd oorspronkelijke denkers en soms is de reden voor hun verstoting een lichamelijke handicap.

Tao, de uitgestotene van de Amerikaan Justin Denzel speelt in Zuid-Frankrijk, waar tijdens het Stenen Tijdperk de prachtigste grotschilderingen ontstonden. Het schilderen van bizons, rendieren, beren en mammoeten is een magische handeling, die dient om het wild op te roepen voor de jagers van de stam. Het is voorbehouden aan de 'Uitverkorenen' en manke Tao kan alleen in het grootste geheim toegeven aan zijn verlangen om te tekenen. Wanneer de jongen ook nog vriendschap sluit met een wolfshond - waarop een taboe rust vanwege de beheksing door kwade geesten - begrijpt Tao dat hij beter alleen verder leven kan.

In een eenzame grot bereidt hij zich voor op een toekomst als schilder. Artistieke adviezen en technische instructie over de bereiding van verf en kwasten krijgt hij van een stokoude 'Uitverkorene', die Tao ook in staat stelt zijn magische krachten aan de stam te openbaren. Wie zich door de kitscherige omslag, met een halfbloot jong mens in oplichtende terra cottatinten niet laat afschrikken, wacht een simpel, tamelijk rechtlijnig en wensvervullend verhaal. Centraal staat de verlammende werking van het magische denken op de mensen van lang geleden. De emoties liggen in de vriendschap tussen de jongen en zijn hond, een vriendschap zoals die misschien alleen in een kinderboek kan bestaan.

Ook het omslag van Het gouden oog van Hans Hagen liegt er niet om. De titel blinkt je in zijn eigen kleur tegemoet, een jongen in lendendoek springt schreeuwend met zijn speer bovenop een leeuw. Met deze woeste scene begint Hagen zijn verhaal en verleidt de lezer tot het aanzienlijk minder spectaculaire vervolg. Het gouden oog speelt ruim vierduizend jaar geleden in het zuidelijk deel van Mesopotamie, het huidige Irak. Twaalfjarige Yarim weet te voorkomen dat zijn vader door een leeuw gedood wordt maar verliest daarbij de kracht in een arm. Het is het begin van een reeks ongelukken die het gezin treft en in het dorp komt het gefluister op gang: Yarim trekt het boze oog aan.Wanneer de vader, als vele boeren en herders, in een tijd van grote droogte de pacht niet kan betalen, wordt Yarim met zijn moeder als slaaf verkocht. Met moed en volharding weet hij hen beiden vrij te krijgen.

Het is Hagen gelukt om een aardige plot en interessante figuren uit te denken, waar hij zijn historische gegevens aan op kan hangen. Ook in dit verhaal zijn de mensen gevangen in angstig bijgeloof. Mooi zijn de nuchtere dokter en de opgeblazen priester, die daarover strijden.

Zoals in het Stenen Tijdperk het dagelijks leven werd bezworen met magische schilderingen, speelde in het land van Sumer en Akkad het vertellen van verhalen een belangrijke rol.

In de verstikkende droogte hangen de mensen aan de lippen van de rondreizende verteller en putten hoop uit zijn verhalen met een onveranderlijk begin: “Eens, lang geleden, was er geen schorpioen er was niets om bang voor te zijn. De angst bestond nog niet.” Voor de toekomstige verteller Yarim met de lamme arm heeft de auteur een mooi, literair slot in petto. Voor een aandachtig publiek dist de jongen zijn gevecht met de leeuw op, in precies dezelfde woorden waarmee het boek begint. Zijn eigen leven is verhaal geworden. Zonder de lezer te hinderen verwerkt Hagen gegevens over voedsel, offers en begrafenisrituelen en hier en daar zorgt een 'regel' spijkerschrift voor een extra historisch tintje. Soms zakt het verhaal weg, wanneer het vertelperspectief verspringt naar een meisje, voor wie geen wezenlijke rol is weggelegd. En eigenlijk doet een schrijver, die het in Nederland zeldzame talent voor de historische jeugdroman blijkt te beziten, mij toch verlangen naar een hoofdpersoon met meer diepgang en nuance, zoals je die in Engeland bijvoorbeeld bij Rosemary Sutcliff vindt.