Frankrijk lokt jonge boeren met scala aan subsidies

PARIJS, 7 JUNI. Ruim vierhonderd boeren bezochten in november vorig jaar een voorlichtingsbijeenkomst in Utrecht over emigratie naar Frankrijk. Een half jaar later is de daadwerkelijke emigratie naar Frankrijk “niet anders dan de afgelopen jaren” - zo'n twintig tot dertig Nederlandse boeren, meestal jongeren, wagen jaarlijks deze stap. Dat zegt Pim de Roos van de Franse vestiging van het Nederlandse advies- en ingenieursbureau Heidemij in Feytat bij Limoges, dat al tien jaar Nederlandse boeren adviseert die zich in Frankrijk vestigen.

De grote belangstelling voor de Utrechtse bijeenkomst, die mede was georganiseerd door de Nederlands-Franse Kamer van Koophandel, heeft niet tot een grotere emigratie geleid. De Roos: “De toehoorders, die uiteraard niet allen potentiele emigranten waren, kregen een correcte uiteenzetting van de voor- en nadelen van vestiging in Frankrijk. Het belangrijkste voordeel is dat de grondprijzen er veel lager zijn dan in Nederland, het nadeel is dat met de aankoop van grond geen speculatieve winst behaald kan worden. De grondprijzen stijgen niet, want er is hier te veel grond beschikbaar. De boer moet het in Frankrijk dus uitsluitend met werken verdienen.”

De Nederlandse boeren die de overstap wagen, zijn vrijwel allemaal melkveehouders. “De aanloopmoeilijkheden” waarmee de emigranten te maken krijgen, verschillen volgens De Roos “van geval tot geval, en van regio tot regio. De ene streek is dynamischer dan de andere, waar je meer aan je lot bent overgelaten. In Nederland bevindt de boer zich in een gespreid bed: kennis, wetenschap, subsidies, alles wordt als het ware naar hem toegebracht. In Frankrijk is dat veel minder het geval. Banken en cooperaties leiden hier meer een eigen leven en staan minder ten dienste van de boer.”

Behalve van de lage grondprijzen kan een jonge boer in Frankrijk profiteren van een reeks maatregelen die de regering heeft genomen om de ontvolking van het platteland tegen te gaan. De Roos: “Frankrijk heeft jonge boeren nodig. Zestig procent van de Franse boeren in ouder dan 55 jaar. De regering stelt alles in het werk om de trek naar de stad tegen te gaan. Jonge boeren - of ze nu uit Frankrijk of uit andere EG-landen komen - hebben recht op specifieke financiele hulp, zoals rentesubsidies, startpremies en bepaalde kortingen op sociale verzekeringen. Alles bijeen genomen komt het erop neer dat een jonge boer met een eigen vermogen van 300.000 gulden in Frankrijk een melkveehouderij kan beginnen. In Nederland is dat niet langer mogelijk. Daar is het dubbele bedrag vereist”.