Ernstige kul in vele nuances

Voorstelling: De beeldenstorm, van Edward Montie. Spelers: Cas Enklaar, Alfred van den Heuvel, Frans Mulder, Johan Ooms, Peer Mascini, Guus Dam, Rob Delhez, e.a. Decor: Bob Brandsen. Regie: Victor van Swaaij. Gezien: 6-6 in de Melkweg, Amsterdam. Aldaar t-m 14-6; Teatro Fantastico, Rotterdam, 19 t-m 23-6

Rond de blote David van Michelangelo, opgesteld in een museumzaal, zijn tien vrouwen verzameld - tien vrouwen, die door het toeval bijeen zijn gebracht. Of door het lot? Edward Montie draait er in zijn komedie De beeldenstorm behendig omheen. Maar als het samenzijn na anderhalf uur wordt opgebroken, is er een hoogst vermakelijke voorstelling voorbij. En daar was het hem om te doen.

In rappe dialogen vol terloopse grappen typeert de auteur die tien vrouwen, hier “als uitsmijter van het seizoen” allemaal gespeeld door mannelijke acteurs. Lang niet zo ragfijn als Joop Admiraal en Bert Edelenbos het destijds deden in Ja Jo en Nee Jo, maar evenmin met de platte hupsakee-pret van een tweederangs-travestietenshow. Er zijn er zelfs, die onder hun karikaturale mantelpakjes en twinsetjes nog iets suggereren wat niet in de tekst staat. Cas Enklaar bijvoorbeeld, als een adellijke weduwe met een subtiel vleugje trots. “Mijn man was ongeneeslijk ziek”, zegt hij- zij. “Had nog maar een half jaar te leven. En het werden er tien.” Het klinkt, uit zijn mond, onweerstaanbaar komisch, maar tegelijk legt hij er honderd nuances onder - van verdriet tot verbittering. De mooiste scene is die tussen hem en Johan Ooms, als een femme fatale met een kwijnend hoofd onder een page-kapsel.

Montie noemde zijn stuk “een hysterische thriller” en dat is aardig geformuleerd. Tekst en regie (Victor van Swaaij) houden de spanning er bovendien knap in, want dat is het belangrijkste bij zo'n uitzinnige heksenketel: dat iedereen het spel volstrekt serieus neemt. Flauwekul is alleen leuk als het in alle ernst wordt opgevoerd. En dat gebeurt hier.