Een Amerikaanse Dirk; Essyas van Paul Fussell

Paul Fussell: Killing in Verse and Prose. Uitg. Bellew Publishing. Prijs f. 40,20.

In 1941 verscheen bij Harcourt, Brace in New York My Sister and I, dat aangekondigd werd als het dagboek van een piekharig jongetje uit Rotterdam, onder de schuilnaam Dirk van der Heide om zijn familie te beschermen. Deze twaalfjarige vertelde wat hij had doorstaan bij het bombardement van zijn stad en hoe hij naar Engeland ontkomen was en vervolgens naar Amerika.

Verscheidene critici vonden het een ontroerend document. Er werden in een jaar 46.000 exemplaren van verkocht, en de titel werd gebruikt voor een song die het ook goed deed. Een paar sceptici dachten dat het dagboek misschien een bijdrage was van Hendrik Willem van Loon, de bekende Amerikaanse Nederlander, aan de oorlogsinspanning van zijn land van herkomst. Dat vermoeden werd niet bevestigd.

Veertig jaar later, toen niemand meer aan My Sister and I dacht, werd het opgediept door Paul Fussell die onderzoek deed in de literatuur van de Tweede Wereldoorlog. Na het eerst mooi gevonden te hebben werd ook hij sceptisch. Hij plaatste verzoeken om inlichtingen in literaire bladen, want Harcourt, Brace had, heel vreemd, niets over Dirk van der Heide in zijn archief. Iemand adviseerde hem te schrijven aan de weduwe van een man die in 1940 bij de uitgeverij werkte, Stanley Preston Young; en zij berichtte hem dat haar man de werkelijkheid was geweest achter de fictie van Dirk van der Heide.

Waarschijnlijk was hij ertoe aangezet door een vriend die werkte bij de Britse inlichtingendienst. De beschrijving van het bombardement van Rotterdam diende dan om Amerikaanse lezers te doordringen van de bedreiging van Engeland en de bereidheid tot deelneming aan de oorlog te bevorderen. Wel werd de opbrengst van het boek door de verborgen auteur afgedragen aan een steunfonds voor Nederland.

Een paar jaar lang is Dirk van der Heide een even bekend Nederlandertje geweest in Amerika als Hans Brinkers van de silverskates. Nu wacht hem nog een leven na de dood als typisch personage van de oorlogsliteratuur. Het type stamt af van Huckleberry Finn, zegt Fussell, en is een voorloper van vele jonge Amerikaanse romanhelden in en vlak na de oorlog: een van de figuren die dezelfde trekken vertonen is Holden Caulfield in Salingers The Catcher in the Rye.

Paul Fussell is behalve van werken over achttiende-eeuwse onderwerpen vooral bekend van The Great War and Modern Memory over de literatuur van de Eerste Wereldoorlog. Nu hij met de tweede oorlog bezig is zullen er misschien nog meer gelegenheden komen om Dirk te vermelden.

Op het ogenblik staat de geschiedenis van My Sister and I alleen beschreven in een essaybundel van Fussell waarvan onlangs een Engelse editie in Nederland is aangekomen onder de titel Killing in Verse and Prose. De eerste Amerekaanse editie droeg een titel die nog beter geschikt was om opzien te baren, Thank God for the Atom Bomb.

Waarschijnlijk was dat de Engelse uitgever te machtig. Wel heet een van de essays nog altijd zo, en Fussell schrikt niet terug voor opzien baren: "This is no a book to promote tranquillity.'

Verscheidene van zijn essays gaan weer over oorlogsliteratuur en behandelen de veranderingen die in onze verbeelding en uitdrukkingswijze teweeg gebracht worder door de internationale geweldpleging.

Betrekkelijk vreedzaam maar ever geschikt voor overdenking is het essay dat de geschiedenis van het toerisme indeelt in drie perioden Eerst was er het reizen, van mensen die op avontuur uitgingen. Toen kwam het toerisme, van groepen waar alles voor geregeld wordt. Nu beginnen wij aan he posttoeristische tijdvak: de aardigheid is eraf, wij geloven niet mee in vreemde landen--het is overal hetzelfde, een beetje kouder of warmer.

Het posttoerisme: wie die tern een keer gehoord heeft zal eraan terugdenken, in het gedrang op het vliegveld of in de file onder de zon.