Economie gaat bij kernenergie in VS voor veiligheid

WASHINGTON, 7 JUNI. De Amerikaanse elektriciteitsbedrijven maken zich op om binnen enige jaren, voor het eerst sinds 1978 weer kernreactoren te gaan bestellen. Het Amerikaanse elektriciteitsverbruik blijft stijgen en het ministerie voor energie DOE, dat een stringente diversificatie voorstaat, wil het basislastvermogen niet uitsluitend door kolen laten verzorgen. Ook al niet omdat 'kolenstroom', door de aangescherpte Clean Air Act, waarschijnlijk belangrijk in prijs zal stijgen. Dat kernenergie niet bijdraagt aan een mogelijk broeikaseffect speelt vooralsnog een ondergeschikte rol.

Op zijn minst zal men proberen het aandeel kernenergie in de elektriciteitsproduktie (nu met 20 procent verhoudingsgewijs bescheiden) te handhaven en alleen al om oude centrales die gaan sluiten te vervangen zullen binnen tien jaar enige tientallen reactoren in aanbouw moeten worden genomen. Een Amerikaanse nucleaire renaissance zal van grote invloed zijn op de meningsvorming elders in de wereld.

Voorlopig is de afkeer van kernenergie in de VS nog groot. De mogelijke onveiligheid van de centrales en het onopgeloste afvalprobleem lieten de Amerikanen nog vorig jaar in een opiniepeiling zeggen dat ze kernenergie de gevaarlijkste vorm van elektriciteitsopwekking vonden. Maar wie de juiste suggestieve vragen stelt kan Amerikanen ook een pro-standpunt ontlokken. Vorige maand was tweederde van een ondervraagd duizendtal voor de bouw van nieuwe reactoren.

In het verlengde van het publieke verzet ondervindt de nucleaire industrie in de afzonderlijke staten veel tegenwerking van de zogeheten Public Utility Commissions (PUC's), staatsorganen die waken over de tarieven die de utilities (elektriciteitsbedrijven, meestal particuliere monopolisten) in rekening brengen. Door het verzet tegen de bouw van nieuwe centrales, zijn de bouwtijden van kernreactoren opgelopen van 3,5 jaar omstreeks 1960 tot meer dan 15 jaar nu.

Navenant stegen de bouwkosten die de utilities, anders dan bij voorbeeld in Nederland, vaak niet op de stroomverbruikers mogen verhalen. De hoge bouwkosten voeren de 'anti's' gretig aan als extra argument tegen kernenergie. 'Nuclear energy just didn't meet the market test', zegt het World Watch Institute in Washington tevreden.

De PUC's hebben diverse elektriciteitsbedrijven op de rand van het bankroet (of daaroverheen) gebracht. Van de weeromstuit willen beleggers niet meer in kernenergie investeren.

Overigens is kernenergie in de VS ook structureel duur: de 'remmende voorsprong' heeft het land opgezadeld met veel oude reactoren die een notoir lage beschikbaarheid ('availability') hebben. De meeste reactoren zijn 'taylor made', want standaardisering - het grote succes van Frankrijk en Canada - kwam in de VS pas op gang toen het te laat was. Ten slotte hebben de extra veiligheidsmaatregelen die na het ongeluk in 1979 bij Three Mile Island door de NRC werden voorgeschreven de kosten opgedreven. Volgens informatie van DOE zijn de kosten van 'atoomstroom' in de VS nu gemiddeld bijna twee keer zo hoog als die van 'kolenstroom'. (Een studie van het IAEA komt wat gunstiger uit.) Maar men verwacht dat de elektriciteit van nieuwe centrales zeker dertig procent goedkoper kan zijn.DOE en industrie staan voor de taak zowel het brede publiek, de PUC's als de particuliere investeerders ('Main Street en Wall Street') weer vertrouwen te geven in kernenergie. Het Strategic Plan for Building New Nuclear Power Plants van de industrie heeft alle middelen die daartoe ter beschikking staan genventariseerd en hun juiste plaats in een actieplan gegeven.

Men beseft dat voor alles moet worden voorkomen dat zich opnieuw een ongeluk, of zelfs maar een belangrijk incident, met de bestaande reactoren voordoet. Sinds 1983 worden de prestaties op het gebied van veiligheid en economie van het huidige reactorbestand-als-geheel geevalueerd en gepubliceerd in jaarlijkse 'Performance Indicators' en daarin zijn gunstige trends zichtbaar, al bijft de beschikbaarheid (nu 68 procent) achter bij het gestelde doel (76 procent).

Het afvalprobleem zit in de VS net zo vast als in Nederland. DOE wenst de Yucca Mountains in Nevada te onderzoeken op geschiktheid voor eindopberging maar krijgt daarvoor geen toestemming van de staat Nevada die zelfs op voorhand heeft vastgesteld dat nooit radioactief afval in Nevada mag worden opgeslagen.

Er is DOE en industrie veel aan gelegen duidelijk te maken dat de nieuwe Amerikaanse reactoren die binnen vijf jaar voor bestelling in aanmerking komen van een geheel nieuwe generatie ('de tweede generatie') zijn. Men bedacht er de term 'advanced' voor en onderscheidt binnen die categorie nog 'evolutionaire' en 'passieve'

reactoren (systemen die minder menselijk ingrijpen nodig maken). Evolutionair heten de 1300 MW Advanced Boiling Water Reactor (ABWR) van General Electric en het even grote System 80+ van Combustion Engineering, tegenwoordig onderdeel van ABB. Ze verschillen van hun voorlopers alleen in de toepassing van nieuwe materialen en modernere meet- en regelapparatuur. In de 'passieve' AP600 van Westinghouse en de Simplified Boiling Water Reactor (SBWR) van GE, beide 600 MW, zijn wezenlijk nieuwe principes verwerkt.

In Europa en Canada, waar Framatome, Siemens-KWU en AECL (Atomic Energy of Canada Ltd) doorgaan op de oude weg, wordt honend gereageerd op deze zogenaamde nieuwe start. Framatome noemt die onomwonden een 'psychologische truc'.

Westinghouse heeft daarvoor begrip: “Dat zou ik ook zeggen als ik Framatome was, want zij hebben een uitstekend programma.” General Electric erkent ruiterlijk dat de nieuwe reactoren helemaal niet zoveel verschillen van de oude als wel wordt beweerd. “Er komen ook geen prototypes. In kernenergie moet je geen grote stappen maken”, zegt woordvoeder dr. Daniel Wilkins. “Wij noemen de SBWR die we in ontwikkeling hebben ook niet zelf passief. Hij bezit wat passieve systemen maar iets of iemand zal in geval van nood toch de kleppen moeten openzetten. We ontwikkelden ook geen 600 MW reactor omdat die veiliger is - onze reactoren zijn al veilig - maar omdat die kan concurreren met toekomstige kolencentrales van hetzelfde vermogen.”

Niettemin wordt de ontwikkeling van de geavanceerde reactoren steeds krachtigergesubsidieerd door DOE (24 miljoen dollar in 1990, 38 miljoen in 1991 en 62 begroot voor 1992) terwijl voor het onderzoek naar snelle kweekreactoren en hoge temperatuur gasgekoelde reactoren, veelzeggend genoeg, steeds minder geld wordt uitgetrokken.

De Amerikaanse utilities zouden natuurlijk vandaag al moderne Framatome-, KWU- of Candu-reactoren kunnen bestellen, die immers een goede staat van dienst hebben. Maar in hun streven de nucleaire revival goed te organiseren hebben die utilities zelf, vertegenwoordigd door het Electric Power Research Institute EPRI, en de vergunningsverlener NRC, bedoeld of onbedoeld, de buitenlandse concurrentie buitenspel gezet.

Om te voorkomen dat dezelfde fouten gemaakt worden als in het verleden hebben de utilities, voor het eerst in de Amerikaanse nucleaire geschiedenis, gedetailleerde ontwerp-eisen opgesteld voor de geavanceerde licht waterreactoren (afzonderlijk voor 'evolutionaire'

en 'passieve' reactoren) die zij de komende jaren willen gaan bestellen. De eisen zijn in nauw overleg met DOE en de Amerikaanse reactorbouwers ontwikkeld en betreffen zowel veiligheid, technische en economische prestaties.

Opvallend is dat er alleen eisen zijn opgesteld voor lichtwaterreactoren (de meest gangbare reactoren). Hoe zit het met de zwaarwaterreactoren van het type Candu zoals het Canadese AECL die ontwerpt? “Daar beginnen we niet meer aan”, zegt John Taylor, vice-president van de EPRI. “Dat is een vreemde techniek voor ons.”

Maar er zijn nog grotere barrierres voor de buitenlanders. In 1989 ontwierp de NRC een nieuwe vergunningsprocedure voor bouw en bedrijf van nieuwe reactoren in een poging de bestaande, ongekend gecompliceerde en tijdrovende procedures te vereenvoudigen en tegelijk - dat is waar - de invloed van het publiek (via hoorzittingen en beroepsmogelijkheden) te beperken. Een belangrijk onderdeel van de nieuwe procedure, die op bevel van het Hof van beroep nog door het Congres moet worden goedgekeurd, is de gecombineerde vergunning voor bouw en bedrijf (de combined license) en de design certification, de 'typekeuring' zoals die ook bestaat voor vliegtuigen en auto's. Nieuwe reactoren zullen het niet kunnen stellen zonder typekeur (dat overigens alleen veiligheidsaspecten betreft) en het verkrijgen van een certificaat is een zeer kostbare en tijdrovende kwestie. Design certification voor de ABWR van GE en de 80+ van CE wordt voor het eind van 1992 verwacht, de passieve systemen SBWR en AP600 moeten zeker tot 1995 wachten.

Framatome en KWU-Siemens laten via het samenwerkingsverband NPI weten geen certificaat aan te vragen.

Blijft de keuze dus zo te zien beperkt tot vier Amerikaanse reactortypen, andere overwegingen kunnen die keuze nog verder inperken. De hamvraag is of de Amerikaanse utilities, die zware financiele klappen hebben gehad, nog grote 1300 MW reactoren, zoals de ABWR en de CE 80+, durven en willen kopen. Westinghouse, die in principe ook zo'n reactor kan leveren maar deze reserveert voor de Japanse markt, denkt van niet en vraagt geen design certification aan.

“Het Amerikaanse elektriciteitsnet is niet ingericht op zulke hoge vermogens, en vooral niet op het plotseling wegvallen daarvan.”

Gaat men alleen 600 MW reactoren bestellen dan worden dat dus of SBWR's van GE of AP600's van Westinghouse. De NRC wordt zwaar onder druk gezet om het typekeur voor deze reactoren voor het eind van 1995 af te geven maar de commissie denkt niet dat dat zal lukken.

Uniformiteit dus op de Amerikaanse markt. Niet in de laatste plaats door de vergaande standaardisatie waartoe de industrie op aandrang van de utilities heeft besloten, een commerciele standaardisatie en een 'beyond design' standaardisatie in onderhoud, inspectie, training en administratie.

Van belang is dat de Amerikaanse nucleaire renaissance, als hij er komt, wordt uitgevoerd met tamelijk conventionele lichtwater-reactoren. Men heeft geen tijd om op allerlei 'inherent veilige' reactoren - waarbij kernsmelting theoretisch is uitgesloten - zoals de PIUS van ABB te wachten. De 'inherent veilige' reactoren spelen geen enkel rol in de huidige afweging, waarin economie en niet veiligheid de voorrang heeft. De aanduiding 'inherent veilig' is inmiddels ook taboe in de VS. 'Dat schept maar verkeerde verwachtingen', zeggen de reactorbouwers.

De Amerikaanse utilities zullen zeker niet voor 1995 gaan bestellen, want pas dan is er enige concurrentie op de markt. De Tennessee Valley Authority heeft al aangekondigd in '95 de eerste order te plaatsen.

Als federally owned utility heeft TVA niets te duchten van PUC's die de tarieven aanvechten. Het World Watch Institute tekent hier graag bij aan dat TVA nu net de enige utility is die al zijn kernreactoren van de NRC heeft moeten stilleggen omdat het management tekort schoot.

Mochten de utilities omstreeks 1995 nog steeds niet van economie en veiligheid van de nieuwe reactoren overtuigd zijn, dan kunnen de reactorbouwers en toeleveraars ook voor eigen rekening en risico reactoren gaan plaatsen in Independent Power Projects. Ook de fabrikanten van windmolens doen dat op grote schaal.