Discussie minimumloon verschoven naar de zomer

DEN HAAG, 7 JUNI. Het kabinet heeft zijn minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Vries (CDA) niet willen laten vallen. Vandaar dat het officiele kabinetsstandpunt over het WRR-voorstel tot verlaging van het minimumloon voorlopig negatief is, hoewel andere ministers, inclusief premier Lubbers en vice-premier Kok, wel veel in het plan zien.

Aan de standpuntbepaling van het kabinet zijn heftige discussies en briefwisselingen vooraf gegaan. En die zullen deze zomer ongetwijfeld worden herhaald. Maar dan zal het meer gaan om de vorm waarin maatregelen worden gegoten dan om de principiele beslissing om het minimumloon te beperken. In de officiele reactie van het kabinet op het WRR-rapport, dat voorstelde vanaf 1993 het minimumloon voor de 1990-generatie 18-jarigen te verlagen met 30 procent en het minimumloon voor ouderen te bevriezen, wordt de terugtocht van De Vries al voorbereid.

Het kabinet heeft zich een alibi kunnen verschaffen voor het verschuiven van de definitieve discussie over het minimumloon naar de zomermaanden doordat het wacht op het rapport van de commissie-Stevens. Die heeft de opdracht voorstellen te doen voor verdere vereenvoudiging en aanpassing van de belastingen. Het WRR-rapport gaat uitvoerig in op de vorm die een verdere individualisering van de samenleving moet krijgen, onder andere via geleidelijke afschaffing van kostwinnersfaciliteiten in de loon- en inkomstenbelasting.

Zo zou de dubbele basisaftrek voor huishoudens met alleenverdieners moeten verdwijnen. Van de opbrengst zou de kinderbijslag kunnen worden verhoogd om mensen met kinderen te ontzien. Het kabinet legt in zijn reactie duidelijker dan de WRR een koppeling tussen de verlaging van het minimumloon en deze andere suggesties.

Dat is ook te zien in de plannen die al binnen het kabinet de ronde doen. Zo circuleert er in beperkte kring een plan voor verlaging van het minimumloon met 10 procent in combinatie met een verhoging van de kinderbijslag en afschaffing van de dubbele kostwinnersaftrek in de loon- en inkomstenbelasting.

Dat plan probeert een aantal vliegen in een klap te slaan. Door verhoging van de kinderbijslag krijgen huishoudens met kinderen wat extra's. De verhoging wordt gefinancierd uit de afschaffing van de dubbele belastingaftrek. Daarmee kan tevens worden bereikt dat groepen voor wie de kinderbijslag niet bestemd is, er toch van profiteren. De belastingmaatregel wordt ook verdedigd vanuit een emancipatoire kant: afschaffing van deze faciliteit voor kostwinners zal het uiteindelijk aantrekkelijker maken voor vrouwen om te gaan werken. Het zijn de argumenten die ook de WRR aandraagt.

De Vries wilde tot nu toe niet verder gaan dan het accepteren van een relatieve verlaging van het minimumloon. Binnen zijn departement circuleerde een plan om het minimumloon de komende jaren 1 procent te laten achterblijven bij de gemiddelde stijging van de andere lonen.

Als je dat een aantal jaren volhoudt, levert dat ook aardig wat op, is de redenering. Over dit plan is het laatste woord niet gezegd, want het handhaaft de koppeling tussen het minimumloon en de uitkeringen.

De consequentie is dat het niet alleen een afstand schept tussen minimumloon en lonen maar ook tussen uitkeringen en lonen. De 'ontkoppeling' is in het plan De Vries daarmee een feit. Dat is vooral voor de PvdA-ministers op dit moment geen aantrekkelijke optie, ook al zou de koopkracht voor mensen met minimumloon of een uitkering gehandhaafd worden via belastingverlaging. Om het aantrekkelijker te maken te gaan werken zou De Vries ook het arbeidskostenforfait voor werkenden willen verhogen. Dat alles zou gefinancierd moeten worden uit de belastingopbrengst die ontstaat wanneer je hogere inkomens in de belastingschijven geen correctie voor de inflatie geeft.

Opvallend in de huidige discussie is dat een verlaging van het minimumloon, een zaak die twee decennia onbespreekbaar was, opeens zoveel aanhangers heeft in dit kabinet, zelfs bij de PvdA-ministers.

De individualisering van de samenleving speelt daarin een belangrijke rol. Niet voor niets heeft het CDA onlangs de consequenties daarvan op een rijtje gezet. De PvdA-fractie bereidt een nota voor. Voor veel ministers was de informatie van de WRR dat het aantal kostwinners onder de minimumloners zeer beperkt is in dit opzicht een 'eye opener'. Van de PvdA-ministers heeft onderwijsminister Ritzen al jaren geleden in een andere functie gepleit voor beperking van het minimumloon. Hij is thans een van de sterkste verdedigers van een verlaging in het kabinet.

Een ander argument dat invloed heeft is dat van de werkgelegenheid. Een verlaging van het minimumloon zou werkgelegenheid kunnen scheppen voor vooral ongeschoolden. De Vries is de enige die daaraan twijfelt.

De andere ministers zijn niet overtuigd door zijn argumenten. Zij zien de daling van de werkloosheid afnemen en vrezen voor een stijging. Dat kan het kabinet zich, volgens hen, niet permitteren, zeker niet als daardoor allochtone minderheidsgroepen relatief zwaar worden getroffen.