Cijfers VS wijzen op omslag, maar zijn nog niet eenduidig; Herstel kan tijdelijk en zwak zijn

NEW YORK, 7 JUNI. Vandaag wordt in Washington het werkloosheidscijfer over de maand mei bekendgemaakt, een van de belangrijkste economische indicatoren. Het cijfer is weliswaar niet een aanwijzing voor toekomstige economische groei of inkrimping, maar zal duidelijker maken of de Amerikaanse economie vorige maand het dieptepunt heeft bereikt.

Enkele andere cijfers in de afgelopen tien dagen wekten die indruk.

Inkoopmanagers zeiden dat zij de economie zagen aantrekken in mei, de bouw nam in de maand april toe, bestellingen van bedrijven namen in april toe, voorraden worden geliquideerd, en de zogenaamde vroege-indicator-index van de overheid over de maand april nam ook toe.

En gisteren werd bekend dat het aantal nieuwe werklozen ietsje is gedaald in de eerste vier weken van mei. Dat wordt beschouwd als een aanwijzing dat bedrijven in minder hoog tempo mensen ontslaan. Dat is geen teken van herstel, wel van een situatie die het keerpunt nadert.

Het aantal nieuwe werklozen is sinds medio maart met horten en stoten dalende.

Alan Greenspan, voorzitter van de Amerikaanse centrale banken en de best genformeerde econoom van het land, zei woensdag in Osaka dat de cijfers “duidelijk bemoedigend” waren. Maar hij ging niet verder dan te zeggen dat de Amerikaanse economie zich beweegt in de richting van stabilisering en herstel.

De toestand van de Amerikaanse economie wordt met meer dan gewone belangstelling gevolgd omdat de verkiezingscampagnes voor het presidentschap naderen.

Opmerkelijk is dat in toenemende mate een scheiding is te zien tussen de inschattingen van economen op Wall Street en hun collega's in het bedrijfsleven. De economen die worden betaald door effectenhandelaren zijn over het algemeen veel optimistischer dan hun collega's die dicht bij het economisch proces staan. De vraag is dus: wie heeft de beste argumenten?

Economen in de financiele sector wijzen vaak op de stijging van de aandelenprijzen, die vorige week hun record bereikten. De beurs is sinds de Tweede Wereldoorlog in vrijwel iedere opleving de economie voorgegaan en is dus een betrouwbare barometer. Soms omdat aandeelhouders zich rijk voelden, geld gingen uitgeven en zo de economie weer op de been hielpen; in die gevallen was de aanwijzing van de beurs dus een zichzelf vervullende voorspelling. Meestal was de beurs fundamenteel correct.

Maar daar staat tegenover dat Dun & Bradstreet gisteren meldde dat een maandelijke peiling onder duizend bedrijven over mei een sombere stemming te zien gaf. De ondernemers waren pessimistischer over nieuwe orders en nieuwe produktie dan zij in april waren, of in mei van het vorige jaar. Een apart onderzoek van D&B onder 200 tot 250 bedrijven in de bouwsector toonde dat ook daar weinig orders worden verwacht in de komende drie maanden.

Alles bij elkaar zijn de cijfers verwarrend, en veel van de positieve aanwijzingen zijn nog verre van overtuigend. De onderliggende factoren in de economie wijzen in het beste geval op een zwak en tijdelijk herstel.

Het aantal nieuwe werklozen was ruwweg 450.000 in mei. Dat was minder dan voorheen, maar de meeste economen zeggen dat pas bij een niveau van 400.000 er hoop is op echt herstel. De huizenbouw nam weliswaar toe, maar is nog steeds op slechts 60 procent van het niveau van 1989.

De index van inkoopmanagers, in het verleden een betrouwbare bron, is weliswaar op het hoogste punt sinds augustus maar nog steeds onder het omslagpunt. Pas daarboven is sprake van een duidelijke expansie.

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), de club van de 24 rijkste landen ter wereld, zei afgelopen maandag voor de VS in de tweede helft van dit jaar een groei van 2,7 procent te verwachten. De OESO baseerde die groeiverwachting op lagere rente en toenemend consumentenvertrouwen.

Maar daar zit hem nu juist de kneep, zeggen economen die hameren op de fundamentele factoren. De centrale bank kan de rente verlagen zoveel hij wil; zo lang Amerikaanse banken worstelen met leningen waarop niet wordt afbetaald - en zij hun balans moeten verstevigen op orders van de Bank voor Internationale Betalingen - zullen die banken zuinig zijn met geld uitlenen.

Het optimisme van consumenten is bovendien na een korte opleving in februari en maart weer als een pudding in elkaar gezakt. Amerikaanse gezinnen zijn langzaam bezig hun schulden af te bouwen - consumentenkrediet daalde in de eerste vier maanden van het jaar, maar is nog steeds op een record niveau. Daarom zullen zij niet snel auto's kopen of huizen. Bovendien staat Amerika een nieuwe golf ontslagen te wachten: die van staten en gemeenten, die worden geconfronteerd met begrotingstekorten. De stad New York wil dit jaar 20.000 van de 243.000 ambtenaren ontslaan; tientallen andere steden hebben soortgelijke plannen; ruwweg de helft van de staten kampt met een tekort.

De uitverkoop van de voorraden en de daaropvolgende groei van de bedrijfsactiviteit zal waarschijnlijk een eind brengen aan de recessie, zo verwachten zelfs de pessimisten. Maar dat is nog niet hetzelfde als een robuust herstel. Dat zal pas komen als de schuldenberg van de banken en de consumenten is gesaneerd; en dat zal pas volgend jaar, in 1992 tot een echt herstel leiden.

De werkloosheid in de VS was eind april 6,6 procent. De verwachting is dat vandaag een stijging tot 6,8 procent wordt gemeld; alles daarboven zal waarschijnlijk als slecht nieuws worden beschouwd.