Column

Champs Elysees

Natuurlijk mag je van hockeyers het hockeyen niet met korfballen vergelijken. In het mandjebal heb je twee landen die het goed kunnen en in de hockeysport heb je er een stuk of vier. Volgende week begint het EK in Parijs en daar moet Nederland zich eerst plichtmatig ontdoen van Andorra, Vaticaanstad, Lichtenstein, Monaco en Gibraltar. Daarna is er nog kans op Duitsland en Engeland en dan heb je het weer gehad. Het wordt het laatste toernooi voor de opvolger van Hans Jorritsma die per 1 juli wordt opgevolgd door Hans Jorritsma. Rob Bianchi komt uit het betaalde voetbal, dus hij weet hoe er met mensen omgegaan wordt in de topsport. Natuurlijk is Bianchi te netjes om het karwei niet af te maken en ik bid en smeek elke avond op mijn blote knieen dat hij kampioen mag worden. De kriebelstaatjes in de poule worden afgeslacht en tegen Engeland en Duitsland gaat het gewoon goed. De sponsor kraait, de blazers blazen en met hete aardappel wordt er ole ole gekweeld.

Een man ontbreekt. Bianchi. Aardige Rob is vlak voor het eindsignaal even gaan pissen en is via het wc-raampje de stad ingevlucht. Tien miljoen Parijzenaars claxoneren, acht rijen dik wachten de auto's voor het stoplicht en de bondscoach op de Champs Elysees en met opgeheven hoofd loopt de oud-voetballer richting Place des Etoiles om daar een aubade van een duizendkoppig koor in ontvangst te nemen. Er komt vuurwerk, Daphne et Chloe van Ravel wordt uitgevoerd en als toegift wordt de Bolero gespeeld door maar liefst drie symfonieorkesten. De champagne stopt niet, alle aanwezige Fransen geven hem met allure een tikje tegen de wang en de vrouwen kussen hem tot grote hoogte. Hij valt voor de diva met de knipoog die met het optrekken van een wenkbrauw het hele leven samenvat. Er is nog een hemels banket en alle nachtclubs blijven verplicht open zodat de gewezen bondscoach kan kiezen.

Onderhand gaat de regel van Jorritsma door het hoofd van Bianchi dat hij in Barcelona zeker coach is van een van de deelnemende elftallen.

Dat zei Jorritsma onlangs op de radio. Dus toen wist Rob al dat hij gewipt was en het was alleen zaak dat het contract niet uit zou lekken. Dat is nu toch gebeurd. Raar van Jorritsma, denkt Rob. Weinig collegiaal, beetje achterbaks zelfs. Gek, vreemd, geniepig en niets voor Jorritsma. Gelukkig wordt die alweer afgeleid door een hapje kaviaar en een lepeltje zalmeitjes. Hij bedankt voor de oesters en weet niet dat het team op dit moment aankomt op Schiphol. Daar staat een plukje Bloemendalers (warme familieclub), een groepje HGC'ers (beetje domme, harde werkers) en de ouders van Frank Leistra. In totaal negen mensen die besluiten om met zijn allen wat in de bar van Hilton Schiphol te gaan drinken. Het is feest. Over de afwezigheid van Bianchi wordt taktisch gezwegen. Niemand weet dat de coach op dit moment een Davidoff in de hens steekt en een prachtige cognac kiest.

De knipoogmevrouw van de wenkbrauwen kust hem op dit moment op zijn teerste plek in de hals. Zijn Duitse collega schudt hem de hand en ook door de Brit wordt hij gefeliciteerd. Twee spelers van Polen en een Est discussieren over de buitenspelregel. Ze spelen het spelletje pas drie weken. Dan komt de voorzitter van de Europese Hockeybond naar Rob toe. “Waar zijn uw spelers?”, vraagt de man bezorgd. “Die laten zich excuseren”, glimlacht Rob. “Ze moesten allemaal weer hard studeren het zijn echte topsporters. Die drinken niet.”

“Jammer”, roept de man. Niks jammer, denkt Rob en verdwijnt met de dame in de geruisloze lift.

In zijn suite aangekomen verscheurt hij de zo zorgvuldig bewaarde uitnodiging voor dit prachtige feest en barst in snikken uit. Een ongebreideld huilen nam een aanvang.