Bharati Mukherjee: Avonturier uit India

Bharati Mukherjee Blaise (49) is een Amerikaanse schrijfster, hoewel ze geboren is in Calcutta. Ze woont in San Francisco en haar boeken komen uit bij VikingPenguin. Ze geeft sinds een paar jaar college aan de universiteit van Berkeley in Californie: cursussen die met schrijven en literatuur te maken hebben.

Bharati Mukherjee: Jasmijn. Roman. Vert. Irma van Dam. Uitg. Het Wereldvenster, 207 blz. Prijs 29,90. Bij dezelfde uitgeverij verscheen eerder in de vertaling van Alida Frenkel-Bolliger: De tussenpersoon en andere verhalen. 29,90 Bij Penguin verschenen The Tiger's daughter, Wife en Darkness.

Sinds 1972 verschenen van haar drie romans en twee verhalenbundels.

Haar bundel The Middleman and other stories uit 1988 is in het Nederlands vertaald, net als haar roman Jasmine uit 1989. Haar romans, zoals The tiger's daughter en Wife, maar ook haar verhalen in de bundel Darkness hebben vaak een hoofdpersoon van Indiase afkomst die naar Amerika is geemigreerd.

Haar eerste roman, The Tiger's daughter, vertelt over een vrouw die na zeven jaar eerder te zijn geemigreerd naar Amerika, terugkomt in Calcutta. Zij is inmiddels getrouwd met een Amerikaan maar haar man is niet meegekomen. Ze ergert zich mateloos aan haar oude vrienden en haar familie. Tegelijkertijd mist ze haar man, die zo ver weg lijkt dat het om wanhopig van te worden is. Ze kan zich bijna niet voorstellen dat het mogelijk is naar hem terug te gaan, zo groot voelt de kloof. Een van de verhalen in De tussenpersoon (1988) gaat over een vader en een getraumatiseerd dochtertje dat uit een Vietnamees avontuurtje van de man is geboren. Zijn vrouw is niet zo gelukkig met de situatie en laat dat onverhuld blijken. Roerend is dat de man zich ten slotte solidair met zijn dochtertje verklaart. In de roman Jasmine vertelt Mukherjee over een meisje uit India dat op haar veertiende trouwt maar na een paar jaar haar man verliest. Ze gaat naar Amerika omdat haar man en zij zich dat hadden voorgenomen. Ondanks veel tegenslag bouwt ze daar een bestaan op waarmee ze tevreden is.

Is Jasmine autobiografisch? “Het is autobiografisch in zoverre dat mijn hoofdpersoon hetzelfde wil van het leven als ik. Ik beschouw Jasmine als een pionier, met dezelfde durf en energie als de eerste Europese pioniers in Amerika.

“Zelf ben ik ook een balling die een nieuwe wereld heeft ontdekt en die daarvan geniet en zich overgeeft. Er is veel gebeurd in de dertig jaren dat ik hier ben: teleurstellingen en ook echte armoede. Toch heb ik altijd weer risico's genomen, en altijd weer heb ik vergaande beslissingen moeten nemen, onafhankelijk van wat de maatschappij, mijn vader of mijn echtgenoot van me verwachtten.

“Ik heb gelukkig geen moord hoeven plegen, zoals Jasmine. De Amerikaanse literatuur heeft altijd de durf van de pioniers geromantiseerd maar het waren natuurlijk niet allemaal helden. Ze hebben inderdaad ook moeten moorden om voor zichzelf iets op te kunnen bouwen. Jasmine heeft ook dingen moeten doen die shockerend zijn, zoals moorden en mensen chanteren. Maar dat laat haar moraal in haar omstandigheden toe. Zij gaat toch door.

“Het boek is het resultaat van een ontwikkeling die ook ik heb doorgemaakt sinds mijn verhalen in Darkness uit 1985. Van iemand die eerst nog slachtoffer is maar daar bovenuit komt en in vrijheid keuzes kan maken. Dat is ook een psychologische ontwikkeling. Van vluchteling tot avonturier die een nieuwe wereld te ontdekken heeft.”

In hoeverre was u slachtoffer? “Mijn man was in de VS geboren uit Canadese ouders. Toen het tijd werd om banen te zoeken gingen wij naar Montreal. Dat was de stad waar zijn ouders, Engels- en Franssprekende Canadezen, elkaar als een Romeo en Julia hadden ontmoet. Montreal was voor mijn man de stad van de romantiek. Ik kreeg een baan aan de McGill Universiteit en hij aan een andere universiteit. Wij kregen twee zoons en het leven was prachtig en zorgeloos.

“Montreal leek een tolerante omgeving, tweetalig en daardoor ook cultureel divers. In ongeveer 1973 of 1974 werd het racisme snel ondraaglijk. Er werd niet openlijk over gepraat maar het was verschrikkelijk. Canada beschouwde zichzelf als een natie met een mozaek van culturen. Dat werkte niet want tussen de culturen ontstond een hierarchie en wie niet blank of Europees was stond lager. Dat racisme werd steeds heviger en zelfs fysiek. Mensen werden aangevallen, bespuugd, uit bussen gegooid, van perrons af op de rails gegooid. Ik ook. Ik werd niet bediend in winkels en restaurants en ze stuurden me uit een hotellobby omdat ik een hoer zou zijn.

“Ondertussen werd net gedaan of dat racisme niet bestond. Op dat moment moest ik kiezen: ik ga mij op de burgerrechten storten en me hiervoor inzetten of ik kies voor het schrijverschap. Ik heb voor het laatste gekozen en toen zijn we noodgedwongen naar Amerika verhuisd.

Daarom zie je ook een kloof tussen Wife uit 1975 en Darkness dat tien jaar later uitkwam.''

Wat veranderde er in uw werk? “Het gebruik van het woord ik' in verhalen was een belangrijke stap in mijn Amerikanisering. Ik kon dat heel lang niet omdat het egostisch leek. Als telg uit een Bengali hindoestaanse familie klinkt dat heel zelfzuchtig. Je bent altijd een deel van een gemeenschap en maar een vlekje in de grote wereld. Ik kwam uit een familie waar vijfenveertig mensen in een huis woonden vader, moeder, grootouders, ooms, neven, bediendes en anderen.

“Ergens een deur sluiten bij ons in huis werd als een uiting van egosme gezien. Dat deed je dus niet. Je krijgt daardoor een heel ander idee van wat je bent. De enige vorm van privacy die ik als kind kende was lezen. Ik kon me helemaal terugtrekken in een boek. Ik las al heel jong vertalingen in het Bengali van Tolstoj, Dostojevski en anderen.”

Heeft u nog een band met uw geboorteland? “Ik ga in principe een keer in de twee jaar naar India maar soms ook een paar keer in het jaar. Mijn emotionele band met India is een band met mijn familie.”

Wat vinden ze van u? “Veel mensen in India willen dat ik zeg dat ik vreselijk lijd in Amerika en dat ik eigenlijk diep in mijn hart het liefst terug wil. Ik zeg dan dat ik zo veranderd ben dat ik Amerikaanse ben. Ik heb mijn hele volwassen leven buiten India gewoond. En hoewel ik van India houd omdat het me heeft gevormd, ben ik nu deel van een nieuwe wereld.”

Zou er iets moeten veranderen in India? “Het is nog een erg traditioneel land. Als ik er was gebleven zou mijn leven erg voorspelbaar verlopen zijn. Ik zou het heel goed hebben gehad. Ik zou genoeg bediendes hebben en mijn familie zou me in alle opzichten steunen. Sociaal en economisch was het allemaal voor elkaar, mijn vader had voor mij de volmaakte Bengali Brahman-bruidegom gevonden. Ik zou terugkomen en trouwen. De man had mijn foto al. Met dat geplande huwelijk ging ik trouwens wel akkoord. Hoewel ik de naam van mijn man nog niet wist had ik geen bezwaren want mijn ouders vonden de man geschikt. Maar ik zat in Iowa City en volgde aan de universiteit het International Writing Program (IWP). Daar werd ik verliefd op een medestudent, we zijn getrouwd en zo veranderde mijn leven.”

Waarom ging u naar Iowa? “Toen kwam er op een dag bij ons in Calcutta een docent theaterwetenschappen van een universiteit uit Los Angeles op bezoek en mijn vader vroeg hem om raad. Mijn dochter wil schrijver worden, zei hij, waar moet ze naartoe? Toen zei die man: dan moet ze naar Iowa City. En mijn vader zei: ok.”

Was de taal geen probleem? “In Amerika hoorde ik voor het eerst Amerikaans Engels spreken en dat was moeilijk te verstaan maar ik sprak goed Engels doordat ik een paar jaar in Europa op school heb gezeten en ook in India op een Engelse middelbare school zat. Ik kom uit een traditionele familie. Wij zijn van de hoogste kaste. Na een tijdelijke verarming heeft mijn vader gezorgd dat de familie ook maatschappelijk weer aanzien kreeg.

Iedereen kan aan mijn naam zien dat ik een Bengali Brahman ben en omgekeerd kan ik aan de namen van anderen en de vorm van hun jukbeenderen zeggen waar ze vandaan komen en tot welke kaste ze behoren. Mijn Indiase afkomst is een deel van mij geworden en hoe ik ook verander, er zal altijd een afspiegeling in mijn boeken te vinden zijn.''

Hoe blijkt dat dan in uw boeken? “Ik kies het perspectief van de Amerikaan. Je ziet immigranten die een eigen eiland creeren, je ziet de mensen die op het oog lijken op te gaan in de maatschappij maar onderhuids nog niet los komen van hun wortels en je ziet iemand als Jasmine die zich echt overgeeft aan de nieuwe omgeving. Daartegenover portretteer ik ook de blanke Amerikanen die de American dream voor ogen hebben maar failliet gaan, of hun huwelijk te gronde zien gaan. Zij plegen zelfmoord, of zoeken een zwart schaap om hun ongeluk op af te wentelen. Dat kan hun bankier zijn maar ook de vreemdeling in hun omgeving. Amerika zelf is eigenlijk het thema.”

Een typisch Amerikaanse schrijver dus. “Mijn schrijven past in een Amerikaanse traditie. Ik denk dan aan bij voorbeeld de jewish fiction. Dat kwam voort uit immigranten die in een nieuw land kwamen. Tot een paar jaar geleden kon ik eigenlijk alleen maar over Aziaten schrijven maar nu verplaats ik me ook in blanke personages.

“Ik ben hindoe en ik geloof in rencarnatie. Toch ben ik Amerikaanse, een iets andere Amerikaan dan de anderen misschien want ik kan bij voorbeeld niet autorijden. Maar ik voel me Amerikaan, al ben ik opgegroeid in India. Ik houd me bezig met de mensen om mij heen en mijn land is Amerika. Als ik denk aan de toekomst denk ik aan de ontwikkelingen in de Verenigde Staten.”

Past u in de traditie van de melting pot? “De uitdrukking melting pot is niet langer meer van toepassing, omdat het een term is voor een 19de-eeuws ideaal. Een van de aspecten daarvan was dat je je afkomst en je voorouders moest vergeten en je helemaal moest transformeren naar het ideaal van de blanke Angelsaksen. Zelfs de zwarten moesten daar naar streven!

“Ik gebruik liever de zinssnede transculturele samensmelting in plaats van melting pot om veel preciezer te kunnen aangeven wat er gebeurt. Blanke westerlingen moeten onder ogen zien dat de multiculturele maatschappij een feit is. Omgekeerd moeten ook etnische minderheden zich niet verzetten tegen die nieuwe maatschappij, het moet natuurlijk van twee kanten komen.”

Ziet u zichzelf als een vertegenwoordiger van een minderheid? “Als schrijver heb ik uiteindelijk alleen te maken met mijzelf, schrijven is de uiting van een individu. De uniciteit van de schrijver gaat voor mij boven die van de groep. Ik wil niet spreken voor alle Indiers in Amerika of voor alle hindoestaanse Amerikanen. Dat is politiek of sociologie. In mijn literaire werk wil ik een personage dat een bepaalde ervaring beschrijft en als er ergens een lezer is die daar iets aan heeft dan is dat mij genoeg. Het heeft lang geduurd voor ik mezelf zo heb kunnen ontwikkelen als ik heb gedaan.

“Ik voel me wel verbonden met Afro-Amerikaanse schrijvers en dat is natuurlijk niet toevallig. De meest inspirerende literatuur komt uit de zomen van de cultuur. De grote gemene deler levert geen visie op de voortgang van de beschaving. Vooral de auteurs die daar een beetje buiten staan geven een nieuwe kijk op de cultuur. Het zijn pionier-schrijvers zou je kunnen zeggen. Ik noem bijvoorbeeld Toni Morrison en Ishmael Reed. Cultureel en historisch zijn onze achtergronden volkomen verschillend maar het perspectief komt overeen.”

Levert een vergelijkbaar perspectief ook vergelijkbare literatuur op? “Ik waarschuw voor het op een hoop gooien van alle minderheden. Er is geen uniformiteit tussen groepen omdat iedereen voor zichzelf weer een eigen verhaal heeft. In Darkness schreef ik zoveel mogelijk over immigranten in veel verschillende situaties, en ik geef daarmee commentaar op de maatschappij. Wat sommige immigrant-schrijvers doen is schrijven over hun getto's. Ze nemen de doorsnee-burger mee op excursie naar het exotische.

“Ik wilde op een gegeven moment niet meer over India schrijven. Zolang ik dat deed was dat goed maar ik was uitgepraat dus ik zou alleen nog maar nostalgisch kunnen worden. Het wordt dan ook een trucje, waartoe een uitgever je bijvoorbeeld aanzet: waarom schrijf je niet nog een keer over dat wonderlijke India? Dan is je onderwerp eigenlijk al dood. In plaats daarvan wilde ik schrijven over een Indiase vrouw in de Verenigde Staten, een nieuwe wereld.”

Is India geheel verleden tijd? “Ja en nee. Ik werk nu aan een roman over het 17de-eeuwse India, Midden en Zuidelijk deel, met Europeanen als hoofdpersonen. Het speelt aan het hof van de Moghul. Er komen ook Nederlanders in voor omdat die volgens geschriften van ooggetuigen zoveel beter waren in zeeslagen.

Het is geportretteerd door de ogen van een bekend literair personage, dat ik heb geleend, maar ik zeg niet wie.''

Hoe rijmt u dat met werk dat u tot nu toe heeft geschreven? “Het gaat ook nu over mensen die hun leven opnieuw moeten inrichten in een vreemd land. De Europeanen in India in de 17de eeuw moesten ook zien wat ze konden maken van hun nieuwe bestaan. Ik zet ze neer aan het hof van een Khomeiny-achtige moslim-heerser. Sommigen passen zich aan en veranderen mee met hun omgeving, anderen niet. Ik ben ook benieuwd om te zien hoe het hen in die situatie zal vergaan.”

***