Academici vaak langdurig zonder baan

ROTTERDAM, 7 JUNI. Het aantal werklozen met een diploma van een hogeschool of universiteit op zak blijft dalen, maar van hen neemt het aantal dat al langer dan een jaar geen baan heeft toe. Op dit moment zit bijna tachtig procent van de werkloze hoger opgeleiden al langer dan een jaar zonder werk, zo'n dertig procent langer dan twee jaar.

Dit blijkt uit een overzicht dat de directie Toekomstverkenningen van het ministerie van onderwijs en wetenschappen dezer dagen publiceert.

Per 1 maart waren 21.941 academici en 44.215 afgestudeerden van hogescholen werkloos.

Het aantal werkzoekenden is in alle onderwijssectoren gedaald, vergeleken met twee jaar geleden. Zes procent van de academisch opgeleide beroepsbevolking is werkloos, van degenen met een diploma van een hogeschool is dat vijf procent. De totale werkloosheid in Nederland bedraagt zeven procent van de beroepsbevolking.

Uit de rapportage blijkt dat het aantal hoger opgeleiden sterkt stijgt: van de 15- tot 64-jarigen had bijna twintig procent in 1990 een hogere opleiding achter de rug, ruim vier procent meer dan in 1985.

Een sterk groeiend deel van het werkloosheidsbestand betreft langdurig werklozen, iets wat voor een belangrijk deel komt doordat vrijwel alle afgestudeerden binnen een jaar aan de slag komen. In de sectoren 'gedrag en maatschappij', 'taal en cultuur' en 'onderwijs' is 95 procent of meer van de werklozen dat al langer dan een jaar. In absolute aantallen neemt de groep langdurig werklozen nog steeds toe.

Op 1 maart waren er het ruim 53.000. De arbeidsmarkt heeft zonder problemen de dubbele uitstroom, eind jaren tachtig, uit de universiteiten verwerkt, zo wordt geconstateerd.

Door de invoering van de twee-fasenstructuur verlieten in 1988 en 1989 zowel 'oude-stijl' als 'nieuwe-stijl' de universiteit.

In haar rapportage gaat de directie Toekomstverkenningen ook in op de situatie bij hoger technisch opgeleiden. Daar is op dit moment de vraag naar en het aanbod aan universitaire ingenieurs redelijk in evenwicht. Er is een licht overschot. Alleen bij bouwkunde is het aanbod fors groter dan de vraag. Bij hogeschool-ingenieurs daarentegen overtreft de vraag het aanbod. Vrijwel elke afgestudeerde ingenieur kan onmiddellijk aan het werk.

De opstellers signaleren bovendien een groeiende behoefte aan met name ingenieurs uit het hoger beroepsonderwijs. Werkgevers zouden aan hen regelmatig de voorkeur geven boven de universitair opgeleide ingenieur.