Witsen

De ruiten waar ik dagelijks door kijk hebben honderd jaar geleden uitzicht verschaft aan Willem Witsen, Isaac Israels, Willem Kloos, G.H. Breitner en soms aan Lodewijk van Deyssel.

De Tachtigers gingen van bil op mijn plee. De etser, schilder, fotograaf en kunstbeschouwer Willem Witsen (1860-1923) betrok het monumentale pand na zijn terugkeer uit Londen, waar hij van 1888 tot 1890 heeft gewerkt.

In het voorjaar van 1901 begon hij met fotograferen; naar schatting heeft hij tweeduizend foto's gemaakt waarvan er zo'n achthonderd zijn overgeleverd. Er bestaan opnamen van Witsen van het Oosterpark te Amsterdam, waar het huis - het Witsenhuis - op uitkijkt. Maar de reigerkolonie komt daar niet op voor. De dieren wonen aan de overkant van het park, bij het Tropenmuseum. Afgelopen winter zijn hun nestelbomen danig gekortwiekt; ik hield mijn hart vast. Toch zijn de reigers teruggekomen, hun klaaglijke roep verscheurt de nacht . 's Ochtends vroeg struinen ze op hoge poten door het wassende struweel op zoek naar nestmateriaal. Van joggers en ontheemden trekken zij zich niets aan. Amoureuze reigers reiken naar nestmateriaal op een speciale wijze, ze weifelen lang en blijven twijfelen als ze hun hals ontknopen.

De dichter Chr. J. van Geel, die veel verstand stak in vogels, vroeg zich plaatsvervangend af: “is het een oud dor blaadje,- een schaapje van beschuit?” Indien het twijgje geen schaapje blijkt ontstaat voor de reiger een nieuw probleem: hoe zich te verheffen? Reigers hebben nogal wat ruimte nodig om van de grond los te komen. Bij sloten en stroompjes is dat door de bank genomen geen probleem; in het Oosterpark is het voor een amoureuze reiger wat gecompliceerder. Bomen en struiken staan hem of haar in de weg. Vanochtend, zojuist, daarnet, zoeven nam een reiger een aanloop en belandde ongedeerd honderd meter verderop in een onttakelde boom. Met in de snavel bouwmateriaal. Ik denk om half zeven 's ochtends aan het adagium van de Tachtigers en besef dat het gescharrel van de reigers het emblematisch portret is van een beeldend kunstenaar.

Uitzicht is soms gelijk aan inzicht. Mene, mene, tekel, upharsin. Ofwel de eeuwige vraag: hoe zich te verheffen?