Wie van de twee zat in de klas? 'Allebei' zegt Adrie, 'uit onze klas zijn 7 huwelijken voortgekomen'

Ik kreeg niet zomaar een uitnodiging voor de reunie van de VWO-klas van '77, we moesten eerst veel telefoneren. De organisatiecommissie was niet zeker of iedereen er wel mee accoord ging als ik kwam, ze waren graag zorgvuldig. Zo zijn ze altijd geweest.

'Wij waren een brave klas,' zegt Adrie van de organisatie, 'alle leraren zeiden het indertijd ook, wij deden goed ons best en haalden hoge cijfers.' De Erasmusschool in Zoetermeer bestond nog maar pas toen deze VWO-klas aanmonsterde. Er was maar een lichting voor hen en het grootste gedeelte van hun schoolcarriere hebben ze in noodgebouwen doorgebracht, maar dat is normaal voor Zoetermeer. De reden voor deze reunie is niet zozeer een jaartal. Deze klas houdt graag contact, zeven jaar geleden hebben ze ook een reunie gehouden en dat beviel goed. Een stuk of twaalf klasgenoten ziet elkaar geregeld, ze gaan naar toneelvoorstellingen en muziekavonden. De bijeenkomst van vandaag wordt in de lerarenkamer van de school gehouden. Ik kijk naar de aanwezigen, ze zijn allemaal een- of tweeendertig en ze zien er vooral netjes uit. 'Hadden jullie een klassemode?' vraag ik. 'O ja!' zegt Adrie enthousiast, 'ruitjesoverhemden en spijkerbroeken.' 'Grijze truien', vult een jongen aan de bar aan, 'vooral geen kleuren. Wat waren we braaf.' 'Ik was zo braaf, dat ik blij was dat ik er op een gegeven moment een keer uitgestuurd werd', vertelt Adrie, 'dat was in de derde, bij Frans. Maar die man kon geen orde houden. Aan het begin van het jaar zei hij: jongens ik hoop dat we het goed met elkaar zullen kunnen vinden. Zoiets moet je nooit zeggen!' We kijken naar de nieuwe reunisten die binnenkomen, daar is een jong gezin. Wie van de twee zat in de klas? 'Allebei' vertelt Adrie, 'uit onze klas zijn zeven huwelijken voortgekomen. Daar staat er nog een.' De man van het eerste huwelijk vertelt: 'De liefde begon op het eindexamenfeest. Ik was allang verliefd op haar, ik heb wel tien jaar achter haar aangelopen. Ik hield van haar omdat ze alles zei wat ze dacht.' De man van het tweede stel komt naderbij. Hij kent zijn vrouw nog van de lagere school, ze speelden altijd samen. Op de middelbare school trokken ze niet meer met elkaar op maar op de vorige reunie werden ze verliefd. Er is nog een derde school-echtpaar aanwezig maar ik word afgeleid door de komst van Ben.

Ben was de lastige leerling van de klas, een belhamel noemde een leraar hem daarnet vertederd. 'Zo', zeg ik, 'ben jij Ben, de belhamel?' Hij lacht: 'Ik was altijd in de contramine,' geeft hij toe, 'ik haalde nog wel eens kattekwaad uit, de deurkruk van de deur halen zodat niemand de klas uit kon, dat soort dingen. Geen vandalisme.' Ben is goed terechtgekomen, hij heeft een opleiding voor chemisch analist gevolgd, maar hij werkt nog steeds bij dezelfde slager waar hij in zijn schooltijd al een baantje had. 'Ik werk er al bijna twintig jaar', zegt de belhamel. Er is nog een legendarische figuur, Kees, die vroeger op blote voeten naar school kwam en wel eens hasj rookte. Hij is beleidsmedewerker op een ministerie geworden en net als Ben, getrouwd, gesetteld en vader van een of meer kleuters. Ik ben pas een half uur op deze reunie, maar eigenlijk heb ik hem al uit. Ze zijn allemaal ambtenaar geworden. Dan valt mijn blik op de jongen die daarnet aan de bar zat, die van de grijze truien. 'Verveel je je?' vraag ik hoopvol. Hij zucht hartgrondig. 'Ik begrijp niet waarom ik eigenlijk gekomen ben. Je verwacht er van alles van, maar het is niks. Misschien gebeurt er straks nog wat.' Alsof zijn wens onmiddellijk in vervulling zal gaan, wordt op dat moment de bel boven de bar geluid. Het geroezemoes verstomt en iemand van de organisatie neemt het woord: 'Wie van de aanwezigen heeft de lichten van zijn auto laten branden? Het nummer is LS-87-RK.' Er komt een reunist op ons af. Hij is een wonderlijke mengeling van jongeman en meneer. Hij stelt zich voor en als hij hoort dat ik gekomen ben om levensverhalen op te tekenen, begint hij aan een zorgvuldige uiteenzetting van wat hem is overkomen sinds zijn eindexamen.

Marketingmanager is hij geworden en gespecialiseerd in iets speciaals. Ronald gaapt. Wat is er toch met deze klas, waarom zijn ze zo mat? 'Het zijn zekerheidszoekers,' is Ronalds analyse, 'daarom willen ze ook steeds een reunie. Ze hebben allemaal een vaste betrekking, ze zijn getrouwd met mensen die ze al kenden en ze doen precies wat ze veertien jaar geleden ook deden.' Ik wil een tweede mening horen. Daar staat een jongen die vroeger saxofoon speelde. Hij praat met iemand die in Engeland is gaan wonen. Zij zijn vast heel avontuurlijk. 'Waar hebben jullie het over?' vraag ik. 'Over architectenbureaus', zegt de saxofonist. 'Maak jij nog muziek?', vraag ik. 'Nee,' zegt hij, 'ik heb het te druk met het vak.' 'Zijn jullie saai?' vraag ik. 'Ja', zegt de jongen die in Engeland woont, 'lekker saai. Waarom zouden we interessant willen zijn? Als je saai bent, heb je ook geen last.'