Wapens voor de contra's

Blue Heat (The Last of the Finest). Regie: John MacKenzie. Met: Brian Dennehy, Joe Pantoliano, Jeff Fahey. In: Amsterdam, City 3; Rotterdam, Cinerama 4; Den Haag, Cineac 3; Beverwijk, Luxor; Roosendaal, City.

De beste film van de Schotse regisseur John MacKenzie, The Long Good Friday (1979), was een harde misdaadfilm met een scheut IRA-politiek en realistische familiescenes uit Londens East End. Waarschijnlijk mocht MacKenzie op grond van die verdienste zijn Amerikaanse debuut maken met The Last of the Finest (opgenomen onder de titel Street Legal en internationaal uitgebracht als Blue Heat). Als een film zo vaak van titel verandert, zijn de producenten doorgaans niet zeker van hun zaak.

Blue Heat vermengt dan ook de cliche's van een politiefilm met een politieke affaire (het Iran-contra-schandaal) en beelden van de alledaagse realiteit in het huwelijk van politiemensen. Alleen ontbreekt de affiniteit die MacKenzie met de Londense gangsters had te enen male in zijn afstandelijke portret van rechercheurs, corrupte politici en drugsbazen in Los Angeles. De robuuste Brian Dennehy laat aan het begin van de film een loods, gevuld met drugs ter waarde van 18 miljoen dollar, de lucht in vliegen. Volgens de regels van het genre wordt zijn overmatige enthousiasme bestraft met een schorsing, waarna hij het onderzoek met twee handen vrij kan doorzetten, gemotiveerd door de moord op een maat en tegengewerkt door met de vijand heulende corrupte superieuren. De financiering van een arsenaal automatische wapens regelt Dennehy door een overval op dealers voor eigen rekening. Nog even oppert zijn vrouw dat geld maar te houden, doch het recht dient te zegevieren.

Uiteindelijk was de hele drugsmokkel slechts de faade van een overheidscomplot om de contra's in Nicaragua van wapens te voorzien. Zo ontrolt Blue Heat zich braaf langs voorspelbare lijnen, zonder ooit uit de band te springen.