Theater aan de Werf wil tegenwicht bieden aan 'festival-virus'

In Utrecht begint zaterdag het zesde Festival Theater aan de Werf, waarin vijf beeldend kunstenaars elk een kamer van een huis inrichten en negen theatervoorstellingen in premiere gaan. Intussen signaleert directeur Martin Berendse een 'festival-virus' met kwalijke gevolgen.

UTRECHT, 6 JUNI. Martin Berendse, directeur van het Festival Theater aan de Werf, heeft het verwijt vaak moeten aanhoren: hij is mede-schuldig aan de sluiting van het Utrechtse theater 't Hoogt, ruim een jaar geleden. “Als jij toen de subsidie voor het festival had geweigerd, wordt dan gezegd, dan was 't Hoogt nu nog open geweest. We zijn toen door de politiek tegen elkaar uitgespeeld. Het theater moet dicht, was het argument, om Spring Dance en Theater aan de Werf te laten voortbestaan. Utrecht koos voor de positie van festivalstad en daar moest de rest onder lijden.” Nu, aan de vooravond van het zesde festival, wenst hij duidelijk te maken dat dat hem dwars zit. “Deze kwestie heeft het vooroordeel versterkt, dat de festivals een verwoestende invloed hebben op het reguliere kunstenaanbod. Het is natuurlijk waar, dat er in Nederland een festival-virus heerst. Je ziet overal festivals opduiken. Soms wordt het initiatief genomen uit de toeristische hoek, want het geeft leven in de stad en het is zo goed voor de promotie. Maar intussen nemen die festivals wel een hap uit het kunstenbudget.

Zo ontstaat het idee, dat een festival per definitie niet deugt - juist omdat de politiek ervoor kiest.” Ook in Utrecht, zegt hij, is de keus tussen het reguliere aanbod en de festivals niet inhoudelijk beargumenteerd: “Ik vind dat een soort gemakzucht. Er is gezegd: we hebben twee zalen van dat formaat, daar kan er wel een van weg. En festivals zijn promotioneel goed voor de stad. Dat was alles. Er is niet gesproken over de artistieke vitaliteit van Theater aan de Werf, er is niet nagegaan wat het in de afgelopen jaren heeft opgebracht. Het ging geen moment over de inhoud.” Maar daar gaat het in het kunstbeleid toch nooit over? “Nee, akkoord, maar dat mag je als kunstenveld wel eisen. Nu loopt een festival, dat de moeite waard is en dat heel veel interessante initiatieven neemt, het risico op een hoop te worden gegooid met al die reprise-festivalletjes die overal als paddestoelen uit de grond schieten.” Theater aan de Werf ontstond in 1986 als cultureel getint jubileumfeest bij het 350-jarig bestaan van de Utrechtse universiteit en kreeg het jaar daarna, op veler verzoek, een zelfstandige, permanente status. Vanaf de eerste edities werd de nadruk gelegd op het stimuleren van (co)produkties, vaak speciaal gemaakt voor een bepaalde plek in de stad. “Er werd en wordt in Utrecht te weinig theater op niveau geproduceerd,” stelt de als jurist afgestudeerde festivaldirecteur. Het festival heeft een belangrijke, produktionele rol gekregen.

“Er zijn de afgelopen jaren voorstellingen gemaakt op pleinen en parkeerplaatsen, in fabrieken en in leegstaande huizen. Dit jaar is Jan Langedijk gevraagd een produktie voor een winderige lokatie naast de Neude-flat te maken, terwijl Ernst Braches een voorstelling regisseert in een voormalig belastingkantoor en de soli van Dette Glashouwer, Anneke Bonnema en Arielle Brouwer zich afspelen in een vroeger tuchthuis. Marien Jongewaard is gevraagd zijn solo A hard day's night in een kraakpand te spelen, waarbij de bewoners zelf een deel van het publiek zullen optrommelen. De beeldende kunst, vast onderdeel van het festival, heeft onderdak in een leegstaande patricierswoning aan het St. Janskerkhof, waar vijf kamers door kunstenaars op avontuurlijke wijze zijn ingericht. Het meest zichtbaar wordt La veritable histoire de france van de grote Franse groep Royal de Luxe, op het parkeerterrein van het Galgenwaard-stadion. Berendse: “Op die avond verwacht ik zo'n 3000 mensen. Daar zijn er altijd dertig bij, die in het festivalboekje bladeren en denken: daar zou ik ook wel eens naar toe kunnen gaan. Dat zijn dertig mensen die normaal nooit naar dit soort theater komen kijken. Een festival als dit creeert een sfeer waarmee je extra publiek bereikt.” Zijn grote zorg is nog de doorstroom naar het theaterseizoen.

Door de Utrechtse zalennood kunnen veel spelers, die op het festival zijn gepresenteerd, er met hun andere voorstellingen niet terecht. Het Theater aan de Werf kan voor het komende seizoen niet meer over het Akademietheater beschikken. “We zoeken nu een andere studioruimte, want het is belangrijk om en werkplaats en festival te zijn. Het moet geen zomers incident blijven.”