PvdA'er Zijlstra verruilt Tweede voor Eerste Kamer; 'De nieuwe generatie is zo braaf'

DEN HAAG, 6 JUNI. Aarzelend, maar toch met enige trots beaamt PvdA-Kamerlid K. Zijlstra dat het een wapenfeit is geweest in zijn parlementaire carriere. Nu hij daar bij zijn afscheid van de Tweede Kamer op terugkijkt, denkt hij zelfs dat het “de toetreding van de PvdA tot het huidige kabinet makkelijker heeft gemaakt”. Maar toen hij er vijf jaar geleden in slaagde een vergadering over kernenergie uit te stellen, had niemand - ook hij zelf niet - kunnen bevroeden welke gevolgen zo'n ogenschijnlijk simpele procedurewijziging zou hebben voor het Nederlandse energiebeleid.

Het was april 1986. CDA en VVD wilden nog voor de Kamerverkiezingen van dat voorjaar een besluit nemen over de vestigingsplaats van nieuwe kerncentrales. Zijlstra deed er alles aan om dat tegen te houden. Tot grote woede van zijn CDA- en VVD-collega's lukte het hem tijdens een procedurevergadering voldoende mensen bijeen te krijgen om de beslissende Kamervergadering naar een latere datum te verzetten. “Ik zie nog hoe Lansink (CDA-red.) en anderen naar de telefoon renden om eigen mensen op te trommelen om het uitstel tegen te kunnen houden”, zegt Zijlstra met enig genoegen. Het is wrang, maar een ramp deed de rest. Het kernongeval in Tsjernobyl zorgde ervoor dat de beslissende vergadering niet meer is gehouden. “Ik vrees dat we zonder dat uitstel nu een eind verder richting de bouw van nieuwe kerncentrales zouden zijn geweest. De ramp in Tsjernobyl zou wel enige invloed hebben gehad, maar niet zoals nu”, zegt Zijlstra nu. Het CDA-Kamerlid Lansink was destijds laaiend op Zijlstra en zijn PvdA-collega's. “Dit is zo laag-bij-de-gronds. Er moet heel wat gebeuren, wil ik met die jongens nog zaken doen.” zei hij toen. Dat het CDA, inclusief Lansink, en de PvdA nu toch al ruim anderhalf jaar zaken doen in de coalitie, ligt volgens Zijlstra ondermeer aan het opschorten van het besluit over nieuwe kerncentrales. Daarover hoeven de twee regeringsfracties in elk geval tot het eind van deze kabinetsperiode geen ruzie te maken. De afspraak is dat er niet over wordt gesproken. Dat wil niet zeggen dat de discussie over kernenergie is verstomd. Zijlstra: “De laatste tijd bekruipt me soms een licht onbehaaglijk gevoel. De druk begint weer toe te nemen. Vooral van de Samenwerkende Elektriciteits Producenten. Zo lang het onderzoek dan maar gaat naar kerncentrales die inherent veilig zijn, zoals dat heet, heb ik geen bezwaar. Maar ik ben bang dat onder het mom van het broeikaseffect toch weer wordt overgestapt naar het type kerncentrale dat niet absoluut veilig is.” Zijlstra nam dinsdagmiddag na twaalf jaar lid te zijn geweest van de PvdA-fractie afscheid van de Tweede Kamer. Volgende week dinsdag zal de 60-jarige afgevaardigde uit Sneek aan de overkant van het Binnenhof worden beedigd tot lid van de Eerste Kamer. “Ik woon ver weg. Na al die jaren werd het werk hier een hele belasting voor mijn gezin. Ik heb nog een pleegdochtertje van drie”, motiveert Zijlstra de overstap. “Bovendien kan mijn opvolgster, Sjoukje Akkerman, door nu te beginnen beter bewapend de verkiezingen van '94 ingaan.” Zijlstra was geen opvallend Kamerlid. Hij deed zijn werk.

Op uren dat andere parlementariers elkaar opzochten in het Kamerrestaurant of het perscentrum Nieuwspoort om samen een hapje te eten, liep hij in zijn eentje door de Haagse binnenstad naar een restaurant in de buurt. In het gezelschap van zijn krant nuttigde hij de maaltijd. “Eten is werken. Ik wil dan lezen. Als er andere mensen bij zijn moet ik praten.” Maar een eenling zou hij zich toch niet willen noemen. Het Friese Kamerlid was er de man niet naar om openlijk harde kritiek uit te oefenen op zijn eigen partij of collega's. Maar gisteren kon hij het in zijn afscheidsrede niet laten om de achterblijvers in de Tweede Kamer een lesje te lezen. “De politiek is veel rustiger dan vroeger. Deze fractie heeft een sterk gevoel van solidariteit met de eigen bewindslieden. Ik vind dat niet goed”, zegt Zijlstra, kort voor zijn afscheidsreceptie. Een tekst op de gevel van een gebouw in Amsterdam heeft hem genspireerd bij het verwoorden van zijn kritiek.

“Als subtiele wraakoefening tegen de beslissers hebben de architecten van dat gebouw op de gevel gezet: 'Homo sapiens non urinat in ventum', een verstandig mens plast niet tegen de wind in. Ik vind zoiets fantastisch. Ik heb daar een variant op bedacht: 'Homo politicus urinat in ventum'. Ik vind de nieuwe generatie Kamerleden zo braaf. Ze zouden wat vaker tegen de wind in moeten plassen. Natuurlijk is er voortdurend aanleiding om ergens tegen aan te schoppen.” Maar waartegen getrapt zou moeten worden, wil Zijlstra niet zeggen. Daarvoor is hij zelf ook te braaf. Een raad wil hij zijn fractie wel meegeven: verdeel het werk beter. “Ik vind dat sommige Kamerleden te veel doen en andere te weinig. Ik heb daar vaak tegen geprotesteerd. Zo'n fractie is net een zak vlooien. De top van de fractie zou 'Melkert-situaties' moeten voorkomen”, zegt Zijlstra, met een verwijzing naar zijn collega die in korte tijd veel politiek gevoelige onderwerpen naar zich toe wist te trekken. De huidige burgemeester van Vlissingen, Van der Doef, heeft eens over Zijlstra gezegd:“Die jongen heeft nooit iets meegemaakt.”

“Misschien is dat wel zo”, reageert de zestigjarige. “Ik heb nooit sterfgevallen gehad in mijn naaste omgeving, teleurstellingen in het wettf ellende in de liefde.”