Politieke gevangene Ethiopie draagt glimmende schoenen; Smerige en stinkende soldaten bewaken nette heren in colbert

ADDIS ABEBA, 6 JUNI. Nette heren met colbert, das en glimmende schoenen slenteren verveeld heen en weer. Ze worden gevangen gehouden en bewaakt door jonge EPRDF-soldaten in smerige stinkende kleren die blootvoets gaan of plastic sandalen dragen. De nieuwe politieke gevangenen, een gevolg van de machtsovername in Addis Abeba vorige week door het Ethiopische Revolutionaire Democratische Volksleger (EPRDF), krijgen een goede behandeling.

“Ik ben niet verbaasd over hoe ze ons behandelen”, zegt Fisseha Desta.

Hij was tot 22 april vice-president in het regime van Mengistu. “Ik weet dat het EPRDF politieke gevangenen alleen maar beter kan behandelen dan het geval was onder Mengistu. Bovendien ontvingen we vroeger berichten over hoe correct de EPRDF-rebellen omgingen met gevangen genomen regeringssoldaten.” De voormalige vice-president toont zich ontspannen. Het gesprek heeft plaats in afwezigheid van EPRDF-soldaten.

“Bent u eigenlijk geen misdadiger?” “Nee, ik ben nooit betrokken geweest bij bloedbaden, noch heb ik er opdracht toe gegeven. De functie van vice-president is in Ethiopie puur administratief. Als wij ergens van beschuldigd kunnen worden is het van lafheid. We vertelden Mengistu regelmatig dat hij moest zoeken naar een politieke oplossing voor de oorlog. Maar we konden niet tegen die man op. Zelfs ontslag nemen was onmogelijk, daarop stond gevangenisstraf of executie. Ik bood twee keer tevergeefs mijn ontslag aan.” Op drie plaatsen in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba hebben zich in de afgelopen dagen honderden leden van het voormalige regime gemeld, of ze zijn opgepakt. Onder hen bevinden zich hoge regeringsmilitairen, partijfunctionarissen, ministers en leden van het Centrale Comite en het Politbureau. Tweemaal daags mogen ze familieleden ontvangen. “We hebben zelf de bezoekuren ingesteld”, vertelt een lid van het gevangenencomite, “want het was hier de hele dag een komen en gaan.” Halerom Alemu is een EPRDF-commandant en hij ziet toe op ruim 200 gevangenen die bivakkeren in studentenappartementen op de campus. “De broer van Mengistu meldde zich hier gisteren”, zegt hij, “maar ik heb hem naar huis gestuurd.

Hij was slechts een stadsbestuurder en die categorie ambtenaren detineren we niet.” Is het niet gevaarlijk om zo verdraagzaam op te treden tegen uw voormalige vijanden? Dinsdag immers vond er nog sabotage plaats waarna een wapenopslagplaats in de lucht vloog. “We nemen een risico”, geeft hij toe.“Maar dat is beter dan mogelijk onschuldige mensen te detineren. En vergeet niet dat veel hoge ambtenaren en politici slachtoffer waren van het systeem.” Wat gaat het EPRDF doen met al deze gevangenen? Halerom Alemu geeft geroutineerd antwoord. “Zij die een hersenspoeling kregen van het oude regime zullen we heropvoeden en vervolgens vrijlaten. De anderen moeten voor rechtbanken ver99jnen, in aanwezigheid van internationale waarnemers.” Een groepje hoge generaals uit het voormalige regeringsleger legt een kaartje. “Wilt>>en kopje koffie”, vraagt een van hen. “Mijn echtgenote heeft zojuist een volle thermosfles gebracht. Tot nu toe worden we goed behandeld. We kunnen zelfs televisie kijken. Er bestaat geen reden om Amnesty International in te schakelen. Wel moet de wereld erop toezien dat we een eerlijk proces krijgen.” Na enig aarzelen zegt een ander: “We deden onze job, meer niet. We handelden niet uit haatgevoelens tegen de rebellen. We werden verslagen omdat ons leger gedemoraliseerd raakte.

Persoonlijk geloof ik niet dat ik een gevangenisstraf verdien.” Maar werden er tijdens de strijd door uw soldaten geen misdaden begaan tegen de bevolking? Opnieuw weegt hij zijn woorden. “Het is heel goed mogelijk dat onbeteugelde militairen zich misdroegen tegen burgers, maar het was ook zo'n groot leger.” De voormalige vice-president Fisseha Desta zou het liefste het hele hoofdstuk-Mengistu en de bloedbaden onmiddellijk willen afsluiten. “Wanneer de explosie op dinsdag het werk was vanan de Democraten bedacht. De Republikeinse en Democratische posities lijken ver van elkaar verwijderd, maar in werkelijkheid gaat het om een aantal proces-technische verschillen. De ruzie is om de gunst van de kiezer. De politieke retoriek in het Congres is die van de burgerrechtenstrijd uit de jaren vijftig en zestig, maar de inhoud van de discussie is lichtjaren verwijderd van de tijd dat zwarten politiesteun nodig hadden om tot scholen en restaurants te worden toegelaten.