OM: niets achtergehouden in Ira-zaak

's-HERTOGENBOSCH, 6 JUNI. Advocaat-generaal mr. F. van Straelen heeft gisteren op de tweede dag van de behandeling in hoger beroep van de IRA-zaak ontkend dat het openbaar ministerie gegevens heeft achtergehouden over een Noord-Ier, die op 20 augustus vorig jaar in Rotterdam met valse papieren is gearresteerd en twee dagen later het land uit is gezet naar Engeland. Daar werd de man opnieuw gearresteerd en gedentificeerd als Paddy Fox, die gezocht werd in verband met IRA-activiteiten. Fox zit nu in Noord-Ierland in arrest.

De raadslieden van de vier verdachten stelden gisteren vragen over die affaire en suggereerden daarbij dat justitie zich snel van de arrestant had ontdaan omdat hij sprekend zou lijken op Gerard H., die in Roermond als enige werd veroordeeld, omdat hij was herkend door ooggetuigen. Een NS-beambte deed op 20 augustus een merkwaardige ontdekking in een bagagekluis op het Centraal Station in Rotterdam. Evenals collega's in drie andere steden had hij de opdracht gekregen alle kluizen leeg te halen, omdat de moedersleutel die op alle sloten paste, was gestolen. De Rotterdamse NS-beambte was zo ijverig of nieuwsgierig, dat hij de inhoud van een rugzak aan een nadere inspectie onderwierp. Hij vond vier paspoorten (drie Britse en een Amerikaanse), drie Britse rijbewijzen en een Amerikaanse perskaart. De lege kluizen werden voorzien van een briefje waarin de rechtmatige eigenaars verzocht werd zich te melden bij een van de loketten. Toen de eigenaar van de rugzak kwam opdagen, werd hij door de politie gearresteerd. Na twee dagen te zijn verhoord werd hij door de vreemdelingenpolitie op de boot naar Harwich gezet. Volgens een woordvoerder van de Rotterdamse politie is op 20 augustus inderdaad een Engels sprekende man gearresteerd, omdat men vermoedde dat hij iets te maken had met drugs. De arrestant weigerde zijn identiteit prijs te geven, waarna zijn gegevens werden opgestuurd naar de Britse politie.

“Daar hebben we geen reactie op gekregen, dus hebben we hem op de boot naar Harwich gezet en onze collega's daar gewaarschuwd,” aldus de woordvoerder. “We weten nu alleen dat het om een Brit gaat, anders hadden ze hem meteen teruggestuurd. We zijn nog aan het uitzoeken of de man die wij teruggestuurd hebben, inderdaad meneer Fox is.” Het hof verwierp gisteren het verzoek van de verdedigers om het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren, omdat het de gegevens over Fox zou hebben achtergehouden. Volgens de president van het hof, mr. W.

Smulders, had het openbaar ministerie niet kunnen weten dat in Rotterdam vorig jaar iemand was gearresteerd, die met het dossier in verband kon worden gebracht. Als echter de komende dagen blijkt dat Fox inderdaad veel op de verdachte Gerard H. lijkt, kan er alsnog een aanvullend onderzoek worden bevolen, aldus Smulders. Het hof verwierp ook de andere bezwaren van de verdedigers tegen vermeende “manoeuvres” van het openbaar ministerie. Het hof zag er geen bezwaar in dat over de vervolging van Ingrid H. nog geen beslissing is genomen, omdat de feiten die haar eventueel verweten kunnen worden, “een onbetekenend karakter hebben in verhouding tot de tegen ieder der verdachten bestaande verdenkingen”.