Oeso-ministers wijzen omvangrijke financiele hulp voor Gorbatsjov af

PARIJS, 6 JUNI. De 24 rijke industrielanden voelen op korte termijn niets voor omvangrijke financiele steun aan de Sovjet-Unie. Wel willen ze via de OESO de noodlijdende Sovjet-economie met expertise en know how terzijde staan. Het vastgelopen handelsoverleg in het kader van de GATT is vlot getrokken.

Dat zijn de belangrijkste resultaten van de jaarlijkse ministersconferentie van de OESO, de club van 24 rijke landen, gisteren en eergistern in Parijs. De OESO-ministers zeggen in hun slotcommunique dat eind deze zomer “aanzienlijke vooruitgang” moet zijn geboekt met de handelsbesprekingen van de GATT en deze “liefst eind dit jaar”

moeten worden afgerond De slotverklaring geeft in bedekte termen aan dat de Sovjet-Unie niet hoeft te verwachten dat volgende maand op de bijeenkomst van de zeven grootste industrielanden (G-7) in Londen veel geld beschikbaar zal worden gesteld. “Fundamentele hervormingen zijn het enige antwoord op de structurele problemen van de Sovjet-Unie”, aldus de verklaring. De Britse minister van buitenlandse zaken, Douglas Hurd, zei gisteren in Parijs over financiele steun aan Sovjet-president Gorbatsjov: “Het heeft geen zin geld in zijn zakken te stoppen als er gaten inzitten. Ik denk ook niet dat hij op het moment een cheque verwacht”. Europees Commissaris Frans Andriessen (buitenlandse betrekkingen) verklaarde dat de Sovjet-Unie eerst de relatie met de republieken moet verduidelijken en wat moet doen aan de wettelijke bescherming van bezit en overdracht van gelden. De Duitsers, met 350.000 Sovjet-soldaten op hun grondgebied, bepleitten als een van de weinige lidstaten voor snelle financiele steun. “De Sovjets hebben beide nodig, zowel kennis als geld”.