Milieubeweging: Golfstaten beseffen omvang ramp niet

DEN HAAG, 6 JUNI. “De oorlog is vanuit strategisch-militair oogpunt zeker gewonnen. Maar je kunt Koeweit niet met die afschuwelijke petroleum melt down nu laten zitten. Wij proberen de geallieerden daarom over te halen opnieuw ten strijde te trekken, nu tegen de dreigende milieuramp.” Art van Remundt, directeur Europa van de Amerikaanse milieu-organisatie Earth Trust is net teruggekeerd van een vier weken durend verblijf in Koeweit. Zijn conclusie: de Koeweitse regering is onder de huidige omstandigheden niet in staat de brandende en spuitende oliebronnen adequaat aan te pakken.

Earth Trust trok half maart eerst naar Bahrein, op verzoek van de regering aldaar, om te helpen voorkomen dat olie uit de Golf de stranden bevuilde en het leven van de zeekoeien bedreigde. Inmiddels blijkt dat de zeestroom de olie weghoudt bij de kust van Bahrein en dat nu de stranden van Oman en Qatar worden bevuild. Van Remundt: “De luchtverontreiniging in Bahrein is heel groot, omdat de wind uit Koeweit meestal in die richting waait. Als er dan neerslag bij komt heb je hele vette regen. Auto's worden met benzine en zeep schoongemaakt en alles verdwijnt zo in het riool en dus in zee. De mensen hebben geen enkel gevoel ontwikkeld voor het milieu. Dat is ze volkomen vreemd. Ze hebben dan ook geen enkel idee, ook in Koeweit niet, wat er precies aan de hand is.” Niet veel later vertrokken de vertegenwoordigers van Earth Trust, zonder visa, maar met hulp van het Amerikaanse leger, naar Koeweit en streken neer in hotel Kuwayt International, waar alle buitenlandse zakenlui en regeringsdelegaties zitten. Earth Trust werkt er nu samen met het Kuwayt Environmental Action Team, een groep academici die onderzoek doet naar de gevolgen voor de gezondheid van de luchtvervuiling. Misselijkheid, zere ogen en gerriteerde huid komen op zeer grote schaal voor. Huisdieren sterven massaal. Volgens Van Remundt zijn in eerste instantie ongeveer 580 brandende bronnen geteld in drie gebieden rondom Koeweit Stad. In El Ahmadi, ten noorden van de stad zijn de meeste branden, vaak niet verder dan 300 meter van woningen en ziekenhuizen. Tot nu toe zouden 120 branden zijn gestopt, 200 tot 250 bronnen spuiten nog olie. Daardoor ontstaan in de woestijn oliemeren, die inmiddels een gigantische omvang hebben bereikt. “Het grootste dat wij hebben gezien is een kilometer lang, bijna 800 meter breed en 7,5 meter diep,” zegt Van Remundt. Deskundigen schatten dat de laatste branden tegen het eind van 1992 zijn geblust als in dit tempo wordt doorgewerkt. “Probleem daarbij is dat je niet precies weet wat er gebeurt, behalve dan dat duidelijk is dat de druk onder de ene bron toeneemt als de andere niet meer brandt. Je kunt je dus afvragen of ze ooit wel allemaal te blussen zijn.” De Amerikaanse firma Bechtel is tot nu toe de enige die een contract heeft met de Kuwayt Oil Company (KOC).

Het bedrijf werkt met vier subcontractors en is volgens Van Remundt met een paar honderd man bezig. “Ze huren ter plaatse Indiers, Filippino's en Sri Lankezen om het werk te doen. Die jongens verdienen 700 dollar per dag, maar doen levensgevaarlijk en uiterst ongezond werk.” Ook de Britten zouden nu een contract hebben om 79 bronnen aan te pakken, maar zijn zich kennelijk nog aan het voorbereiden, want ze zijn nog niet in Koeweit gesignaleerd. “Naar ik heb begrepen zouden ook zaken worden gedaan met Hongaren, Iraniers en Russen, maar ik zag daar niets van.”

De vervuiling is op het ogenblik zo hevig, dat de vertegenwoordigers van Earth Trust telkens hooguit drie weken in het gebied zitten om dan door andere te worden afgelost. Een aantal ambassades laat op een dergelijke manier het personeel rouleren, zoals de Italiaanse en Duitse. Honderden Amerikanen frequenteren de stad en de regeringsgebouwen om plannen te maken over herstelwerkzaamheden. “De afspraak is gemaakt dat de Amerikanen tachtig procent voor hun rekening nemen, de Europeanen twintig. Engeland en Frankrijk gaan daarin natuurlijk voorop. Maar ook het Nederlandse bedrijf Smit Tak is actief. Drie weken geleden hebben ze een Irakese tanker geborgen die op het punt stond te breken. Dat is een vrij gevaarlijke klus, want in het gebied liggen nog talloze smart bombs: je kunt er zes keer over heen varen en dus denken dat het veilig is, de zevende keer gaat ie af.” Ook het land ligt nog bezaaid met munitie en mijnen. “Ik sprak een chirurg die vertelde dat per dag vijftien mensen worden binnen gebracht die een meer of minder ernstig ongeluk hebben gehad met mijnen, niet geexplodeerde munitie, etc.” De huizen in Koeweit Stad lijken bijna allemaal bewoond, maar zijn dat niet. “Als je 's avonds kijkt is overal het licht aan, maar dat brand al maanden. De mensen zijn vertrokken en hebben het licht aan gelaten.”

Granaten, bommen, mijnen en booby traps liggen gewoon in huizen en ministeries. “De meeste Koeweiti's, en dan bedoel ik vooral het hogere kader, zitten nog altijd in het buitenland.” Bij de autoriteiten is het een komen en gaan van allerhande delegaties die hulp en plannen aanbieden. “Die mensen worden werkelijk overstelpt, maar er kan gewoon niks gebeuren. Ze hebben geen tijd om zich bezig te houden met de echte uitvoering van die plannen, bovendien is er niemand die kan toezien op de uitvoering en is er geen infrastructuur. Het telefoonnet werkt nog steeds maar gedeeltelijk en alle ministeries zijn volkomen leeggeroofd.

De regering heeft geen goed beeld van de omvang van de ramp en dus ook geen echte strategie. Ze weten ook niet precies over welk budget ze beschikken. Ze hebben bijvoorbeeld zomaar 16 miljard dollar aan het buitenland betaald voor hotelrekeningen, scholen etc. voor de periode dat de bevolking was gedwongen in het buitenland te blijven.” Earth Trust praat over twee weken met het Europees Parlement om te bezien wat in EG-verband op korte termijn gedaan kan worden. “De vraag is natuurlijk of in de wereld genoeg potentieel is om de petroleum melt down op te vangen. Ik weet dat ook niet precies, maar als de politieke bestaat kan snel genoeg een oplossing worden gevonden. Vergeet niet dat, als dit in Rotterdam zou zijn gebeurd, de hele regio zou worden ontruimd. Volgende week vieren de Amerikanen nog eens massaal hun militaire overwinning, maar ik vind dat in plaats daarvan nu alle aandacht naar het rampgebied zou moeten uitgaan.”