Laserprinters produceren teveel ozon

De moderne kantoormens zit het liefst met zijn neus bovenop zijn eigen laserprinter. Handig, maar helaas ook ongezond. Een laserprinter produceert op zijn minst evenveel ozon als een kopieerapparaat. Dat blijkt uit metingen van TNO aan een tweetal printers, uitgevoerd in opdracht van het Eindhovense bedrijf Printer Technology Europe.

Tijdens het printproces ontstaan elektrische ontladingen waarbij, net zoals bij de bliksem, ozon wordt gevormd. Het inademen van teveel ozon kan leiden tot hoofdpijn, ontstekingen van de luchtwegen en geheugen- of concentratieverlies. In een geventileerde ruimte is de ozon die de laserprinter uitblaast, snel verdwenen. Dat kan op verschillende manieren. Ozon reageert gemakkelijk met allerlei andere stoffen in de lucht en hecht zich bovendien aan papier, textiel en andere oppervlakten in de omgeving. Maar wie in een kleine, slecht geventileerde werkruimte met zijn hoofd vlakbij de uitblaasopening van de printer zit, ademt een ongezonde hoeveelheid ozon in. Op kantoren bestaat de neiging om veel laserprinters bij elkaar op te stellen en mensen zitten liefst daar het liefst vlakbij in plaats van in een ander vertrek. Om het ozonprobleem te ondervangen zit in iedere laserprinter een filter ingebouwd, dat ozon uit de lucht wegvangt. Het goedkoopst en het meest gebruikt is een koolstoffilter. Hoe het precies werkt is niet helemaal duidelijk.

Volgens Printer Technology Europe wordt ozon (O3 ) door de koolstof langs katalytische weg ontleedt in gewone luchtzuurstof (O). Volgens TNO gaat het wellicht om een combinatie van katalytische omzetting en vooral ook absorptie. Koolstof absorbeert verontreinigingen (zoals norit bij een bedorven maag). Duurdere 'filters' bevatten platina als katalysator. In elk geval raakt zo'n ingebouwd filter gemakkelijk verstopt door papier- en stofdeeltjes en bovendien heeft het een te kleine capaciteit in verhouding tot de hoeveelheid ozon die de laserprinter produceert. Volgens Printer Technology is de capaciteit van het ingebouwde ozonfilter na 1000 afdrukken al met 15 procent en na 5000 afdrukken met 50 procent verminderd. Het bedrijf liet TNO twee printers van bekende merken onderzoeken, de een een half jaar en de ander drie jaar oud. In Nederland geldt voor ozonconcentraties in de lucht (aan de uitblaasopening van de printer) een Maximaal Aanvaardbare Concentratie van 100 deeltjes ozon op een miljoen deeltjes lucht (een MAC-waarde van 0,01). Als het ingebouwde filter volledig uit de printer verwijderd werd (om het somberste scenario, een volkomen dichtgeslibd filter, na te bootsen) werd de MAC-waarde voor beide printers 7,5 maal overschreden. De printer van een half jaar oud blies precies zoveel ozon uit als volgens de MAC-waarden nog toelaatbaar was, de andere printer tweemaal zoveel. Zelf importeert Printer Technology Europe Externe speciale ozonfilters van Deens fabrikaat. Het zijn kastjes van verschillende afmetingen, voor diverse merken printers, met of zonder ventilator leverbaar en in prijs varierend van 950 tot 1800 gulden, daarna kost een los filterelement (na 450.000 afdrukken of na een jaar gebruik) zo'n 200 gulden. In zo'n kastje zit een koolstoffilter met volgens het bedrijf een 50 maal grotere capaciteit dan het ingebouwde filter van de printer zelf, bovendien wordt de aangezogen lucht eerst voorgefilterd om stof- en papierdeeltjes weg te vangen. Metingen van TNO wezen uit dat er dan - althans bij een nieuw geplaatst extern filter - helemaal geen ozon meer in de werkruimte komt. Inmiddels zijn verschillende printerfabrikanten, waaronder Nashua, met een eigen verbeterd ozonfilter gekomen. Een alternatief is om de printer in een aparte, goed geventileerde ruimte te plaatsen.